Gevaarlijk speelse tijgertjes

Kacey Mottet Klein (Damien) en Corentin Fila (Tjhomas) groeien naar elkaar toe in Quand on a 17 ans.

Er zijn mensen die zich hun hele leven herinneren wat het betekent om zeventien te zijn. Sterker nog: die hun hele leven 17 blijven. Zoals de Franse filmmaker André Téchiné. 73 is hij inmiddels, maar met Quand on a 17 ans heeft hij een zeldzaam rake, eerlijke en ruige film afgeleverd over het seksuele ontwaken van twee zeventienjarige jongens in hun laatste schooljaar in een klein stadje aan de voet van de Pyreneeën.

Het is het verhaal van elke eerste liefde, met alle gevoelens van lust en onvermogen die daarbij horen. Maar vooral werd het in de handen van Téchiné en de als scenarist aangetrokken collega-filmmaker Céline Sciamma (Tomboy, Girlhood) ook een bijzonder emotioneel intelligente film over het ontdekken van homoseksualiteit en het zoeken naar niet-conventionele mannelijke rolmodellen in een heteronormatieve wereld. Alternatieve manieren om over seksualiteit en gender na te denken spelen in hun beider films een rol, maar de vanzelfsprekende manier waarop deze twee auteurs van heel verschillende generaties een gezamenlijke film hebben gemaakt en elkaar aanvullen maakt deze samenwerking zeer uniek.

Quand on a 17 ans is opgebouwd volgens de drie trimesters van de zwangerschap van Thomas’ moeder, die samenvalt met de drie laatste trimesters van Thomas en Damien op de middelbare school. Vrienden zijn het niet. De aantrekkingskracht die er tussen hen bestaat uit zich in aversie en agressie. Soms heeft het iets teders, die vecht-erotiek van de allebei lichamelijk naar extremen zoekende Damien (boksen) en Thomas (zwemmen in ijskoud water). Maar vaker gaan ze grenzen over die gevaarlijk zijn. De links en tegenstellingen tussen natuur en stad, oorlog en mannelijkheid, seksuele repressie en geweld zijn in de film bijna sensomotorisch uitgewerkt: de cameravoering is tactiel en dynamisch, de montage abrupt en impulsief.

Er zit een terloopse virtuositeit in de manier waarop de scènes soms als vuistslagen tegen het filmdoek gemept worden en dan weer elegant sluipend als een roofdier op je afkomen. In al z’n naturalisme hoeft de film weinig te bewijzen. Dit is geen sociologische schets van de adolescentie. Dit gaat over iets wat aan sociologie en psychologie voorafgaat. Téchiné en Sciamma vertrouwen op de broeierige chemie tussen hun beide hoofdrolspelers. Op de doeltreffendheid van hun observaties. Op kleine gestes als Thomas die even de sensuele koude winterlucht in zijn geliefde bergen opsnuift voor hij in een nachtelijk ijsmeer duikt, of Damien die zich net iets te lang in de intieme houdgreep van zijn rivaal koestert. Je zou het allemaal met de speelsheid van kleine tijgertjes willen vergelijken, maar het fysieke gevaar is voortdurend voelbaar.