Hoe is de hond aan zijn einde gekomen?

Dierenmishandeling blijft te vaak onbestraft, vinden Frank van de Goot en Monique Verkerk. Daarom doen ze zelf pathologisch onderzoek op dieren. In hun vrije tijd, tegen de kostprijs.

Monique en Frank hebben de afgelopen  vier jaar meer dan 150 onderzoeken gedaan. Bubbles, het hondje van Monique, is er ook altijd bij. Foto's Olivier Middendorp

Les één van forensisch pathologisch onderzoek op dieren: behandel het dier met respect. Niet snijden als het niet nodig is. Leg de onderzochte organen terug in het lichaam – niet proppen. Probeer het dier altijd te hechten. Zodat de eigenaren waardig afscheid kunnen nemen.

Het is woensdag, eind van de middag, en forensisch patholoog Frank van de Goot (48) besluit dat er gesneden moet worden. Op de autopsietafel ligt een hond opgekruld onder het tl-licht. Zijn vacht is grijs-zwart gemêleerd. Zijn huid ritselt als een vuilniszak. Gemummificeerd, al weken dood. De vraag is hoe de hond aan z’n einde is gekomen.

Frank, lange jas met gouden knopen en zwarte kisten, neuriet zachtjes terwijl hij het beest bij zijn vier poten pakt en omdraait. „Beestjes. Weet je wat ik zie. Beestjes.” Maden.

Samen met Monique Verkerk (51) doet Frank forensisch pathologisch onderzoek op dieren. Het moet meer dan vier jaar geleden zijn geweest dat Monique een interview met Frank in een lokaal krantje las. Frank is forensisch patholoog, hij sprak er over secties op mensen, hoeveel hij er per jaar deed. Hij zei er ook dat er bijna nooit secties op dieren worden verricht omdat de kosten te hoog waren. Monique, dierenarts bij de spoedkliniek in Amsterdam, stuurde hem een mail. Of ze niet eens samen iets konden doen. „We hebben afgesproken in de McDonald’s in Zaandam, nu onze stamkroeg.”

Ze zijn altijd al meer dierenmensen dan mensenmensen geweest. Dierenmishandeling blijft te vaak onbestraft, vinden ze. Dit werk doen ze naast hun baan, meestal in het weekend, tegen de kostprijs. De vrije zaterdagen, benzinekosten, alles voor niets. „Alleen kosten van scans en toxicologisch onderzoek worden gefactureerd bij bij de politie of het Openbaar Ministerie.”

Soms werken ze in de dierenartsenpraktijk, maar daar kun je moeilijk met een dier in ontbinding aankomen. Dus wijken ze vaak uit naar de garage van de dierenambulance in Alkmaar. Daar ruikt het al naar de dood, door de dieren die in witte vrieskisten liggen.

Nu ligt de hond hier op de tafel. Een extreem geval? Korte twijfel. „Wat noem je een extreem geval?”

Pas nog, stond er een doos met 263 onthoofde kanaries op de tafel. Hebben ze een zaterdag lang de nummers van de ringetjes om hun pootjes op staan schrijven. Eén voor één, in de hoop de eigenaren te kunnen herleiden.

Een andere keer stond er een muurtje, met een hond die ze eruit moesten beitelen. Ingemetseld door zijn eigenaren die de stank van ontbinding probeerden te verhullen.

En twee jaar geleden, in het Pinksterweekend, lag er een Jack Russel. Gevild met een broodmes, daarna had zijn eigenaar hem geprobeerd te koken. Alleen zijn kop paste in de pan.

Ze zijn wel wat gewend. „Deze hond zou je een doorsnee geval kunnen noemen.”

Dit werk is niet goed voor je mensbeeld.

Het liefst zou ze fulltime met forensisch onderzoek bezig zijn, zegt Monique. „Ik plande mijn toekomst zorgvuldig. Mavo, havo, vwo, allemaal om uiteindelijk diergeneeskunde te studeren. Maar mijn hart ligt nu hier.” Ze doet nu een opleiding tot forensisch dierenarts in de VS – „daar zijn ze al veel verder” – op de University of Florida. Twee keer per week achter de computer, een keer per jaar naar het forensisch congres in Florida. Over twee jaar hoopt ze klaar te zijn. Dan is ze de eerste in Nederland die is opgeleid tot foren sisch patholoog voor dieren.

