Voor de ziel of voor asiel?

Interview Marco Vos, Stichting Gave Kerken worstelen met asielzoekers die zich willen bekeren. Alle zielen zijn welkom, maar hoe weet weet je of iemand oprecht is in zijn geloof? Marco Vos van stichting Gave pleit voor een grondig dooptraject.

In de kerk Het Open Hof van de Pinkstergemeente in Deventer worden 12vluchtelingen uit Iran en Afghanistan gedoopt. Foto Kees van de Veen

Er zijn asielzoekers die zich twee keer laten dopen. Eerst in Griekenland, dan in Nederland. „Dat roept toch vraagtekens op”, zegt Marco Vos. Hij is zelf lid van zendingsgemeente ICF Amersfoort (christelijk-gereformeerd). Ook is hij beleidsmedewerker van Gave, een interkerkelijke stichting die kerken sinds de eerste vluchtelingenstroom in 1994 adviseert over de omgang met asielzoekers.

Vos is gespecialiseerd in schijnbekeringen. De kerk moet ervoor waken niet te worden misbruikt voor een verblijfsvergunning, vindt hij. Want: „Barmhartigheid gaat niet boven rechtvaardigheid.” Het risico op een „dubbele motivatie” voor een bekering is de afgelopen jaren gegroeid, zegt Vos, omdat asielzoekers vaker een verblijfsvergunning krijgen als ze hun geloof niet vrij kunnen belijden in hun land van herkomst. Vooral in Iran en Afghanistan lopen christenen gevaar.

Sommige kerken dopen snel, zonder dat ze de vluchteling goed kennen. Waarom doen ze dat?

„Toen er vorig jaar in Zaanstad een nieuwe vluchtelingenopvang geopend werd, wilde een kerk in de buurt uit enthousiasme vrijwel direct dopen. Ze denken: wat leuk, er wil iemand christen worden. En hij heeft een goed verhaal, dus waarom niet? De opvatting is: als je gelooft, mag je gedoopt worden en dan leer je daarna wel wat het inhoudt. Bij Gave vinden we dat je dat bij vluchtelingen niet zo moet doen. Een grondig dooptraject is van belang.”

Hoe achterhaalt een kerk of een asielzoeker oprecht is in zijn geloof?

„Veel vluchtelingen noemen hun doop als het moment dat ze christen zijn geworden. Het gevaar daarvan is dat ze daarna denken: nu ben ik klaar. Iraniërs bijvoorbeeld denken vaak dat bekeren een kwestie is van moslimjasje uit, christenjasje aan. Maar zo simpel is het niet. Wij geloven in innerlijke verandering. Over het algemeen raden wij een dooptraject van zo’n zes maanden aan, met Bijbellessen en intensief contact.”

Hoe beoordeel je zoiets als innerlijke verandering?

„Ik zie het om mij heen gebeuren. Een Iraanse jongen uit de noodopvang in Amersfoort zei dat hij vroeger neerkeek op schoonmakers. Nu wil hij ze helpen. Dan denk ik: blijkbaar landt er iets. Dat soort getuigenissen horen we veel. Je kan het ook merken aan de opmerkingen die mensen tussendoor bij Bijbelstudie maken, over hoe anders ze sinds hun bekering op situaties reageren. Dat is niet alleen omdat wij zo aardig zijn. Een hele geruststelling is dat ook bij Syrische moslims de belangstelling voor het christendom groot is. Zij hebben het geloof niet nodig voor hun verblijfsvergunning.”

Waar komt die belangstelling bij moslims voor de kerk vandaan?

„God is aan het werk in het Midden-Oosten. De kerk groeit er, hoewel christenen worden vervolgd. Een vluchteling hoorde in Libanon het verhaal van Jezus die de storm stilt. Toen hij op een bootje naar Lesbos zat, werd de stormachtige zee plotseling stil. Mensen die zoiets meemaken, vragen direct waar de kerk is. Ze weten niks, maar zijn wel erg geraakt. Het is aan kerken ervoor te zorgen dat deze vrucht bij hen tot bloei komt. Omdat het bijzonder is dat deze mensen zich met het christendom verbonden voelen, terwijl de kerken in het Westen leger worden.”

