Bijna 2 miljoen handtekeningen tegen Venezolaanse president

De petitie is een eerste stap in een afzettingsprocedure tegen president Nicolás Maduro.

De Venezolaanse president Nicolás Maduro tijdens een demonstratie afgelopen zondag in Caracas, op de Dag van de Arbeid. Foto: AP / Ariana Cubillos

Een petitie voor een referendum in Venezuela om president Nicolás Maduro uit zijn functie te zetten, heeft in minder dan een week ruim negen keer het vereiste aantal handtekeningen opgehaald. In totaal tekenden 1,85 miljoen Venezolanen de petitie. Dat meldt persbureau AP. 200.000 handtekeningen zijn voldoende, en daarmee lijkt het aftreden van de Venezolaanse president een stapje dichterbij gekomen.

Maandag (lokale tijd) maakte oppositieleider Jesus Torrealba op Twitter het aantal handtekeningen bekend. De tachtig dozen papier zijn in alle stilte aan de Venezolaanse kiescommissie overhandigd, om zo te voorkomen dat voor- en tegenstanders van president Maduro slaags zouden raken bij de overdracht.

Lees het verhaal van correspondent Nina Jurna: Venezolanen willen af van Maduro

De verzamelde handtekeningen zijn een eerste stap in een ingewikkeld proces. Als de kiescommissie de handtekeningen geldig verklaart, moet er een tweede ronde komen waarin minimaal 20 procent van de kiesgerechtigden (zo’n 4 miljoen kiezers) zich moet uitspreken vóór een referendum. Dan pas kan er een volksraadpleging worden georganiseerd. Bij een eventueel referendum zou Maduro pas uit zijn functie worden ontheven als er 7,6 miljoen stemmen tegen hem zijn. Dat dit mogelijk is bleek tijdens de parlementsverkiezingen in december, toen de oppositie ruim 7,7 miljoen stemmen wist binnen te halen - een flinke verkiezingsoverwinning.

Politieke onrust

Sinds die overwinning heerst er politieke onrust in Venezuela. Maduro dwarsboomt alle belangrijke hervormingen die vanuit het parlement komen. Een belangrijk twistpunt is de vrijlating van zo’n zeventig politieke gevangenen, onder wie oppositieleider Leopoldo Lopez. Vorig najaar werd hij veroordeeld tot een celstraf van bijna veertien jaar. Een amnestiewet die de vrijlating moest regelen werd door het Hooggerechtshof, dat op handen is van de president, van tafel geveegd.

Onder Maduro nam ook de economische malaise toe; er heerst flinke inflatie en door de dalende olieprijs voelen veel Venezolanen de crisis direct. Het Latijns-Amerikaanse land is voor een groot deel afhankelijk van olie-opbrengsten en heeft hard dollars nodig om voedsel en andere basisvoorzieningen te importeren. Om het tij te keren stelde Maduro dit weekend een verhoging van het minimumloon in van 30 procent.