Hypocriet, hypocriet

De maximale straf voor het mishandelen of verwaarlozen van een dier is drie jaar gevangenis of een geldboete van 19.500 euro. „Die straffen”, zegt Frank, „daar doe ik het niet voor”. En eigenlijk, maakt het hem ook niet zoveel uit of „je een kip in je achtertuin mishandelt of een mishandelde kip bij de supermarkt koopt.” Hypocriet, hypocriet, hypocriet, hij kan het niet vaak genoeg zeggen, „mensen zijn hypocriet als het over dieren gaat.”

Maar dierenmishandeling is een misdrijf, zegt Frank, „en als officiële instanties hun verantwoording niet willen nemen, dan doen wij het wel”.

Ze hopen dat mensen zich voor ze een dier mishandelen, realiseren dat het dier bij hem op de tafel terecht kan komen. Dat de mogelijkheid bestaat dat mishandelaars vervolgd worden voor dierenmishandeling. Het morele vertrouwen in de mens hebben ze opgegeven. Daarvoor hebben ze teveel gezien.

Zaterdagochtend 8 uur haalt Monique de hond voor de tweede keer uit een donkergroene zak – de vorige keer bleek de hond nog bevroren en snijden daardoor onmogelijk. Een kadaverzak, lekdicht. Ze hebben lijkenzakken voor mensen liggen, „van die enorme bodybags”, maar die zijn vaak veel te groot. Nu proberen ze hun kleinere bodybags te regelen, formaat grote hond, „dat ziet er in elk geval netter uit”.

Frank komt een half uur later binnen dan Monique en gooit zuchtend zijn koffer met vijlen, messen en handschoenen open. Twee dagen geleden heeft hij voor een heropend onderzoek een jongen „uit zijn graf geholpen”. De geur is in zijn koffer blijven hangen. Hij heeft de koffer vannacht buiten gezet, met de deksel geopend. Dat heeft niet mogen baten.

Monique geeft hem automaatkoffie in een mok met een bloemetje erop. Hij neemt een slok en zet de mok op een witte vrieskist.

De hond is ontdooid. Zijn weeïge, penetrante geur vult de garage. Hoe langer je kijkt, hoe meer je ziet. De diepe deuken in zijn rug, afgerukte oren en zijn achterpoten die over zijn lichaam zijn gevouwen. Monique neemt foto’s met haar telefoon voor het onderzoeksrapport, haar roze hoesje bungelt eronder.

Wat op tafel ligt en ooit een dier was, is voor Frank en Monique een omhulsel. Emotie zou de sectie onmogelijk maken. Een autopsie is werk, maar ook een speurtocht, een raadsel. Bij elke laag kan de zaak een andere wending krijgen.

In één haal snijdt Frank een strakke lijn door de borstkas. Het mes is zo scherp dat snijden niet nodig lijkt. Het leverkleurige vlees wordt zichtbaar.

Er zit een donkerrode plek op zijn ribben, zwart haast. Een trauma, waarschijnlijk een schop, denken ze, niet groot genoeg om dodelijk te zijn. De hond is pas later overleden.

Er zijn dingen die ze wel van de hond weten. Het dier, een reu, schrok tijdens het uitlaten van een hardloper en sloeg op de vlucht met zijn roze tuigje nog om, dook een paar dagen later op bij een boerderij in Almere. Op 10 december werd hij voor het laatst gezien. Daarna verdween hij. Er werden camera’s opgehangen in het naastgelegen bos, vangkooien neergezet. Geen spoor.

Twee maanden later, op 8 februari, werd de hond gevonden in de middenberm van de A6 en de A27 bij Almere. Een paar dagen dood, was de conclusie. Dat geloofden de mensen die wekenlang naar hem op zoek waren geweest niet. Ze konden hem toch nergens vinden? Wat moest er dan in de tussentijd met hem zijn gebeurd?

Frank deed forensisch pathologisch onderzoek op meer dan vijfduizend mensen. „Twee of vier poten”, zegt hij, „mij maakt het niet uit. Maar er is een verschil. Als een mens aan een natuurlijke doodsoorzaak overleden is, kan hij de oorzaak altijd aanwijzen. Dieren gaan soms op andere manieren dood dan mensen.”

