Lol met deegroller en kokosmakroon

Film ‘Men & Chicken’ schept met groot plezier verwarring. Veel van de droog-absurdistische dialogen zeer citeerbaar.

‘De humor op het eiland is tamelijk primitief”, zegt een personage vrij aan het begin van Men & Chicken. Dat geldt ook voor een deel van de vierde film van gevierd scenarist Anders Thomas Jensen, die grossiert in slapstick met deegrollers en de inherente lulligheid van een kokosmakroon heel grappig vindt.

Een type humor dat tot schouderophalen of de slappe lach leidt. Net als cultfavoriet Adam’s Apples (2005), over een appeltaart bakkende neonazi en een wereldvreemde pastoor, schept Men & Chicken met groot plezier verwarring en zijn veel van de droog-absurdistische dialogen zeer citeerbaar.

Thomas Jensen schrijft voor anderen moralistische scenario’s, maar neigt als regisseur tot absurdisme en slapstick, met altijd acteur Mads Mikkelsen in een van de hoofdrollen. Hij is ditmaal nauwelijks herkenbaar met zijn golvende permanentje, snor en hazelip.

Men & Chicken begint met een voice-over die hem en zijn broer omschrijft als eeuwige pechvogels. De scènes erna maken duidelijk waarom. Elias (Mikkelsen) is een neurotische, praatgrage man die niet graag onderbroken wil worden en zichzelf ziet als Gods cadeau aan vrouwen. Hij lijdt aan masturbatiedwang en heeft daarom altijd een rol wc-papier bij de hand. Zijn broer Gabriel, eveneens gezegend met een hazelip, is een professor filosofie die op willekeurige momenten een onbedwingbare kokhalsreflex krijgt.

Het wordt allemaal nog gekker als ze na de dood van hun stiefvader op een eilandje met 42 bewoners op zoek gaan naar hun biologische vader. Drie gedegenereerde halfbroers, allemaal weer met hazelip, blijken in een verlaten sanatorium te wonen. De beschaving is aan hen voorbijgegaan. Ze communiceren het liefst via geweld, waarbij opgezette dieren als slagwapen dienen. Dat levert geestige oneliners op: „Ben je nou neergeslagen met de knobbelzwaan of de meerkoet?” Sommige humor is iets gelaagder, zoals een discussie over hoe het verhaal over Abraham en Isaak uit de bijbel te interpreteren, volgens Elias een „idioot, onrealistisch boek”.

Wat er in dat sanatorium precies aan de hand is, wordt langzaam duidelijk. Het heeft te maken met een terloops genoemde Darwin, de kippen uit de titel, maar ook fokstieren; . Men & Chicken mengt sprookje, slapstick, komedie, familiedrama en horror tot een geheel nieuwe creatie. Ook de muziekscore mixt erop los: zo komt tijdens de credits een zingende zaag boven de strijkers uit. Dat lijkt gefröbel, maar die hybriditeit is precies het type kruising dat thematisch een sleutelrol speelt in het verhaal. Daarnaast buit Thomas Jensen de visuele mogelijkheden van het vervallen sanatorium, met zijn lange gangen, duistere kelders en vreemde vertrekken, optimaal uit. Het levert een originele film op die aan het eind zowaar nog weet te ontroeren ook. Een knappe prestatie.

André Waardenburg