Linkse partij met islamitische achterban struikelt van ene controverse in de andere

Mehmet Kaplan van de Groene Partij. Foto AP

Een minister die op een bijeenkomst is van ultranationalistische Turken; een raadslid dat een mentor van Osama bin Laden uitnodigt in zijn stad; een parlementskandidaat die weigert vrouwen de hand te schudden.

Je zou denken dat dit over een religieuze partij gaat, buiten Europa.

Maar het zijn toch echt leden van de Groene Partij in Zweden.

De partij, die sinds 2014 deelneemt aan de linkse minderheidsregering van Stefan Lövfen, is de afgelopen weken het middelpunt van de ene controverse na de andere.

De ophef ontstond toen de Zweedse krant Aftonbladet deze maand een foto publiceerde waarop is te zien hoe Mehmet Kaplan, de minister van Wonen, aan tafel zit met leden van de Turkse ultranationalistische Grijze Wolven. Kaplan ontkende banden te hebben met extremisten.

De twee leiders van de partij steunden hem, ook toen beelden vrijkwamen uit 2009 waarop Kaplan een vergelijking trekt tussen de manier waarop Israëliërs met Palestijnen omgaan en de manier waarop de nazi’s in de jaren dertig de Joden behandelden. Twee weken geleden besloot Kaplan toch af te treden. Even later raakte de 30-jarige parlementskandidaat Yasri Khan in opspraak omdat hij weigerde een vrouwelijke verslaggever de hand te schudden omdat hij dat „te intiem” vond. Het leidde tot grote verontwaardiging, zegt de Zweedse politicoloog Nicholas Aylott. Hoe kon die redelijke linkse partij dit soort vertegenwoordigers hebben? Die verbazing werd groter toen Kamal al-Rifai, raadslid in Malmö, vorige week besloot de politiek te verlaten toen bleek dat hij salafist Salman al-Ouda – die wordt geciteerd in een brief van Bin Laden uit 1994, maar wel ‘9/11’ veroordeelde – had uitgenodigd.

Islamitische achterban

„De Groene Partij is nog jong [de partij werd opgericht in 1981, red.] en maakte zich in het begin vooral sterk voor het milieu”, zegt Aylott.

„Maar de laatste jaren houden ze zich meer bezig met migratie, antidiscriminatie en racisme, en komen ze op voor de moslims – die in hun ogen altijd worden onderdrukt. Het is logisch dat ze een islamitische achterban hebben. Alleen hebben ze tot nu toe niet begrepen dat de waarden van hun achterban in conflict kunnen raken met hun andere waarden, zoals gelijkheid tussen man en vrouw.”

De twee partijleiders, Gustav Fridolin en Åsa Romson hebben nu gezegd bereid te zijn op te stappen als de kiescommissie van de partij andere leiders wil. „Ze begrijpen nu dat het tijd is voor een discussie binnen de partij”, zegt Aylott.