In Bahrein sluimert de opstand achter de façade

Reportage Eilandstaat met twee gezichten Het koningshuis en de Saoediërs houden de teugels strak in handen. In Bahrein maakt shi’itisch protest geen kans.

Jongens huilen bij debegrafenis van een activist in Shahrakan.

Bahrein heeft een gespleten persoonlijkheid. Er is het Bahrein van de Formule 1-races, en dat van onderdrukking en apartheid. Het eerste is zichtbaar, het tweede veel minder.

, een demonstrant tijdens de Grand Prix.

Hoewel: wie vanuit de hoofdstad Manama westwaarts rijdt naar de andere kant van het eiland, kan niet om de pantserwagens en politieauto’s langs Budaiya Road heen. Ze staan er voor het geval er onlusten uitbreken in de shi’itische dorpen die aan die weg liggen, iets wat nogal eens gebeurt in het weekend. Dat geweld wordt angstvallig weggehouden van Manama, waar het financiële centrum ligt en de westerse expats werken. Om elke opmars die kant op te voorkomen, is het Parelplein in Manama nog altijd gebarricadeerd met betonblokken en afgezet met prikkeldraad.

Net zo angstvallig worden ’s morgens met zwarte verf de leuzen weggekalkt die de nacht ervoor op muren zijn gezet. Ze zijn gericht tegen het sunnitische koningshuis, dat net als andere regimes in de regio tijdens de Arabische Lente van 2011 doelwit was van volkswoede. De merendeels shi’itsche demonstranten werden niet zozeer gedreven door armoede als wel door stelselmatige discriminatie.

Een elektriciteitscentrale in BahreinFoto’s AFP, AP

Anders dan in de andere landen waar volksopstanden uitbraken, werd de opstand hier met succes neergeslagen. De Saoediërs en Emirati’s stuurden tanks over de brug vanuit Saoedi-Arabië. Er vielen ruim 150 doden, duizenden activisten werden gearresteerd. Er kwam een commissie, en een rapport waarin werd vastgesteld dat Iran niet achter de opstand zat. Hervormingen werden beloofd, maar daar is tot nu toe weinig van terechtgekomen. Amnesty International rapporteert jaarlijks talloze mensenrechtenschendingen.

De olie is helemaal op

Aan het zwembad van het Ritz-Carlton Hotel is daar weinig van te merken. Expats en Saoediërs brengen er hun weekend door. Er is een dj en er zijn cocktails. In de buurt kun je ‘indoor skydiven’. Dit is het Bahrein van de schone schijn. Schone schijn met geleend (of geschonken) geld, want de economie van Bahrein zit aan de grond. De olie is op. Het land wordt al jaren staande gehouden door steun, in de vorm olie en geld, van Saoedi-Arabië en de andere sunnitische Golfstaten.

Straatbeeld van hoofdstad Manama

Bahrein oogt kalm, maar is dat niet, zegt een vrouw die verder anoniem wil blijven. „Het kookt vanbinnen.” Ze is eenvan de jeugdleiders van Wefaq, de grootste shi’itsche oppositiepartij van Bahrein. „Bij ontmoetingen zetten we de tv hard aan, zodat we niet kunnen worden afgeluisterd.” Ze vertelt het bijna achteloos, net als het feit dat ze geregeld wordt ‘uitgenodigd’ om te komen praten op het ministerie van Binnenlandse Zaken.

Diezelfde toon bezigt ook een taxichauffeur die vertelt dat zijn zoon weer eens in de gevangenis zit voor uitlatingen tegen de koning. „Dit keer maar voor vijf maanden, hij verveelt zich er dood.” De man steunt zijn zoon. „Natuurlijk, zolang er niets verandert, gaat hij door. Dat moet.”

