Grasmaaien bij de burgemeester

Vluchtelingen Rijk en gemeenten in Nederland sloten vorige week een akkoord over hulp aan asielzoekers bij taal en werk. Het Oostenrijkse Gutau loopt met zo’n aanpak voorop en verstrekt microkrediet als smeerolie voor integratie.

Taalles in het asielzoekerscentrum in het voormalige Gasthaus Pils in Gutau.

Josef Lindner, de burgemeester van het Oostenrijkse Gutau, kent alle veertig asielzoekers in zijn dorp persoonlijk. In een kleine gemeenschap van 2.700 zielen is dat niet verwonderlijk. Iedereen kent hier iedereen. De asielzoekers wonen in het voormalige Gasthaus Pils aan de marktplein, middenin het dorp, schuin tegenover de Spar waar iedereen zijn boodschappen doet. Maar in Gutau zijn de banden tussen de burgemeester en de Syriërs, Irakezen, Afghanen en Oekraïeners misschien wel hechter dan elders. Zo hecht, dat hij sommigen geld leent.

En de burgemeester is niet de enige die dat doet. „We hebben een soort bankje opgezet met twintig dorpelingen”, vertelt Lindner, een sociaal-democraat, onder de bruine balken van de voormalige gelagkamer van het asielcentrum. „We leggen allemaal geld in. We hebben nu acht vluchtelingen geld geleend. En ze betalen keurig terug.”

Waarom hij dit doet? In Gutau houden ze elke maand op een dinsdagavond, in deze gelagkamer vol Duitse Wörter aan de muur, een bijeenkomst voor alle inwoners. De bedoeling is dat asielzoekers en dorpelingen informatie uitwisselen, problemen bespreken en plannen maken.

Het is catch 22 – op het moment dat ze klaar zijn voor de maatschappij, komen ze klem te zitten

Josef Lindner, burgemeester van Gutau

Op die avonden werd telkens hetzelfde obstakel gemeld: dat asielzoekers, zodra ze de vluchtelingenstatus krijgen en zelf woonruimte moeten huren, de borg niet kunnen betalen. Huiseigenaren vragen tussen de 1.500 en 2.500 euro borg.

Voor veel vluchtelingen is dat een astronomisch bedrag. De meesten zijn berooid in Oostenrijk gekomen. Ze krijgen 5,50 euro per dag (de regering wil dat verminderen) om eten en andere benodigdheden te kopen. Ze worden nu al bij toerbeurt, tweemaal per week, door vrijwilligers uit Gutau naar een Sozialmarkt gereden, vijftien kilometer verderop. Daar wordt tweedehands kleding verkocht en voedsel die over de uiterste datum heen is. Boeren brengen er groente en fruit.

„Zonder Sozialmarkt zou het moeilijk worden”, zegt asielzoeker Qusay, die boven de gelagkamer een kamertje deelt met een andere Syriër en vaak maaltijden met anderen deelt. Qusay wil tandarts worden, wacht al sinds december 2014 op erkenning van zijn asielstatus en vindt Oostenrijk een duur land.

Microkrediet

„Banken geven geen krediet aan vluchtelingen”, zegt Lindner. „Het gevolg is dat zij geen woonruimte kunnen huren. Zonder huurcontract kun je geen bankrekening openen en krijg je geen werk of toegang tot de sociale verzekeringen. Het is catch 22. Net op het moment dat die mensen klaar zijn om de maatschappij in te gaan, komen ze klem te zitten.”

In Oostenrijk neemt agressie tegen buitenlanders volgens politierapporten snel toe. Het land heeft vorig jaar 90.000 asielzoekers gekregen, maar politici vrezen een backlash en sluiten steeds meer grensovergangen. Maar Lindner laat zich niet ontmoedigen en zette in zijn dorp een microkredietsysteem op.

De burgemeester, ingenieur bij de staalgigant VoestAlpine in Linz (tussen Wenen en Salzburg), is nogal van aanpakken. De asielzoekers tutoyeren hem en hebben zijn mobiele nummer. Hij komt vaak naar voetbalwedstrijden om te kletsen en laat hen om de beurt wat bijverdienen: grasmaaien of een muur verven voor 5 euro per uur. Zijn vrouw geeft, zoals veel dorpelingen, Duitse les.

Foto’s Harald Dostal

Moestuintje bij het asielzoekerscentrum in Gutau. Op de achtergrond het gemeentehuis waar burgemeester Josef Lindner werkt. Foto’s Harald Dostal

‘1,5 procent is te behappen’

Laatst regelde Lindner voor twee vluchtelingen werk bij een computerbedrijf. Hij trekt velen in zijn enthousiasme mee. Vrijwilligers organiseren maaltijden met asielzoekers, versierden laatst een boom met ze voor het voorjaarsfeest en doneren geld voor extraatjes, zoals busabonnementen naar de stad waarmee ze het dorp eens uitkunnen.

Ook maken ze welkomstpakketten voor nieuwkomers, met cheques van 10 euro erin, toiletartikelen, een plattegrond en een naaisetje. Als er een plek vrijkomt in Gasthaus Pils stuurt Wenen meteen een nieuwe asielzoeker. Er zijn er altijd veertig in het dorp – „1,5 procent van de dorpsbevolking is te behappen”, vindt Lindner.

