Koekfabriek wordt enorm drugslab

Vier mannen krijgen tot drie jaar cel voor de productie van speed in een loods in Hoogerheide.

De politie doet onderzoek in het drugslab in Hoogerheide, in 2014. Maandag kregen de vier verdachten celstraffen opgelegd. Foto Marco de Swart/ANP

In een flits rent Arthur K. van een afgelegen loods in Hoogerheide naar zijn auto, en drukt het gaspedaal vol in. Hij vlucht richting België. Ver komt hij niet, in de haven van Antwerpen rijdt de achtervolgende politie hem klem. K.’s armen voelen vet aan en hij stinkt naar chemicaliën. De politie besluit om de loods binnen te vallen. Agenten treffen een drugslab aan van „bijna industriële omvang”.

Een half uur eerder was K. nog in gesprek met de brandweer, die was afgekomen op een melding in het Brabantse Hoogerheide. Er is rook gezien uit een afgelegen loods op het bedrijventerrein. Het is maandagavond 14 juli 2014, de dag na de WK-finale tussen Duitsland en Argentinië.

Als de brandweermannen onder de rolluiken proberen te kijken, om te zien waar de rook vandaan komt, komt de dan 48-jarige Rotterdammer Arthur K. de hoek om. K. kijkt naar de brandweermannen. „Er is niks aan de hand”, zegt hij. „Ze hebben hier net alleen wat vaten schoon gespoten.” Dan ziet K. een politieauto aan komen rijden, en sprint weg.

In paniek op het dak geklommen

Drie jaar cel krijgt Arthur K. maandag voor zijn aandeel in het drugslab van Hoogerheide. Justitie ziet hem als de leider van het „kolossale” laboratorium. K. zou het lab niet alleen hebben gerund, als de politie hem heeft klemgereden blijken drie anderen in paniek op het dak van de loods te zijn geklommen. De politie pakt ook hen op, hoewel een van de verdachten nog van het metershoge dak afspringt en daarbij zijn hielen verbrijzelt. De drie mannen moeten voor achttien maanden de cel in.

Agenten kijken verbijsterd rond in de loods. Volgens rechercheurs van de politieregio Zeeland-West-Brabant is het lab „met kop en schouders” het grootste dat ze de laatste vijf jaar hebben ontdekt – een van de grootste labs ooit in Nederland. Ontmantelingsspecialisten hebben twee dagen nodig om de boel op te ruimen.

Ze vinden tientallen containers voor chemicaliën, elk met een inhoud van duizend liter. Er staan grote vaten, overal lopen gekleurde slangen en er hangt een penetrante chemische lucht. In de loods wordt amfetamineolie gemaakt, dat na toevoeging van zout als speed kan worden verkocht. De grondstof van amfetamineolie, BMK, wordt er ook geproduceerd.

Dat alles in een loods in Hoogerheide, een oude koekfabriek, die haast gebouwd lijkt om er illegale activiteiten uit te voeren. Weggestopt in een hoekje van het bedrijventerrein, de enige manier om er te komen is via een smal weggetje, dat alleen met een duidelijke routebeschrijving snel te vinden is. Binnen zijn douches, een klein aanrecht, en een bovenverdieping, waar ze naar WK-wedstrijden konden kijken. Werknemers van nabijgelegen bedrijven weten niet beter of er zit een groothandel. Ze zien af en toe een grote gele vrachtwagen, mensen laten zich weinig zien.

„We zagen sommige van die jongens af en toe buiten een sigaretje roken”, vertelt een medewerker van een garage in de buurt. „Het zal wel, denk je dan. Het maakt je wel boos als je dan later bedenkt dat daar een gevaarlijk chemisch proces aan de gang was, de boel had zomaar kunnen ontploffen.”

Hoewel de organisatie van het enorme lab groter lijkt dan alleen de vier aangehouden mannen, zegt justitie in dit onderzoek te kiezen voor de „korte klap”. De vervolging wordt toegespitst op de vier mannen die aangehouden worden, met Arthur K. als belangrijkste pion. De Rotterdammer is verschillende malen eerder in aanraking gekomen met drugsgerelateerde zaken, waaronder een transport van harddrugs in Duitsland.

Schoonmaken in de stank

De drie medeverdachten vallen vooral op door hun problemen. De 51-jarige Rotterdammer Jan P. leefde jarenlang op straat, de 25-jarige Ayrton O. uit Den Hoorn had een enorme gokschuld en de 29-jarige Michael Z. zit volgens een verklaring van zijn ouders „in een negatief sociaal netwerk”: „Hij is aan het afglijden.”

De drie die op het dak zijn geklommen, houden in verhoren de lippen op elkaar. Ja, ze waren aanwezig in het lab, dat geven ze toe. Maar ze hadden geen idee dat daar drugs werden gemaakt, hun enige taak was schoonmaken.

Het stonk er nogal, vandaar dat van enkele mannen DNA op de gasmaskers is aangetroffen. Die gebruikten ze tegen de stank. Van wie de mannen moesten schoonmaken, dat kunnen ze niet zeggen. En nee, ze gaan ook niks over elkaar verklaren.

Ook de vermeende leider van het stel, Arthur K., houdt vol niks met de productie van het lab te maken te hebben. Hoewel het volgens de brandweer niet anders kan dan dat hij van binnen naar buiten kwam om poolshoogte te nemen, zegt K. zelf dat-ie niks van dat hele lab afwist.

„Ik was daar om een auto te halen van een van de jongens. Ik ben gewoon nooit binnen geweest”, zo zegt K. enkele malen in de rechtszaal. Ja, hij had rubberlaarzen aan, terwijl het midden in de zomer was, maar dat was omdat hij eerder zijn voeten had verbrand bij een barbecue.

Maar het grootste drugslab uit de regio draait niet uit zichzelf, zegt de officier van justitie tijdens de rechtszaak. „Het is gek dat een laboratorium werkend is terwijl de mannen die er aanwezig zijn blijkbaar alleen maar schoonmaken.” Daar is de rechter het mee eens.

In de loods in Hoogerheide zit nu een groothandel. Hing hier twee jaar geleden nog een chemische lucht van drugsproductie, nu staan er allerlei producten opgestapeld, klaar om naar klanten te worden verstuurd. Het bedrijf zat in 2014 een stukje verderop. Een werknemer sprak weleens met de mannen van het lab, vertelt hij. „Ze vertelden toen de loods nodig te hebben ‘voor handel’.” Hij schudt zijn hoofd. „Handel was het, ja, dat wel. Goede handel waarschijnlijk ook. Maar zoiets hopen wij hier echt nooit meer mee te maken.”