De Grote Moskee

Er komt weinig nieuws uit het land. Buitenlandse journalisten krijgen geen visa of worden opgepakt en uitgezet. Hun Bahreinse collega’s zijn gevlucht of zitten vast. Bovendien spelen er grotere, geopolitieke belangen. De Amerikanen hebben er hun vijfde vloot liggen en kritiek op Bahrein betekent in de ogen van Saoedi-Arabië steun voor Iran. Het Westen wil de Saoediërs niet te veel van zich vervreemden in een regio die toch al op scherp staat. Dus kan het Bahreinse koningshuis zijn gang gaan met onderdrukking. En apartheid.

Natuurlijk gaat hij door. Zolang niets verandert, gaat hij door. Dat moet

Vader van een zoon die in de gevangenis zit

Er hangen geen bordjes met „Verboden voor shi’ieten”, het gaat subtieler. „Ze bouwen nu shoppingmalls in shi’itsche wijken, zodat de shi’ieten in hun eigen buurten blijven”, zegt de shi’itische jeugdleider. De shi’ieten zijn in de meerderheid, met meer dan 65 procent van de bevolking. Maar dat zie je niet terug in hoge overheidsposities, buitenlandse studiebeurzen, gezondheidszorg en subsidies voor startende ondernemingen. Daar liggen de percentages veel lager. Bij de politie en het leger is het nul procent, blijkt uit rapporten die de Wefaq-partij liet opstellen.

Rellen na de begrafenis van een andere activist.

De regering zegt dat niet wordt gekeken naar geloof, maar louter naar geschiktheid. In die redenering is er dus geen enkele shi’iet gekwalificeerd voor het leger. Niet dat daarin veel sunnitische Bahreini’s dienen: de meeste militairen zijn genaturaliseerde buitenlanders, vooral sunnitische Pakistanen, Jemenieten en Egyptenaren. Ook die naturalisatiepolitiek baart Wefaq zorgen. „Als we daar iets tegen willen doen, moeten we het Palestijnse voorbeeld volgen: meer kinderen maken”, legt de jeugdleider uit. Ze is daar geen voorstander van: het zou het shi’itsche bevolkingsdeel nog verder in de richting van armoede duwen. „Het is een laatste redmiddel.”

Toch biedt het naturalisatiebeleid ook een onverwacht voordeel voor de shi’itsche zaak. De nieuwe sunnitische Bahreini’s komen vaak eerder in aanmerking voor huisvesting dan de autochtone sunnieten, die soms jaren op een wachtlijst staan. Dat leidt tot onvrede, ook binnen het sunnitische bevolkingsdeel. „Wij zeggen niks en wachten rustig af.”

Opvallend is dat de vrouw geen enkele poging doet het sektarische karakter van de problemen te verdoezelen. Dat was in 2011 wel anders: toen benadrukte elke activist dat het helemaal geen sektarisch probleem was, maar een kwestie van politieke inspraak en eerlijke kansen voor iedereen, inclusief sunnieten. „We dachten toen dat ons dat zou helpen, maar dat was niet zo, dus dat laat ik nu maar.”

Houten kamelen

Als de avond valt, is er opnieuw een invasie van Saoediërs. Dit keer komen ze niet met tanks, maar om te drinken. Volgens velen in de regio hadden de Saoediërs het eilandje al lang kunnen inlijven, ware het niet dat dan ook hier alcohol verboden zou moeten worden. Juist voor de alcohol komen de Saoediërs elk weekend naar Bahrein. „Het is een broodnodige uitlaatklep voor hen, en dat weten ze in Riad ook wel”, zegt een Bahreinse zakenman. Dus mag Bahrein een onafhankelijke speeltuin blijven.

Buiten de aankomsthal van het vliegveld worden bezoekers welkom geheten door levensgrote, vrolijk beschilderde houten kamelen. Ook die zijn volgens de jeugdleider deel van een groter plan. „Er waren helemaal geen kamelen in Bahrein, dit is van oudsher een eiland van vissers en dadelplantages. Saoedi-Arabië heeft bedoeïenen, wij niet.”