Waarom ruikt het zo lekker na een frisse regenbui?

Waarom ruikt het zo lekker na een frisse regenbui? Dat is een vraag die dichters en romantici al eeuwen bezig houdt. De regengeur is in tal van liederen bezongen en wordt ook door hoefdieren zeer gewaardeerd. Hoefdieren worden er onrustig van, wisten Winnetou en Arendsoog al. Hoefvee ruikt regen op afstand.

Vast staat dat twee Australische mineralogen, Isabel Bear en Richard Thomas, zich begin jaren zestig zetten aan een eerste analyse van de kleiachtige geur die vrijkomt uit grond en gesteente als dat, na lange droogte, opeens nat wordt, bijvoorbeeld omdat een mineraloog er op ademt of spuugt. De eigenaardige geur, die Bear en Thomas ‘petrichor’ doopten, werd in de mineralogie wel als determinatiekenmerk gebruikt. Wij hier in Holland kunnen hem naar believen opwekken door een nieuwe, droge aardewerken bloempot even te benatten. In India is de bevochtigingsgeur van gebakken klei jarenlang verwerkt in een parfum dat ‘mitti ka attar’ werd genoemd.

Dat van de Indiase aard-odeur staat in de vermaarde Nature-publicatie van Bear en Thomas uit 1964: ‘Nature of Argillaceous Odour’. De publicatie werd het startpunt van een reeks onderzoekingen die veel licht op de regengeur hebben geworpen, maar nog niet genoeg. De hoofdlijn is dat grond en gesteente in droge perioden organische stoffen uit de lucht opnemen die er eerder door planten, of resten van planten, waren ingebracht. Olieachtige en wasachtige stoffen en nog zo wat. Misschien dat ook dieren bijdragen aan het bouquet. Een plotselinge regenbui maakt de stoffen, of hun omzettingsproducten, weer vrij.

Ook is een rol weggelegd voor draderige bacteriën die Actinomyceten heten. Droogt grond uit dan vormen deze bacteriën, die goed doorluchte grond zijn typische grondlucht geven, karakteristieke overlevingssporen die bij de eerste bui massaal vrijkomen. Vorig jaar nog lieten Joung en Buie van het MIT in Nature Communications zien dat goed kletterende regendruppels kleine deeltjes uit de bodem kunnen losslaan.

Er is een kant aan de zaak die weinig aandacht krijgt: dat het bij uitstek regenbuien zijn die de regengeur opwekken. En dat de geur uitsluitend in het warme seizoen ontstaat.

Het verschil tussen regen en regenbuien zit hem in de duur en de hevigheid van de neerslag. Regen gaat rustig, kan lang aanhouden en heeft geen opvallende temperatuureffecten. Buien zijn kort en hevig en voeren koude lucht van grote hoogte aan met daarin ijskoude regendruppels of zelfs hagel. Onder een stevige bui kan de omgevingstemperatuur op grondniveau binnen een minuut of vijf met vele graden tegelijk naar beneden schieten, zegt KNMI-meteoroloog Rob Groenland. De warme laag lucht die er eerst was wordt vervangen door een cold pool van koude lucht die tot wel tien of meer meters hoog reikt. Het oorspronkelijke temperatuurverloop in de onderste luchtlaag (warm onder, koud boven) is dan omgedraaid: koud onder, warm boven. Een inversie dus, zoals die zich ook geregeld in windstille heldere nachten met veel uitstraling ontwikkelt. Een typische eigenschap van een inversie is dat geuren en luchtverontreinigingen die op laag niveau vrijkomen niet langer naar grotere hoogte worden afgevoerd maar in de koude luchtlaag gevangen blijven. In industriegebieden kan dat heel vervelend zijn, maar als het petrichor is dat gevangen zit, dan juichen dichters en romantici.

Tot de cold pool na een half uur of drie kwartier weer is opgelost en de regengeur geleidelijk wegvloeit naar luchtlagen waar geen dichters komen.