Veel asielzoekers komen met het geloof in aanraking via vrijwilligers in de opvang. Is de ene kerkelijke stroming actiever in het werven van vluchtelingen dan de ander?

„Er zijn vooral verschillen tussen christenen. Er zit altijd wel iemand tussen die het verhaal van Jezus deelt. Als je als kerk zo’n type hebt, dan komen de vluchtelingen wel. Dat hangt ook af van iets simpels als de locatie of de betrokkenheid van de kerk zelf – zijn er tolken aanwezig, is er vervoer naar de opvang. En soms speelt het toeval: bij een kerk in ’s-Gravendeel belde een groep van elf Iraniërs gewoon aan. Er is wel een verschil in opvatting over hoe je Gods liefde deelt. Zit dat in wat je doet, of gaat dat ook via woorden? Over het algemeen zijn de Bijbelgetrouwen, de evangelisten, meer van het verspreiden van de boodschap. Zij zien de Bijbel als weg van de redding. Zij gaan ook sneller over tot doop.”

Heeft u een beeld van hoe het vluchtelingen begaat nadat ze zijn bekeerd?

„Volhouden is best moeilijk voor deze mensen. Je ziet veel dat ze na verloop van tijd niet meer naar de kerk gaan. Dat betekent niet dat hun bekering niet oprecht was. Sommigen ervoeren het als prettig dat christenen hen welkom heetten, maar vinden dat God tegenvalt. Anderen raken in een depressie omdat ze hun land kwijt zijn. Na de procedure worden vluchtelingen bovendien verspreid over het land, vaak ver weg van de kerk waar ze gedoopt zijn.”

Hoe controleert de IND of een bekering oprecht is?

„Tot een paar jaar geleden werd er vooral naar feiten gevraagd; een soort Bijbelquiz. Daar hebben we tegen gevochten, want het gaat om het proces. Je moet de goede vragen stellen. Dat is nog steeds moeilijk. Ze vragen bijvoorbeeld: waarom ben je niet katholiek geworden? Ja, er liep toevallig geen katholieke vrijwilliger rond in het azc. Of ze vragen naar de naam van de kerk, terwijl veel asielzoekers alleen geïnteresseerd zijn in de route ernaartoe. Ze vragen ook naar nummers van psalmen. Maar kerken hebben tegenwoordig beamers, niemand kent die nummers meer.”

Welke rol speelt de kerk bij de beoordeling van de IND?

„Kerken kunnen een verklaring meegeven over het geloofsproces van de asielzoeker. De IND weet: Achmed kwam in kerk x en werd op die datum gedoopt, de kerk kan dan wat vertellen over het voortraject. Dat is een relevant verhaal. Je moet een bekering grondig en zorgvuldig toetsen. De IND mag best kritische vragen stellen. Open vragen, zoals: wat is er veranderd in uw leven sinds u gelooft?”

Zouden kerken de IND moeten informeren als ze, na de procedure, ontdekken dat een bekering op valse gronden heeft plaats gevonden?

„Dat is heel ingewikkeld. Laatst hoorden we dat een Afghaanse jongen achteraf zei: ik ben alleen christen voor mijn verblijfsvergunning. Moet je dat melden? Je zit ook met een relatie met mensen. Het is bovendien niet altijd zo zwart-wit. Sommige vluchtelingen worden opgeslokt door het leven en komen niet meer naar de kerk. Dan kun je niet zeggen dat het geloof weg is.

„Ik denk dat het wijzer is om te zeggen: als de IND ernaar vraagt, geef je eerlijk antwoord. We zijn er niet op tegen als ze het bijvoorbeeld na drie jaar zouden toetsen. Dat kan een extra motivatie zijn voor bekeerlingen om te groeien in hun geloof. We hebben destijds gepleit voor meer bescherming van christenen uit moslimlanden, dan moeten we er ook integer mee omgaan.”