Komt er nóg een referendum in Schotland?

Verkiezingen Schotland Het moet gek lopen willen de nationalisten donderdag niet winnen.

De Schotse premier Nicola Sturgeon en haar Scottish National Party (SNP) zijn hartstochtelijk voorstander van onafhankelijkheid voor Schotland. Foto Andy Buchanan/AFP

Als het aan de nationalisten had gelegen, was Schotland nu onafhankelijk. Aangedreven door de olie zou Schotland zijn eigen weg in de wereld vinden – zonder Engeland, Wales en Noord-Ierland.

Het liep anders. 55 procent van de 5,3 miljoen Schotten stemde in september 2014 tegen onafhankelijkheid. Maar goed ook, verzuchten zij nu: de olieprijs kelderde sindsdien van 102 dollar per vat naar 47 dollar.

Maar waar de olieprijs daalde, steeg de populariteit van de verliezers van toen, de Scottish National Party (SNP). Deels door ongelukkige uitspraken van premier David Cameron, die enkele uren na het referendum niet de Schotten toesprak, maar de Engelsen beloftes deed. De verliezer werd zo de morele winnaar.

Donderdag moet het wel heel gek lopen, willen de nationalisten niet weer de grootste partij in het Schotse parlement worden. Vorig jaar won de SNP bij de Lagerhuisverkiezingen al 56 van de 59 Schotse zetels.

Onafhankelijkheid is echter maar deels de reden van die populariteit. In het kiesdistrict Edinburgh Western bijvoorbeeld, dat ‘nee’ stemde, lijkt Toni Giugliano te gaan winnen. De energieke dertiger deelt foldertjes uit met wel 131 beloften die de SNP heeft waargemaakt. „We kunnen trots zijn op onze staat van dienst”, zegt hij. En:

„Het is voor iedereen heel duidelijk dat deze verkiezingen gaan over wie er regeert, niet over een nieuw onafhankelijkheidsreferendum.”

„De SNP doet het zo goed omdat ze haar campagne heeft losgekoppeld van de onafhankelijkheidskwestie”, beaamt politicoloog Lynn Bennie van de University of Aberdeen. „Ze zegt op te komen voor de Schotse belangen en toont zich een bekwame regeringspartij.”

Al heeft de SNP ook geluk. De oppositie is zwak: Labour en de Conservatieven strijden openlijk om de tweede plaats. De Liberaal-Democraten voelen nog altijd het effect van regeringsdeelname, de UK Independence Party (UKIP) heeft last van een impopulaire Schotse voorman. Alleen de Greens, die ook voor onafhankelijkheid zijn, zouden stemmen van de SNP kunnen afsnoepen.

Het verval van Labour

Vooral de inzinking van Labour is van belang: tot 2011 was dat de natuurlijke regeringspartij. Maar dat de partij zich voor het onafhankelijkheidsreferendum lieerde met de in Schotland sinds Margaret Thatcher gehate Conservatieven heeft Labour weinig goed gedaan. Al zette het verval ruim voor die tijd al in: lang vertrouwde de partij op de macht die ze had in gemeenteraden, niet op het rekruteren van nieuwe leden, uit de professionele middenklasse zoals in Engeland gebeurde. Terwijl het Schotse parlement steeds belangrijker werd.

En onderwijl werd de SNP een brede, niet louter nationalistische partij. In de woorden van politicoloog Bennie „een verkiezingsmachine met een anti-establishmentboodschap”. Ze zegt:

„De SNP is het politieke equivalent van een middelvinger opsteken naar Londen. Bij alle kritiek kunnen ze wijzen naar de bezuinigingspolitiek van Westminster.”

Het commentaar op de partij groeit wel. De nationalisten blijken als regeringspartij minder radicaal dan aan linkerzijde werd gehoopt. Met name de weigering van de Schotse premier Nicola Sturgeon om volgend jaar, wanneer Schotland zelf inkomstenbelasting kan heffen, die belasting voor inkomens boven de 150.000 pond te verhogen van 45 naar 50 procent, valt op.

Op straat wordt SNP-kandidaat Giugliano daar ook naar gevraagd. „Je moet realistisch zijn en naar de impact kijken.” Die is volgens de partij dat rijke Schotten zich om belastingredenen in Engeland zullen vestigen, en Schotland daardoor 30 miljoen pond per jaar aan inkomsten misloopt.

De SNP is het politieke equivalent van een middelvinger naar Londen

Giugliano begint dan over de Britse minister van Financiën, die „bonussen beschermt in plaats van diegenen aan te pakken die de crash veroorzaakten”. Hij zegt:

„Wij kunnen hier alleen maar werken met de bevoegdheden die we hebben, en dat zijn er nog steeds niet genoeg. Het gaat erom wie er nu het meest bekwaam is voor Schotland op te komen. Dat zijn wij.”

In de wijk zelf klinkt een ander geluid. Barry Neill (42) staat met zijn dochtertje in een speeltuin. Hij zegt: „Ze zijn lang niet volmaakt, maar op dit moment het minste kwaad.” En: „Hoe heet die Labour-mevrouw ook weer? Dat is toch geen oppositie?”

Lorna Murchinson (50) noemt zichzelf een „traditionele Labour-aanhanger”, maar ook zij zal SNP stemmen , omdat „ze niet slechter zijn voor Schotland dan de alternatieven”. Ze stemt op de nationalisten „ondanks hun pleidooi voor onafhankelijkheid”. „Het is véél te vroeg om het daar weer over te hebben.”

Maar die onafhankelijkheid is wel de raison d’être van de SNP. Premier Sturgeon heeft al gezegd in de zomer een „nationaal gesprek” te houden over het thema, om erachter te komen waarom de Schotten die „door ons overgehaald hadden willen worden” uiteindelijk „onze argumenten niet overtuigend genoeg vonden”.

De omstandigheden kunnen ook tot een onafhankelijkheidsreferendum leiden. De kans is groot dat de relatief pro-Europese Schotten in juni vóór de EU stemmen, maar dat de eurosceptischere Engelsen voor een Brexit zijn, en door hun massa – ze zijn met 53 miljoen – de doorslag geven. „Als wij tegen onze wil uit de EU worden gehaald, wil ik de Schotten de kans geven ons EU-lidmaatschap te beschermen door opnieuw naar onafhankelijkheid te kijken”, zegt Sturgeon. Een nieuw referendum wordt dan „zeer goed mogelijk”.