De landstitel die niemand voor mogelijk hield

Door het gelijkspel van Tottenham is het wonder compleet: Leicester City is de verrassende kampioen die Engeland in jaren niet had.

Fans van Leicester op het moment dat concurrent Tottenham Hotspur het eerste tegendoelpunt kreeg van Chelsea. Foto’s Eddie Keogh/Reuters, Leon Neal/AFP, Mike Egerton/AP

Vergeet die Middeleeuwse koning wiens restanten vier jaar geleden werden aangetroffen onder een parkeerterrein in Leicester. Postuum zorgde koning Richard III van Engeland voor welkome naamsbekendheid, maar nu heeft de stad de club Leicester City. De kampioen die opkwam uit het niets.

Zelfs al was de titel in aantocht en was de kans groot dat concurrent Tottenham Hotspur maandagavond punten zou verspelen bij Chelsea (2-2), dan nog schieten woorden tekort. Waanzin. Gekte. Fabelachtig. Telkens dezelfde superlatieven. Dezelfde overtreffende omschrijvingen voor een prestatie van formaat. Maar de titel van Leicester City overstijgt nou eenmaal de verbeeldingskracht.

Leicesters kampioenschap leek op voorhand onmogelijk in een competitie die al jaren wordt gedomineerd door voetbalreuzen. De Premier League is weleens vergeleken met de Boatrace tussen Oxford en Cambridge. Er waren wel twintig teams, maar het verschil in financiële mogelijkheden was zo groot dat de titelstrijd meestal tussen twee topclubs ging. Manchester United versus Arsenal in de beginjaren. Later Manchester United versus Chelsea, terwijl inmiddels ook Manchester City meedoet om de prijzen. Leicester bewijst dat voetbal geen Boatrace is.

Dat de club kampioen zou worden, was volgens Britse bookmakers net zo waarschijnlijk als het bestaan van het monster van Loch Ness. Ervaring met verrassende winnaars hebben de Engelsen ook nauwelijks. Sinds de oprichting van de Premier League in 1992 werden 22 van de 23 titels verdeeld onder de vier topclubs.

In het seizoen 1994-95 eindigde Blackburn Rovers verrassend bovenaan, maar doordat dit gepaard ging met flinke investeringen, was die hoofdprijs minder onwaarschijnlijk dan het succesepos van Leicester City, dat leunt op talent, niet op bergen cash.

Gedenkplek voor fans

Zo zijn er maar drie clubs die minder aan salaris kwijt waren dan Leicester. Ongeveer 48 miljoen pond (ruim 61 miljoen euro) bedroegen de salariskosten, nog niet de helft van de 110,5 miljoen pond die achtervolger Tottenham uitkeerde aan zijn spelers. Uitgaven aan transfers? Circa 73 miljoen in de voorbije twee seizoenen, waarin Leicester weer uitkwam op het hoogste niveau. Chelsea gaf in diezelfde tijd 227 miljoen uit, Manchester United 415 miljoen.

De titel is de eerste grote prijs in de historie van een club die de afgelopen decennia op en neer pendelde tussen de twee hoogste Engelse klasses. Een lelijk eendje was Leicester misschien niet, wel een club die het moet hebben van een tweede blik. Wie het King Power Stadion bezoekt treft er geen pracht en praal zoals bij het Theatre of Dreams van Manchester United, maar een eenvormig onderkomen (32.262 plaatsen) nabij een supermarkt, afgetakelde huisjes, een bioscoop en een Toyota-dealer. Ernaast ligt een kleine gedenkplek voor fans. Zij die er worden herinnerd als ware Foxes, zoals Leicesters bijnaam luidt, gingen mogelijk heen in de veronderstelling dat het nooit wat zou worden. Pessimisme was diep verankerd.

De Thaise ondernemer Vichai Srivaddhanaprabha die Leicester in 2010 kocht, dacht dat Thailand een goede afzetmarkt kon zijn voor officiële merchandise. De Aziaten zijn gek op voetbal en volgen de Premier League nauwgezet, dus waarom geen clubshop in hartje Bangkok? Maar dat viel tegen. Zijn landgenoten wilden zich alleen afficheren met succesvolle teams, niet met nietig Leicester. Uitgerekend enkele maanden nadat de winkel werd gesloten, ging het lopen, waarna de vraag alsnog toenam.

