Hé, lijkt die Rodin niet net een Bamiléké?

Met een bijzondere veilingcatalogus probeert Christie’s verzamelaars van beeldende kunst te interesseren voor de Afrikaanse beelden die Picasso inspireerden.

Een grote Congolese spijkerfetisj of een exceptioneel voorouderbeeld uit Nieuw-Ierland, ze brengen tegenwoordig soms miljoenen op. Toch vallen de prijzen voor de beste tribale kunst uit Oceanië en Afrika nog in het niet bij die voor gewilde schilderkunst. Die ongelijkheid biedt volgens de veilinghuizen kansen om de markt voor etnografica te vergroten. Maar hoe verleid je de beoogde doelgroep, de grote verzamelaars van schilderkunst, om ook naar tribale meesterwerken te kijken?

Christie’s doet dit voorjaar een opmerkelijke poging. Niet in Parijs, waar de handel in tribale kunst zich concentreert, maar in New York, in mei altijd het toneel voor de grote voorjaarsveilingen met impressionistische, moderne en hedendaagse kunst.

Op de kijkdagen in de hoofdvestiging op Rockefeller Plaza staan dezer dagen tussen de Monets, Modigliani’s en Warhols elf tribale maskers en beelden opgesteld. Dat kleine aanbod wordt begeleid met een ambitieuze, 138 pagina’s dikke veilingcatalogus: Evolution of Form: African & Oceanic Art at the Genesis of Modernism. Daarin staan vele kunstwerken van Picasso, Giacometti en andere westerse grootheden die zich lieten inspireren door anonieme houtsnijders uit Afrika en Oceanië.

Parijs

De veiling is een idee van Suzan Kloman, hoofd van de afdeling ‘African & Oceanic Art’. Al jaren liep ze met dit plan rond, vertelt ze aan de telefoon vanuit New York. Maar pas negen maanden geleden had ze voldoende voorwerpen gevonden om haar verhaal te kunnen vertellen.

Het is de passie voor de tribale kunst die haar dreef, zegt Kloman. „Veel meer mensen zouden ermee moeten kennismaken. Gelukkig zijn er al veel verzamelaars van beeldende kunst die de oversteek hebben gemaakt. Hopelijk gaan we met deze veiling nog veel meer liefhebbers bereiken.”

Christie’s maakt voorin de catalogus direct duidelijk dat de formele overeenkomsten tussen westerse en niet-westerse kunst het uitgangspunt van de veiling zijn. Over een in 1918 door Modigliani geschilderd vrouwenportret is een deel van een vroeg twintigste-eeuws Baule-masker uit Ivoorkust gemonteerd. De contouren van beide gezichten lopen in elkaar over.

Elders in de catalogus zijn de vergelijkingen subtieler gepresenteerd. Naast de maskers en beelden staan steeds afbeeldingen van verwante Europese kunstwerken. Vaak zijn die vergelijkingen overtuigend, soms vliegen ze uit de bocht. Zou beeldhouwer August Rodin zich voor ‘Le penseur’ bijvoorbeeld hebben laten inspireren door een beeld van een Kameroense Bamiléké koning met een hand aan zijn kin?

Die te ver gezochte vergelijkingen doen afbreuk aan het mooie uitgangspunt, zegt Michel Thieme, de Amsterdamse handelaar in tribale kunst uit Oceanië. „Het is een beetje als met medicijnen. Als je de voorgeschreven dosering overschrijdt, bereik je soms het omgekeerde effect.”

Het is niet zijn enige punt van kritiek. In de proloog van de catalogus spreekt Kloman van een dialoog tussen kunstenaars uit twee culturen. Thieme met een lach: „Een dialoog? Het was echt eenrichtingsverkeer, hoor. Volgens mij is er nog nooit een overzichtstentoonstelling van Franse surrealisten in een mannenhuis aan de Sepik-rivier geweest.”

In het Musée d’Ethnographie du Trocadero in Parijs maakten Picasso en de andere pioniers van de moderne kunst rond de eeuwwisseling kennis met wat toen nog art nègre heette. Niet gehinderd door kennis over de bijbehorende rituelen lieten zij zich inspireren door de krachtige vormentaal van de tribale gebruiksvoorwerpen.

Ode

Christie’s presenteert de veiling als een ode aan de tentoonstelling Primitivism in 20th Century Art, die in 1984 in het Museum of Modern Art in New York werd gehouden. Die legendarische expositie, een grote inventarisatie van de invloed van niet-westerse kunst op het westen, opende velen de ogen voor de schoonheid van tribale kunst. Susan Kloman: „Ik hoop dat deze veiling voor sommigen net zo’n openbaring wordt.”

De MoMA-tentoonstelling leidde destijds ook tot een heftig debat. De (blanke) samenstellers kregen het verwijt dat zij een vorm van postkoloniale machtspolitiek bedreven door kunst uit de Derde Wereld te presenteren als een voetnoot bij de westerse kunstgeschiedenis. Het feit dat zij nauwelijks informatie boden over de betekenis van de getoonde tribale voorwerpen, werd de samenstellers aangerekend. Die fout maakt Christie’s niet. In de veilingcatalogus geeft het veilinghuis uitgebreide achtergrondinformatie over de aangeboden voorwerpen.

De catalogus staat ook vol foto’s van Parijse kunstenaarsateliers. De studio van Picasso stond in 1908 bijvoorbeeld vol met Afrikaanse beelden. Van die foto’s gaat werfkracht uit, vermoedt Michel Thieme. „Als je ziet dat je schilderhelden die beelden verzamelden, dan is het een kleine stap om er zelf ook mee te gaan flirten.”