Bedrijven boeken succes in gevecht om emissierechten

Deze rubriek belicht elke dinsdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Vandaag: emissies en beltarieven.

De handel in emissierechten komt al moeizaam van de grond en nu heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie ook nog beslist (vorige week) dat de Europese Commissie in de fout is gegaan bij de vaststelling van de maximale jaarlijkse hoeveelheid kosteloze emissierechten voor de periode 2013-2020.

De Europese regeling biedt de lidstaten de mogelijkheid aan bedrijven die broeikasgassen (veelal CO2) uitstoten, emissierechten te verlenen. Een deel daarvan kan kosteloos worden toegewezen, de rest wordt geveild. De totale hoeveelheid beschikbare emissierechten is beperkt, wordt ‘beheerd’ door de Europese Commissie en wordt sinds 2010 elk jaar met 1,74 procent verlaagd (met als uiteindelijk doel dat Europa tegen 2020 ten opzichte van 1990 ten minste 20 procent minder schadelijke stoffen uitstoot). Wijzen de lidstaten meer kosteloze emissierechten toe dan de Europese Commissie toestaat, dan past Brussel een ‘uniforme transsectorale correctiefactor’ toe om toegewezen emissierechten te verminderen.

Borealis Polyolefine (Oostenrijk), Dow Benelux (Nederland) en Esso Italiana kregen door die correctiefactor in 2013 minder emissierechten. Ze gingen daartegen in beroep bij hun respectievelijke nationale rechtscolleges. Die legden de zaken voor aan het Europees Hof. Dat verklaarde de correcties ongeldig, omdat de Commissie deze niet op de juiste manier had berekend.

Het Hof geeft de Commissie tien maanden de tijd om de fouten te repareren, maar besliste omwille van de rechtszekerheid ook, dat de Commissie niet meer mag tornen aan de reeds toegewezen emissierechten.