Op enkele aanhangers van de extreemrechtse FPÖ na, die zich afzijdig houden, lijken velen zich daarin te schikken. Incidenten zijn er niet geweest. Het dorp won onlangs 1.000 euro voor het beste ‘integratieproject’, uitgeloofd door de vluchtelingenafdeling van Volkshilfe, een landelijke organisatie die zich inzet voor zwakkeren in de maatschappij. Een van de Volkshilfe-slogans is dat het ‘geen sociale hangmat’ wil zijn.

„Integratie kan alleen slagen als we er hard aan werken”, zegt burgemeester Lindner. „Dus ik polste wat dorpelingen over die kredieten en ze zeiden meteen ja. We hebben nu ongeveer 15.000 euro uitgeleend, renteloze leningen. We beoordelen het bedrag en de terugbetaling per geval.”

De ‘contracten’ worden op een A4’tje uitgeschreven, met handtekening. Zodra de vluchteling een baan heeft, begint hij met terugbetalen. Geen van hen wil erover praten. Ook de kredietverstrekkers willen anoniem blijven. Lindner denkt dat dit te maken heeft met sociale controle in het dorp. „Als je zo’n krediet afsluit weet je: het dorp investeert in mij. Dat leidt ertoe dat je alles doet om terug te betalen. Tegelijkertijd moet het niet te persoonlijk en benauwend worden: je komt elkaar elke dag tegen. Vandaar dat het anoniem gebeurt. Als beide partijen het er met elkaar niet over hebben, waarom zouden ze het er dan wel met u over hebben?”

‘In Gutau zeuren ze niet’

Of Krystyna Pomierny meedoet, is dus niet te zeggen. Maar ze vindt het een goed systeem, zegt ze. Pomierny, een kordate dame van middelbare leeftijd, runt namens Volkshilfe het asielzoekerscentrum in Gasthaus Pils. Ze kwam 28 jaar geleden zelf als vluchteling uit Polen. Toen kreeg je alleen wat geld: niemand gaf Duitse les of reed je naar de dokter, zoals nu. „Ik had een woordenboek. Zo leerde ik Duits. Wij waren op onszelf aangewezen. Zo word je snel zelfstandig.” De leningen, zegt ze, „maken mensen ook zelfstandig”.

Laura-Eva Wagner is ook vaak in Pils te vinden. Haar moeder vluchtte dertig jaar geleden met de kinderen uit Roemenië hierheen. Toen Lindner eind 2012 per e-mail aankondigde dat er asielzoekers naar Gutau kwamen, bood Wagner meteen hulp aan. „Mijn eigen herinneringen kwamen meteen boven. In Gutau is de burgemeester zo betrokken dat hij anderen meesleept. Zo gaat het niet in alle gemeenten, hoor. Sommige burgemeesters doen helemaal niks. En je merkt: mensen zijn hier minder negatief dan elders. In Gutau zeuren ze niet, ze doen.”

‘Migratie is zo gepolitiseerd’

Wagner heeft uit eigen beweging geld geleend aan een vluchteling die ook geen borg kon betalen. Ze maakten een contract, voor 1.000 euro. Hij had nog geen werk, dus kon niet meteen afbetalen. „Ik zei: ‘Okay. Maar voor mij is 1.000 euro veel geld, ik wil dat je dat weet’. Dat maakt hem verantwoordelijk.” Nu heeft de man werk in Tirol. Hij heeft intussen 200 euro terugbetaald, bij beetjes. „Soms bel ik hem: ‘Hoe gaat het? Wanneer betaal je me weer?’”

Lindner zegt dat er stemmen opgaan om het kredietsysteem van Gutau in de provincie Oberösterreich in te voeren. Of zoiets kan werken, betwijfelt hij. Op zo grote schaal kan het onpersoonlijk en bureaucratisch worden. Willen mensen geld storten voor vluchtelingen honderd kilometer verderop? Voelen vluchtelingen zich dan verplicht alles te doen om het geld terug te betalen?

Gutau is fantastisch, maar ik voel me schuldig: ze steken energie in mij, terwijl ik straks naar Wenen wil

Qusay, vluchteling uit Syrië

Een van de problemen die Lindner heeft met de microkredieten is dat jonge vluchtelingen naar de stad willen zodra ze papieren hebben. In Wenen of Salzburg is meer te beleven. Daar zijn vrienden, daar – denken ze – is werk. Qusay, de Syrische vluchteling uit Dara’a die tandarts wil worden, zegt zelf: „Het is fantastisch wat het dorp voor ons doet. Maar ik voel me schuldig: ze steken energie in me, terwijl ik straks naar Wenen wil, naar de universiteit.”

Dat de provincie nu over kredieten nadenkt, vindt burgemeester wel een positief teken. „Migratie is zo gepolitiseerd”, zegt hij. „Er wordt te veel geruzied op tv. Hoe meer mensen inzien dat je als individu, gemeente of provincie problemen op kunt lossen, met praktische initiatieven, hoe beter. We moeten aan de slag, niet ruziemaken.”

In de eerste ronde van de presidentsverkiezingen scoorde de extreemrechtse FPÖ goed, mede door de vluchtelingencrisis. Landelijk is de FPÖ nu de grootste partij. In Gutau bleef zij wel beduidend kleiner dan in omliggende dorpen. FPÖ-stemmers, zegt Lindner, doen geen vrijwilligerswerk en geven geen kredieten. Kiezers van de andere partijen wel. „Ik beschouw dat maar als teken dat wij op de goede weg zijn.”