F-16’s zijn moeilijk inzetbaar boven Syrië

Amerikanen delen liever geen Nederlanders in bij operaties, want het ontbreekt de F-16’s aan de nodige satellietapparatuur.

Nederlandse F-16’s bombarderen nauwelijks doelen in Syrië. De missie tegen Islamitische Staat (IS) werd in januari uitgebreid van aanvallen boven Irak naar ook aanvallen boven Oost-Syrië. Maar daar heeft Nederland sindsdien „minder dan tien” acties uitgevoerd. Dat vertellen Kamerleden die afgelopen weekend een bezoek brachten aan de militairen die de missies uitvoeren vanuit Jordanië.

De straaljagers van Defensie zouden amper inzetbaar zijn boven Syrië, omdat de daartoe benodigde communicatieapparatuur ontbreekt. „Een heel onaangename verrassing”, zegt Kamerlid Sjoerd Sjoerdsma (D66). Raymond Knops (CDA): „Nadat op verzoek van de Kamer de politieke en juridische beperkingen van de missie zijn afgehaald, blijkt er opeens een technische beperking te bestaan.” Han ten Broeke (VVD) kan „een licht gevoel van gêne niet onderdrukken” dat hij en de rest van de Kamer hiervan niet op de hoogte waren.

Nederlandse F-16’s communiceren via radio’s. Om in Syrië op te treden zou satellietapparatuur nodig zijn. Dat hoorde de delegatie van acht Kamerleden van de commandant en de vliegers die de missie uitvoeren. De Amerikanen die de acties leiden, zouden daarom liever geen Nederlanders indelen bij operaties daar.

De uitbreiding naar Syrië, waar politiek lang over gesteggeld werd, lijkt nu vooral symbolisch. Uit een brief die het kabinet vorige week naar de Kamer stuurde blijkt dat inderdaad maar „enkele missies” uitgevoerd zijn boven Syrië, terwijl Defensie sinds het najaar van 2014 al 1.900 vluchten boven Irak uitvoerde, waarbij 1.500 wapens werden ingezet. De schaarse acties in Syrië waren gericht op het uitschakelen van IS-opslagplaatsen, stellingen en bermbomfabrieken langs de aanvoerlijnen naar Irak.

Het ministerie van Defensie ontkent dat er een probleem is wat betreft Syrië. „Dit is niet zo’n issue”, zegt een woordvoerder, „omdat wij in Syrië geen grondtroepen ondersteunen, maar alleen doelen zoals aanvoerlijnen aanpakken. Daar is geen satellietcommunicatie voor nodig. Op dit moment vinden er weinig gecoördineerde grondoperaties plaats in het oosten van Syrië. Steun aan grondtroepen in het oosten van Syrië kan dus wel maar is nu nauwelijks aan de orde en kent inderdaad enige technische beperkingen.”

Kamerleden reageren verrast op de verklaring van Defensie. Tijdens het bezoek aan de luchtmachtbasis in Jordanië werd de delegatie begeleid door iemand uit de Defensietop. Die heeft de opmerkingen van de militairen geen moment tegengesproken. „Ons werd juist verteld dat Defensie het probleem onderkent en mogelijkheden onderzoekt om de benodigde apparatuur alsnog in te bouwen. Al is de vraag of dat zin heeft, omdat de missie nog maar twee maanden duurt”, zegt Sjoerdsma. „Wij hebben de missie begin dit jaar niet uitgebreid omdat het politiek wenselijk was, maar omdat het militair nuttig zou zijn. Dat blijkt nu niet waar.”