Betere diagnoses stellen door naar kunstwerken te kijken

Geneeskundestudenten van het Radboudumc in Nijmegen testen of het regelmatig kijken naar kunst hun observatievaardigheden verbetert. In Nederland is het vak nieuw, in de Verenigde Staten bestaat het al langer.

Wat zie je als je tien minuten naar Souvenir d’un songe II vanPyke Koch kijkt? Fotomontage fotodienst NRC

Hoeveel kun je in je opnemen als je tien minuten kijkt naar een schilderij? Bijvoorbeeld naar het schilderij bij dit artikel? Je ziet een tuin, natuurlijk. Een muurtje om die tuin. Hagen erin die zijn geknipt in verschillende vormen. Even tellen, vier verschillende vormen zijn het. Of toch vijf? Een pad door die hagen. Wacht, er zijn ook zijpaden.

Afgelopen zaterdag stonden een stuk of dertig geneeskundestudenten uit Nijmegen voor diezelfde Souvenir d’un songe II van Pyke Koch. Tien minuten hadden ze, daarna moesten ze zich omdraaien. Alsof je na tien minuten wordt gevraagd weg te kijken van de fotomontage hiernaast en er dan een paar vragen over krijgt.

Makkelijk? Probeer het maar eens. Precies tien minuten, aantekeningen maken mag. En dan niet meer kijken en deze vragen beantwoorden.

Staken er hagen boven het muurtje uit?

Droegen alle bomen bladeren?

Hadden de heuvels verschillende kleuren? Zo ja, welke dan?

Tien minuten is ook de tijd die een arts gemiddeld uittrekt wanneer hij een patiënt ziet. In die tijd kijkt hij, stelt hij vragen, luistert naar de antwoorden en vult alvast dingen in op het scherm waar hij ook nog naar zit te kijken. Roy Villevoye, een van de twee kunstenaars die het keuzevak kunstobservatie vandaag begeleiden, merkte het onlangs zelf: „Ik was bij de dokter en hij zat te hele tijd te tikken. Ik dacht: wanneer gaat-ie nou eens naar míj kijken?” Een van de studenten: „Je hoort het op verjaardagsfeestjes. Dan weten ze dat je medicijnen studeert en dan zeggen ze tegen je: ik was bij mijn huisarts en het was alsof hij me niet zag.”

Kunstobservatie of ‘De kunst van kijken en zien voor de medische professie’ is een nieuw vak bij het Radboudumc, zaterdag vond het eerste van zeven masterclasses plaats in Museum MORE in Gorssel (Achterhoek). In Nederland was het vak er op deze manier nog niet eerder, in de Verenigde Staten is er al enige ervaring mee opgedaan.

Een artikel daarover in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde zette drie jaar geleden de resultaten op een rij. Medische studenten die systematisch kunst hadden bekeken kregen betere observatievaardigheden, zo bleek: ze zagen meer bij patiënten, zowel details als patronen, en ook herkenden ze beter emoties. Figuratieve kunst maakte alerter op details, door te kijken naar symmetrie, kleuren en vormen van abstracte kunst herkenden ze eerder patronen. Maar wetenschappelijk bewijs was er niet, volgens het artikel: daarvoor verschilden de colleges te veel in opzet.

Ook de politie kijkt kunst

Bewijs of niet, in de Verenigde Staten is de ontwikkeling intussen alweer verder. The New York Times berichtte vorige week over hoe ook politieagenten nu naar het museum gaan. Naar kunst kijken kan je beter leren observeren op een plaats delict, is het idee. Meer details, meer patronen, maar ook: doordat je onbevangener kijkt laat je je minder leiden door vooroordelen. Kunsthistorica Amy Herman zet tegenwoordig medici, politieagenten en managers in het Metropolitan Museum of Art voor een Picasso, een Goya of een Freud: „What am I seeing here?”

Zover is het nog niet in Nijmegen. „We denken dat kunstobservatie kan helpen betere diagnoses te stellen, maar zeker weten doen we het niet”, zegt Jan Keunen, een van de initiatiefnemers. Zelf is Keunen (61) hoogleraar oogheelkunde, wat in dit verband niet toevallig lijkt. Maar dat is het wel: zijn eigen belangstelling voor kijken naar kunst dateert uit zijn kinderjaren, toen zijn ouders hem meenamen naar het museum. „Voor mij is kunst ook: je hoofd leeg maken, troost halen uit wat je ziet en er nieuwe gedachten van krijgen.” En voordat we al te snelle conclusies trekken: „Ik ben er een betere dokter door geworden ja, maar dat bewijst niks. Er zijn heel veel goeie dokters die nooit in een museum komen.”

Het Radboudumc gaat het nieuwe vak monitoren, om te zien of het volgen van zeven masterclasses inderdaad leidt tot een beter diagnostisch en empathisch vermogen. Ook studenten biomedische wetenschappen kunnen meedoen. De colleges worden mede betaald door het ministerie van OC&W, dat vanuit het onderzoeksprogramma ‘The Art of Impact’ kunstprojecten met een maatschappelijke impact ondersteunt.

In een volgende masterclass gaan Roy Villevoye en Hans Aarsman met de studenten modeltekenen. Andere masterclasses worden gegeven door de kunstenaars Jan Rothuizen, Ruth van Beek, Johan Rijpma, Agi Haines en Lernert & Sander.

En de studenten van de allereerste masterclass kunstobservatie, hoe verging het die? Hun werd ook gevraagd wat de kleur was van de lijst om het schilderij, zeg maar: hoe de patiënt de spreekkamer binnenkomt. Helaas: ze hadden veel gezien, maar daar had bijna niemand op gelet.