Tegen iedereen

“Dat de joden en zigeuners werden gedood, toch?” zei een meisje. „Dus dat was alles wat er gebeurde in de Tweede Wereldoorlog?” vroeg ik verbouwereerd. De klas knikte aarzelend. Toen ik vervolgens vroeg hoe hun opa’s en oma’s leefden tijdens de bezetting, werd het stil.

ellendeckwitz0
Al hun grootouders waren van ná de oorlog. Geen wonder dat mijn leerlingen maar een vaag vermoeden hadden van wat er in die tijd speelde. Het waren weliswaar brugklassers maar ik was toch wel een beetje geschrokken, en moest bovendien denken aan wat de Duitse cultuurwetenschapper Jan Assmann in Das Kulturelle Gedächtnis (1992) schreef over geschiedschrijving. Na een historische gebeurtenis die voor verschillende groepen van belang is, volgt altijd een strijd om betekenistoekenning. Als de laatste ooggetuige is overleden, wordt de gebeurtenis opgenomen in wat Assmann het culturele geheugen noemt: een geïnstitutionaliseerde vorm van herinnering. Afgebakend en klaar voor het geschiedenisboek. Er zijn immers geen ooggetuigen meer om hun verhaal aan toe te voegen. Of om de algemeen geaccepteerde versie van wat er gebeurde,nog te betwisten.

Mijn vader heeft de Tweede Wereldoorlog bewust meegemaakt. Joodse vriendjes verdwenen, maar ook talloze niet-Joodse dorpsgenoten die in Duitsland te werk werden gesteld. In de praktijk kwam dat neer op slavernij. Een deel keerde niet meer terug. Hele gezinnen, joods, katholiek, socialistisch, werden erdoor ontwricht. Mijn vader heeft razzia’s gezien. Hij zag hoe een hooiberg waarin jonge communisten schuilden, in brand werd gestoken. Nog steeds heeft hij nachtmerries over brandende huizen.

Het klonk als een sprookje, maar het was doorgeven

Dat de oorlog niet alleen bepaalde groepen maar de gehele bevolking raakte, heeft mijn vader er bij ons wel ingestampt. Je werd niet alleen vanwege je afkomst weggevoerd, maar ook vanwege je overtuigingen. Communisten, Christenen, intellectuelen, vrijdenkers: ook zij werden uitgeroeid. Het was de systematische vernietiging van diversiteit.

En nu stond ik tegenover een groep jongeren, die dachten dat deze oorlog alleen raciale, en niet culturele genocide betrof. Of ik kon met hen haiku’s gaan schrijven (wat eigenlijk de bedoeling was). Of ik kon hen gaan vertellen wat ik wist over de Tweede Wereldoorlog, en waarom dat nog meer was dan een afschuwelijke jacht op joden en zigeuners. Dat het een oorlog tegen iedereen was, man, vrouw, blank, donker, jood, moslim. De leraar Nederlands die erbij zat, voelde aan waar ik heen wilde en knikte.

„Er was eens,” begon ik. Het klonk als een sprookje, maar het was doorgeven. Als je uit ‘overleveren’ de ‘er’ schrapt, krijg je overleven.