Column

Trans-zijn is een kwestie van identiteit, niet van seks

Dit is een boodschap van liefde, als het ware. In ieder geval geen verongelijkt bericht van een gemarginaliseerde burger die zich beledigd voelt. Niet een lont in het kruitvat, geen verongelijkt gezeur, maar een nederige dienst die ik het vaderland bewijs. Omdat ik het beste voorheb met de accuratesse op het gebied van maatschappelijke categorisering, zeg maar. Het gaat over transseksualiteit.

Aan de toenemende stroom artikelen over het onderwerp valt me namelijk op dat de schrijvers ervan collectief het spoor bijster zijn. Zo denken vrijwel alle verslaggevers van serieuze komaf dat transmensen in de prostitutie werken.

Een willekeurig bericht uit een willekeurige krant: „In Turkije zijn transgenders vaak vogelvrij, ook voor de politie. En in Engeland en Frankrijk worden prostituees opgepakt bij acties tegen mensensmokkel.”

Nu is die associatie met prostitutie niet voorbehouden aan transseksuelen of de ruimere groep van transgenders. Bij een olala-onderwerp wordt het denken van verslaggevers al gauw wazig. Zo las ik laatst een stuk over seksschandalen in de Engelse politiek waarin de ene politicus werd beticht van een affaire met een professionele dominatrix en de andere van een relatie met een Spaanse actrice. Och, wat zou de wereld een paradijs zijn als niet iedereen meteen visioenen van betaalde seks kreeg bij het zien van Spaanse actrices of transgenders.

U weet het, ik had beloofd accuraat te zijn. Laat ik dus meteen één ding duidelijk maken. Trans-zijn is een kwestie van identiteit. Niet van seksualiteit. Niet van seks. Niet van liefde. Het zegt niets over je romantische toeneigingen of lagere lusten. Beantwoord je de vraag of je trans bent, dan weet nog niemand of je homoseksueel bent, heteroseksueel of misschien wel helemaal nooit aan seks doet. Dan kunnen tegenwoordig alle verslaggevers wel steevast de transgender ten tonele voeren in hun artikelen over geslachtsziekten, maar dat zegt echt net zo weinig als een bericht over geslachtziekten bij Spaanse actrices.

Trans-zijn is een kwestie van identiteit, niet van seksualiteit, en dus is er ook geen enkele reden om in ieder artikel over homorechten of homoseksualiteit te beginnen. Je krijgt een artikel voorgeschoteld over transvrouwen die met hun man samenleven en die ook verder zo hetero zijn als maar mogelijk is: mooi artikel, maar waarom wappert daarboven het banier van de homoseksualiteit?

Ter verdediging van de arme verslaggevers moet ik meteen toegeven dat er verwarring is geschapen door politieke correctheid. Vroeger kon je braaf opkomen voor overzichtelijke achterstandsgroepen als homo’s en lesbische vrouwen. Maar toen voegden wereldverbeteraars de T toe aan de afkorting LHB en sindsdien kun je geen goedbedoeld stuk meer schrijven over onderdrukking, infecties of andere ellende in het betreurenswaardige bestaan van lesbiennes, homo’s en biseksuelen of je moet de transseksuelen wel meeslepen in hun ondergang.

Waarom dan opeens die T toegevoegd? Ik denk dat het de wens tot inclusiviteit is geweest. Zoals we sinds kort ook niet alleen Pasen vieren, maar een algemeen feest dat ‘voorjaar’ heet. Opdat iedereen zich erin kan herkennen. En die inclusiviteit is beslist mooi. Niets ten nadele daarvan. Maar voorjaar blijft toch wezenlijk iets anders dan Pasen en je moet niet ieder aspect van de lente als een vorm van opstanding willen zien. Ik bedoel, de gedachte achter toevoeging van de T aan de LHB is mooi, maar identiteit is wezenlijk iets anders dan seksualiteit en je moet niet in iedere beschrijving van iemands identiteit over seks willen beginnen.

Vergeef me. De schrijvers van al die stukken moeten me maar niet kwalijk nemen dat ik een beetje de spot met ze drijf. Het is nu eenmaal aandoenlijk en grappig, het geworstel van verslaggevers met de identiteit van de transseksueel. Ze komen een transman tegen met volle baard, lage stem en overal spieren en zoeken wanhopig naar een rest van zijn verleden. „Alleen als hij lacht kruipt er een glimp van vrouwelijkheid over zijn met rimpels doortrokken gezicht.” Geef toe, dat is een zin om uit te knippen en te bewaren.

Ik bedoel eigenlijk niets meer dan dat het verwarrend is voor de lezers van al die stukken om voortdurend geconfronteerd te worden met seks als ze argeloos op zoek zijn naar kennis over man of vrouw. En dat is dus het enige wat ik hier vandaag wilde voorstellen. Om in het vervolg T-stukken te schrijven over T-mensen. L- en H-stukken over L-en H-mensen. Prostitutiestukken over prostitués. En om dan de geslachtsziektenstukken uit te besteden aan het soort tijdschriften dat u en ik toch nooit lezen.