Verlies, rouw en verlangen naar nieuw leven

‘Moeders en Zonen’ laat aangrijpend de onwennigheid zien over de eerste aidsdoden van de jaren negentig.

Paul de Leeuw, Freek Bartels en Anne Wil Blankers. Als moeder van de overleden André bijt ze zich vast in haar woede. Foto Leo van Velzen

Het verdriet van de moeder om de dood van haar zoon is zó peilloos, dat ze verhardt in wrok en rouw. Anne Wil Blankers bezoekt onverwacht de nieuwe partner Cal van haar aan aids gestorven zoon, André. Onwennig staat ze in het New Yorkse appartement, bontjas aan. Eerst weigert ze die uit te doen, totdat de charmante en hoffelijke Cal, gespeeld door Paul de Leeuw, met zijn innemendheid haar hardheid verzacht.

Moeders en Zonen (Mothers and Sons, Broadway 2014) van Terrence McNally schetst een aangrijpend beeld van de eerste aidsdoden in de jaren negentig. Moeder Katherine verwijt Cal haar zoon verleid te hebben tot homoseksualiteit. In de regie van Job Gosschalk bijt Anne Wil Blankers zich vast in haar woede, verschanst ze zich in de hoek van de bank. Cal heeft een nieuwe partner, Will (Freek Bartels) en samen hebben ze een jongetje, Bud. Hun toekomst in een droomappartement staat haaks op de immense leegte die Katherine wacht. Met haar bezoek rakelt ze een verleden van haar zoon op dat ze helemaal niet wil weten. Samen met Cal bekijkt ze foto’s van vroeger, in een mooi moment laat Cal haar het affiche zien van een jonge André als Hamlet. Met zachte dictie memoreert De Leeuw zijn voormalige geliefde als veelbelovend acteur. Ook hij kent leed, maar daarvan wil Katherine niets weten. Zij monopoliseert haar zoon.

Het realistische decor van Rob Snoek is overvol: twee banken, salontafels, boeken, kunstwerken, kapstok. Veel bewegingsruimte hebben de spelers niet. Ze zijn vastgepind op ieder een eigen plek: Blankers in de hoek, De Leeuw in het midden en Bartels als enige op levendige wijze overal. Hij speelt een prachtrol als degene die op zijn manier ook moet leven met de dood van André, die als een geest van vroeger tussen hem en Cal staat. Bartels heeft een schitterend opgebouwde monoloog, met opvallende lichtheid gespeeld, waarin hij opkomt voor Cals verdriet. De zorg van het tweetal voor Bud is roerend, en als toeschouwer hoop je dat de ijzige Katherine zal smelten.

Het is de keuze van de regie om Blankers zo hardvochtig tot één toonsoort en één stijl te beperken, nagenoeg zonder innerlijke ontwikkeling. Dat haar rol ook zacht kan, bewijst een registratie van de première destijds met Tyne Daly als Katherine. De bittere monoloog van Katherine over haar diepe eenzaamheid, dat ze zelfs de bus neemt om weg van huis te zijn, richt Blankers als aanval tot Cal. Dat is onterecht, zeker zoals De Leeuw hem speelt. Zijn compassie en empathie zijn groots, zonder dat zijn personage sentimenteel wordt. Het is het drama van Katherine dat ze niet tot begrip in staat is, maar dit drama mag de voorstelling niet overheersen. De verzoening aan het slot is langverwacht, en niet echt gemeend, zo lijkt het. Gelukkig is er intussen door alle drie veel moois gezegd over verlies, rouw en verlangen naar nieuw leven.