Zelf kiezen is cool, maar wilt u ’t echt?

Laat bij economen het woord keuzevrijheid vallen en gejuich stijgt op. Vraag gewone mensen wat zij van keuzevrijheid vinden en het gros zal zeggen: goed idee. Dat ik zelf mag kiezen wat ik koop. Zo ziet u maar: economen zijn net mensen. Maar wat doen mensen als de keuzes complexer worden? Ze haken af.

Een voorbeeld. Iedereen moet jaarlijks een zorgverzekering kiezen. Maar de afgelopen tien jaar dat deze keuzevrijheid bestaat heeft tweederde nooit een andere verzekeraar gekozen, blijkt uit de Zorgthermometer van Vektis, het informatiecentrum van de verzekeraars. In die tien jaar is 22 procent maar eenmaal gewisseld.

Maar hé, hoe zit het dan met het nieuws rond elke jaarwisseling over het aantal mensen dat wil overstappen? Als ik de Vektis-cijfers juist interpreteer, gaat dat steeds over dezelfde mensen: 1,5 procent van de verzekerden is vier maal of vaker veranderd, 3 procent drie maal.

Waarom is die keuzevrijheid ingevoerd? Het ziekenfonds en de particuliere ziektekostenverzekering zijn per 2006 vervangen door de vrijheid om je eigen verzekeraar te kiezen. Dankzij de keuzevrijheid, zo gaat de redenering, kúnnen klanten overstappen en dat zet verzekeraars onder druk om met de beste zorgpolissen tegen een acceptabele prijs te komen en zo blijft het zorgstelsel betaalbaar.

De keuzevrijheid is de kroon op de links-liberale filosofie dat elke burger graag participeert, zich informeert over de keuzes en dan de best passende beslissing neemt. In de zorg valt dat dus tegen. Vandaar de steeds weer terugkerende nostalgie bij grote groepen naar het ziekenfonds: vertrouwd, betrouwbaar, geen gedoe.

Overstappen naar een andere zorgverzekeraar kan al jaren, bijna niemand doet het

Wat gebeurt op andere markten? Sinds de liberalisering van de energiemarkt in 2004 is 49 procent van de consumenten overgestapt, meldde concurrentiewaakhond ACM vorige week. In 2015 stapte iets meer dan 15 procent van de mensen over. Ook hier geldt: overstappers stappen eerder dan anderen nog een keer over.

Ook bij de vernieuwing van de verplichte pensioenen zoemt het woord keuzevrijheid rond. Twee wetenschappers, Harry van Dalen en Kène Henkens, publiceerden daarover onlangs bij pensioendenktank Netspar een inzichtelijk onderzoek. Zij testten hoe serieus de voorkeur van mensen is om zelf keuzes te maken. Keuzes zoals: bij welk pensioenfonds wil ik aangesloten zijn? Wil ik zelf beleggingskeuzes maken?

Hun onderzoek wijst uit dat er een gemotiveerde groep doe-het-zelvers is die graag aan de slag wil. Favoriet (26 procent wil dat) is zelf je pensioenfonds kiezen. Maar de grootste groep bestaat uit welwillende belangstellenden die de complexe keuzes best in andermans handen willen leggen. Een variant op de huidige situatie.

Hoe pers je de gepassioneerde doe-het-zelf-minderheid en alle andere deelnemers in één pensioenstelsel? Die vraag moeten politici, werkgevers, werknemers en ouderen de komende tijd oplossen.

En hoe voorkom je vervolgens overbodige kosten?

Na lezing in het Vektis-verslag dat tweederde van de consumenten nog nooit is overgestapt, kijk ik met andere ogen naar de bedragen die zorgverzekeraars spenderen aan reclame en kosten om klanten te winnen. In 2014, het meeste recente cijfer van controleur NZa, ging het om 236 miljoen euro. Per premie betalende verzekerde: 18 euro. Anders gezegd: klanten die nooit overstappen draaien massaal voor deze kosten op. Dat is toch niet de zinnige en sobere gezondheidszorg die minister Edith Schippers (Volkgezondheid, VVD) voor ogen staat.