Mede-ontdekker van de koolstofkooien

Harry Kroto (1939-2016)

De Britse chemicus die samen met anderen de buckybal ontdekte, haalde zijn inspiratie uit de kunst.

De Britse chemicus Harry Kroto in de jaren negentig. Foto www.kroto.info

Zestig koolstofatomen in de vorm van een voetbal. Dertig jaar na de ontdekking ervan is buckminsterfullereen nog steeds het vreemdste molecuul dat echt bestaat. De Britse chemicus Harry Kroto ontdekte de ‘buckybal’ in 1985, samen met Robert Curl en Richard Smalley. In 1996 won het drietal er de Nobelprijs voor Scheikunde voor.

Buckybalontdekker Kroto overleed dit weekend op 76-jarige leeftijd. Kroto was de zoon van een joodse ballonnenmaker. Zijn ouders waren in de jaren 30 voor de nazi’s naar Groot-Brittannië gevlucht. Kroto studeerde scheikunde aan de University of Sheffield en werkte van 1967 tot 2004 aan de University of Sussex. Naast chemicus was Kroto ook kunstenaar, logo-ontwerper en overtuigd humanist.

De ontdekking van buckminsterfullereen was het resultaat van een toevallige samenwerking. De Amerikaan Richard Smalley had in Houston een lab met dure apparaten, de Brit Kroto had een plan: hij wilde koolstof verdampen, om te zien of er rond sterren koolstofverbindingen konden ontstaan.

Dat gebeurde. Een mysterieus molecuul met zestig koolstofatomen was de meestvoorkomende en stabielste verbinding. Hoe zag dit molecuul eruit? Kroto zou in discussies het werk van Amerikaanse architect Buckminster Fuller hebben genoemd, die met combinaties van vijfvlakken en zesvlakken koepels bouwde. Na veel gepuzzel bleek dat voor een bolle kooi die uit 12 vijfhoeken en 20 zeshoeken bestaat, net als een voetbal, precies zestig koolstofatomen nodig zijn.

Het onderzoek naar fullerenen nam begin jaren 90 een vlucht. „Buckminsterfullereen gaf een compleet andere kijk op koolstofverbindingen”, zegt Gerard Meijer, collegevoorzitter van de Radboud Universiteit in Nijmegen, die zelf fullerenen heeft onderzocht. „Het moderne werk aan grafeen en nanobuisjes komt in die zin voort uit het fullerenenonderzoek.”

Voor Kroto was wetenschap ook zonder toepassing mooi en de moeite waard, maar hij dacht niet dat leken dat volledig konden vatten. Op een bijeenkomst van Nobelprijswinnaars in 2011 zei hij: „Wiskunde is de enige taal waarin het universum spreekt. Voor wie die taal beheerst, is wetenschap van ultieme schoonheid en spiritueel verheffend.”