Laat Bokito buiten de mensenrechten, Rutte

Rutte over Turkije Steeds vaker worden mensenrechten neergezet als overdreven gedoe, schrijft hoogleraar migratierecht Thomas Spijkerboer.

Mensenrechten worden steeds belangrijker als fundament van onze samenleving. De Nederlandse Grondwet opent sinds 1983 met een hoofdstuk over grondrechten, met gelijke behandeling en non-discriminatie voorop. De EU kondigde in 2000 een Handvest van Fundamentele Rechten af, dat in 2009 juridisch bindend werd. Dat zijn formele zaken, maar ze werken door in de alledaagse werkelijkheid. Wie moslims op hun plaats wil zetten grijpt naar de gelijke rechten van vrouwen en homo’s, die zij niet en wij wel zouden hebben. Het is daarom opvallend dat de mensenrechten ook steeds vaker worden weggerelativeerd. Premier Rutte legde vrijdag uit waarom hij Turkije niet publiekelijk aanspreekt op de vrijheid van meningsuiting en persvrijheid vanwege de arrestatie van Ebru Umar met de woorden „Bokitogedrag gaat ons nergens brengen”. Dat past in een trend. De afgelopen weken kwamen mensenrechtenorganisaties Amnesty International, Human Rights Watch en Syrian Observatory for Human Rights met gedocumenteerde rapportages over ernstige schendingen van mensenrechten door Turkije tegen Syrische vluchtelingen – van stelselmatig tegenhouden en terugsturen naar Syrië, tot en met het doodschieten van vrouwen en kinderen. Rutte en minister Koenders spraken steeds van „geruchten”. Ze hadden het nagevraagd bij de Turkse autoriteiten, en die hadden hen verzekerd dat er niets aan het handje was. Er was „geen enkele reden om met een verwijtende vinger naar Turkije te wijzen”. Nu zou je kunnen denken dat deze uitlatingen wel ongelukkig zijn, maar alleen samenhangen met de vluchtelingendeal tussen Europa en Turkije. Maar dat miskent dat het hier enkel gaat om een escalatie van iets wat al langer aan het opbouwen is. De politicus die tijdens een verkiezingsbijeenkomst beloofde dat er „minder, minder” leden van één bepaalde bevolkingsgroep zouden komen voert de peilingen aan. VVD en CDA pleiten voor minder rechterlijke toetsing aan grondrechten.

Mensenrechten zijn, net als alle rechtsregels, altijd voor meerderlei uitleg vatbaar. Het is de vraag of je er ook twee kanten tegelijk mee op kan. Dat proberen Nederlandse politici wel, door de volumeknop op beide punten steeds verder open te zetten. Er wordt steeds harder geroepen hoe belangrijk mensenrechten wel niet zijn. En op steeds schellere toon worden mensenrechten neergezet als overdreven gedoe – met Bokito als voorlopig dieptepunt. De dissonantie wordt sterker, en net als in de muziek moet die een keer worden opgelost. Ofwel Nederland voegt zich in het kamp van lieden als Poetin en Erdogan, die mensenrechten flauwekul vinden. Ofwel Nederland keert terug naar de lijn van politici als Max van der Stoel, die zonder stemverheffing maar onbuigzaam hamerden op het belang van mensenrechten.