Dat was het geval bij het geitje dat ze pas onderzochten. Dat viel dood neer op een kinderboerderij in Zaandijk, vlak nadat hij een broodje had gegeten. Er waren zelfs bewakingsbeelden van, die werden uitgezonden op Hart van Nederland. Vergiftigd, dacht de eigenaresse, op de kinderboerderij waren eerder al vogels en konijnen vermoord. Bleek dat het dier teveel gegeten had. Zijn maag had het begeven. Een geit, een herkauwer, kan niet overgeven. „Nu blijft zo’n verhaal in elk geval niet rondzingen.”

Een enorme doodsklap

„De maag is voor jou”, zegt Frank. Monique bukt naar de hond en begint te snijden. En daarna te wringen.

„Wat is er met dat beest aan de hand dan?”

Ze worstelt brokken kip uit de maag, een pootje met de nagels eraan. „We hebben een moord en mogelijk ook doodslag”, zegt Frank. „Maak hier een foto van.”

Volgende stap . Roets, doormidden. De hond valt in tweeën op de tafel.

Zijn ribben zijn meervoudig gebroken, zijn wervels van hun plek geschoten en longen ingeklapt.

„Die hond heeft een enorme doodsklap gehad.”

Het hart, dat net zo groot is als een rode biet en ook dezelfde kleur heeft, blijkt intact.

„Wat een enorm hart trouwens”, zegt Frank.

„Hoort bij het ras”, zegt Monique.

Ze zijn altijd met z’n tweeën gebleven, al heeft Monique wel een klein team bij de dierenambulance opgeleid dat een dier na autopsie kan afleggen. Eigenlijk willen ze groter, het land door en de dieren zelf ophalen bij het plaats delict. Die krijgen ze nu niet te zien, daardoor missen ze informatie. Maar daarvoor is geld nodig. Ze zijn een paar keer langs geweest in Den Haag om de opties te bespreken. Er zijn gesprekken geweest, bevestigt het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Meer kunnen ze er ‘op dit moment’ niet over zeggen. „Ze weten niet zo goed wat ze met ons aanmoeten”, zegt Monique. „Ze hebben ons naar huis gestuurd met de vraag een bedrijfsplan te schrijven”, zegt Frank. Dat hebben ze opgestuurd. „Ik weet ook wel dat dat de beste manier om van iemand af te komen is.”

Wat levert het op?

In de vier jaar dat ze nu bezig zijn deden ze ongeveer honderdvijftig zaken. Honderd daarvan voor de politie, schat Monique. „De andere zaken zijn van particulieren of hebben we meer voor onszelf gedaan, omdat we vonden dat het moest worden opgelost.”

Officiële cijfers zijn er niet. De politie houdt zulke gegevens „op geen enkele manier bij”, laat een politiewoordvoerder weten.

Wat hun werk precies oplevert krijgen Frank en Monique vaak niet te horen. Behalve dan die zaak van de Jack Russel die was gekookt door zijn baasje, „waarbij we met ons rapport een gedwongen opname in een psychiatrische inrichting hebben bereikt”, en de zaak van een doodgestoken stafford. De dader werd veroordeeld tot een werkstraf van 40 uur voorwaardelijk voor het doden van zijn hond en het mishandelen van zijn vriendin. Soms krijgen ze een telefonische update van de politie, „maar ik heb nooit bewijs gekregen”, zegt Monique. „Eigenlijk maken Frank en ik het rapport en horen we weinig over de eventuele straf. Helaas dus.”

Frank neemt nog een slok van zijn inmiddels koude koffie en maakt de tafel schoon met Zwitsal. „Niets helpt zo goed om opgedroogd bloed weg te krijgen als Zwitsal. Zeg dat maar niet tegen moeders.”

De in stukken gesneden hond wordt in de kadaverzak gestopt en gaat terug de koeling in. Hechten is geen optie, daarvoor is er nog te weinig van over, als baas zou je hem niet meer willen zien. Na het weekend komt de eigenaar hem ophalen voor crematie. Monique: „Die zelf maar even moet kijken hoe hij dat gaat doen.”

De eigenaren hebben aangifte gedaan.