Nasrdin Dchar: ik wil dit doen, juist omdat Nederland mijn land is

Theater Na de Dam Theater Na de Dam staat na de Dodenherdenking stil bij de Tweede Wereldoorlog. „Er zijn – helaas – parallellen tussen toen en nu.”

En wéér is Theater Na de Dam fors gegroeid. Met bijna tachtig voorstellingen door het hele land, veelal zelf geïnitieerd door gezelschappen en theaters, kunnen organisatoren Jaïr Stranders en Bo Tarenskeen wel concluderen dat er een nieuwe theatertraditie staat.

Foto ANP / Koen van Weel

Nasrdin Dchar slaat in zijn optreden in Carré nadrukkelijk een brug tussen toen en nu. Foto ANP / Koen van Weel

Begonnen ze zes jaar geleden bescheiden met negen projecten in Amsterdam, nu zijn daar alleen al 28. Stranders: „In het begin moesten we lobbyen en leuren, en steeds opnieuw ons idee uitleggen. Intussen meldden gezelschappen en theaters uit het hele land zich.” Een goed voorbeeld vinden de twee Maastricht. „Toneelgroep Maastricht aarzelde lang, omdat 4 mei er minder speelt – het zuiden is eerder bevrijd. Maar de nieuwe artistieke leiding daar besloot meteen: dit is belangrijk, wij haken aan.”

Nacht Na de Dam 2015 in de Stadsschouwburg Amsterdam, dit jaar in Carré.

Nu brengt Toneelgroep Maastricht op 4 mei om negen uur een theatrale lezing van het stuk Montyn, naar de roman van Dirk Ayelt Kooiman. „Het is een gebeurtenis van groot historisch en maatschappelijk belang”, zegt Tarenskeen. „En het enige moment in het jaar dat alle theatermakers en gezelschappen in het land voor even zijn verenigd. Ik vind dat mooi.”

Op Theater Na de Dam worden op 4 mei om negen uur, vlak na de Dodenherdenking, overal in het land stukken gespeeld en gelezen waarin de Tweede Wereldoorlog centraal staat. Op deze editie staat de Joodse toneelschrijfster en dichter Judith Herzberg centraal. Zij schreef speciaal een nieuwe monoloog, De Linkshandigen: een aanvankelijk lichtvoetige parabel over stigmatisering (linkshandige toeschouwers mogen na afloop met een speciale tram naar huis).

Invalshoek en aanpak verschillen sterk: waar Toneelgroep Amsterdam delen uit Herzbergs toneelstuk Leedvermaak leest, een autobiografisch verslag van een tweede-generatie-oorlogstrauma, zoomt de opera EICHMANN van de Diamantfabriek juist in op het daderperspectief.

Tekstlezing door Toneelgroep Amsterdam, dit jaar uit stukken van Judith Herzberg.

Door het hele land zijn speciale jongerenprojecten, 21 in totaal, waarbij ruim 200 jongeren ouderen in hun buurt interviewden over de oorlog. Ook dat levert uiteenlopende verhalen op: over de Roma en Sinti (Sittard), of een verdwenen NSB-gezin (Rotterdam). Die verscheidenheid is goed, vinden de initiators. Tarenskeen: „Er is ruimte voor elk aspect van de Tweede Wereldoorlog. Oók voor discussie, en de vraag of de herdenking hypocriet is, zoals Typhoon vorig jaar stelde bij zijn optreden in Carré.” Juist de kritische reflectie op het fenomeen herdenken – hoe, en met wie? - juicht de organisatie toe. Er is eigenlijk maar één voorwaarde: Theater Na de Dam gaat echt over de Tweede Wereldoorlog.

De oorlog is voor ons echt het ijkpunt, het anker

Jaïr Stranders, mede-organisator

Dit jaar kreeg de organisatie meer dan ooit de vraag hoe bindend die voorwaarde was. Stranders: „Veel jonge theatermakers willen nu iets maken over Syrië, de vluchtelingenstroom, de Europese opkomst van extreem-rechts. Wij zeggen dan: verhoud je eerst maar eens tot die oorlogsperiode, dan zal je zien dat de actualiteit vanzelf mee resoneert. De oorlog is voor ons echt het ijkpunt, het anker. De parallellen met andere oorlogen of het heden volgen dan vanzelf.”

Scène uit toneelstuk Een oorlog om in te wonen, vorig jaar op 4 mei in première, vandaag in Corrosia, Almere en op 4 mei in Theater Kikker, Utrecht.

Nasrdin Dchar, Nederlands acteur van Marokkaanse komaf, slaat in zijn optreden in Carré woensdag nadrukkelijk een brug tussen toen en nu. In een emotionerende maar ook ingetogen tekst toont hij analogieën, bijvoorbeeld in de taal. „Destijds sprak men van ‘ontjoden’, nu over de-islamisering. Toen werd gesproken over ‘een plaag’, nu over ‘een tsunami’.” Dchar weet dat vergelijken gevoelig ligt, en dat er bij sommige groepen misschien scepsis bestaat over zijn bijdrage aan de dodenherdenking. „Ik heb wel gedacht: heb ik wel het recht om hier te staan? Mijn familie is natuurlijk pas sinds de jaren zestig in Nederland.” Maar het antwoord was toch een volmondig ja. „Juist omdat Nederland mijn land is, wil ik dit doen. Als ik het niet doe, sluit ik mezelf uit.”

En als hij het dan toch mag zeggen, woensdag in Carré: ja, er zijn - helaas - parallellen tussen toen en nu. „Vooral de huidige neiging tot stigmatisering baart mij zorgen. We reduceren elkaar – opnieuw - tot ras, herkomst, geloof, bloed. We vergeten de ander vaak te zien als mens, een mens met dromen, hoop, angsten en verlangens, net als wij.”

Stranders en Tarenskeen zijn zich ervan bewust dat zo’n vergelijking – hoe relevant ook - pijnlijk kan zijn voor nabestaanden met een Joodse achtergrond. „De herdenking ligt uiterst gevoelig”, zegt Tarenskeen. „Velen voelen zich miskend; Joodse Nederlanders vinden dat het te veel over de veteranen gaat, veel leden van de Indische gemeenschap vinden juist de Joden weer te dominant. Wat wij proberen is om al die groepen te verenigen in één brede maatschappelijke traditie, waarin alle perspectieven aan bod kunnen komen.”