Een eensgezind volk is een illusie

Een vakantie plannen met een groep vrienden is niet eenvoudig. Persoon A wil naar een warm gebied, persoon B functioneert niet in de zon. Persoon C eet het liefst elke avond kreeft, persoon D heeft minder geld en is tevreden met een stokbroodje kaas.

Na lang overleg besluiten ze naar een streek met een gematigd klimaat te gaan waar ze sterrenrestaurants afwisselen met goedkope picknicks. Niemand is echt blij met deze uitkomst, maar een interne opstand is voorkomen.

Zo werkt het ook in de politiek, maar dan in een heviger vorm: de groep is groter en de thema’s ingrijpender. Als persoon X alle vluchtelingen het land uit wil hebben terwijl persoon Y open grenzen wenst, wordt het ingewikkeld een compromis te vinden.

In de pleidooien voor directe democratie die we nu vaak horen wordt dit element – de politieke strijd binnen het volk – genegeerd. Het volk figureert als een homogeen blok dat alleen maar strijd hoeft te voeren tegen de elite. Heel duidelijk is dit in de manier waarop Geert Wilders erover spreekt: door directe democratie zal volgens hem de wil van het volk zegevieren.

Niemand stelde de vraag of dit volk het onderling wel eens is

Maar ook aan de linkerzijde bestaat deze denkwijze. Onlangs was ik bij een debatavond over het door de EU gesubsidieerde project D-CENT, dat door het ontwikkelen van software nieuwe vormen van directe democratie mogelijk wil maken voor lokale gemeenschappen.

Hoewel D-CENT zich heeft laten inspireren door Podemos en de Vijfsterrenbeweging neemt het geen inhoudelijk standpunt in. Toch was de zaal deze avond eensgezind: het neoliberalisme was de vijand en sociale ongelijkheid moest bestreden worden. Niet competitie maar samenwerking moet centraal staan in de politiek, zei een van de sprekers. Dit was geen links standpunt, vond D-CENT-baas Francesca Bria: „D-CENT gaat voorbij links en rechts. Het gaat om het volk tegen de elite.”

Niemand stelde de vraag of dit volk het onderling wel zo eens is; dat sprak kennelijk voor zich. Die aanname vind je ook terug bij nieuwe vormen van burgerparticipatie zoals de G1000, waar men gelooft dat burgers er in een goed gesprek achter zullen komen dat ze het eigenlijk over de meeste zaken eens zijn.

Of het nou Geert Wilders, het Forum voor Democratie, de G1000 of D-CENT is, de boodschap is telkens dezelfde: als de burger het voor het zeggen heeft, keert de harmonie terug. Maar zo lang er meer dan één burger is, zal er nooit harmonie zijn.