Ook analisten waren sceptisch. Bij de vooruitblik op dit seizoen voorspelden oud-trainers en -voetballers dat Leicester zou moeten vechten om lijfsbehoud. Net als in het voorgaande seizoen, waarin de club halverwege april nog laatste stond, maar na een spectaculaire slotreeks – zeven overwinningen uit negen duels – alsnog boven de degradatiestreep eindigde.

Aansprekende spelers had Leicester ook nauwelijks. Veelal jongens die elders waren afgeschreven. Bekendste voorbeeld is spits Jamie Vardy die vijf jaar geleden nog in een prothesefabriek werkte en op het zevende niveau voetbalde, maar die tegenwoordig rondrijdt in een Bentley van 215.000 euro. Maar hij niet alleen.

De Duitse tank Robert Huth werd weggedaan door Stoke City, Danny Drinkwater was niet goed genoeg voor Manchester United, doelman Kasper Schmeichel speelde meer duels op het vierde niveau dan het eerste, terwijl middenvelders N’Golo Kante en Riyad Mahrez tot twee jaar geleden nog in de lagere divisies van Frankrijk speelden. Anoniem en onbemind.

Dribbelaar Mahrez, tegen wie vaak is gezegd dat hij te iel was voor topvoetbal, had zelf nog nooit van Leicester City gehoord toen hij twee jaar geleden werd overgenomen van tweededivisieclub Le Havre. Hij was vorig jaar rond deze tijd reserve, maar werd vorige week uitverkozen tot de beste speler van het seizoen. En dat terwijl Leicester nog geen half miljoen euro voor hem betaalde.

Zijn vernuft, gepaard met de trefzekerheid van Vardy, de hardheid van Huth, de onvermoeibaarheid van Kante en de degelijkheid van Drinkwater, maakten Leicester tot een team dat heeft laten zien dat geld niet doorslaggevend hoeft te zijn.

Lunchen bij zijn moeder

Toeval is het niet dat Leicester talent opdiepte waar niemand van had gehoord. Belangrijk hierin is het netwerk van hoofd scouting Steve Walsh, die jarenlang Europa-scout was onder José Mourinho bij Chelsea. Namens Leicester keerde hij terug op plekken waar hij eerder al potentiële toppers had gespot. Walsh opereert in de schaduw, maar zijn invloed is cruciaal geweest, net als de rol van voormalig trainer Nigel Pearson, die vorig jaar het fundament legde voor huidig manager Claudio Ranieri.

Ranieri, de vrolijke Italiaan die bewees dat analisten hem niet hadden mogen afschrijven. Wat moest de club met een 64-jarige Italiaan die werd ontslagen als bondscoach van Griekenland nadat zijn ploeg had verloren van ministaat Faeröer? BBC-presentator Gary Lineker, ooit speler van Leicester, twitterde: „Claudio Ranieri? Echt?”

Gunfactor kon niet groter

Terwijl sceptici vreesden dat hij zou kiezen voor Italiaanse verdedigingskunst, vond Ranieri de gulden middenweg. Defensief compact, met snelle counters als tegenwapen. Door die sublieme uitvoering kan hij nu zijn gelijk halen, maar zo hardvochtig is hij niet. Eerder charmant, zacht. Toen journalisten hem zondag na de wedstrijd tegen Manchester United vroegen of hij Chelsea-Tottenham zou kijken, bekende Ranieri dat hij dan in het vliegtuig zou zitten. Overdag ging hij in Italië lunchen met zijn 96-jarige moeder. „Ik ben waarschijnlijk de laatste die de uitslag van Tottenham hoort”, zei Ranieri.

De gunfactor kon niet groter. Het was op 5 maart dat supporters van Leicester voor het eerst geloofden dat Ranieri hun club kampioen kon maken. Na de 1-0 overwinning bij Watford hebben ze twintig minuten lang liedjes gezongen in een leeg stadion. „We’re gonna win the league.”

Wat toen de gelukkigste fans van Engeland leken, zijn nu waarschijnlijk de gelukkigste ter wereld.