Dierenarts, bekommer je eens om het dierenleed

Sinds wanneer zijn dierenartsen de economen en advocaten van de vee-industrie? Laat ze zich liever bezighouden met de vraag hoe dierenleed kan worden beperkt, schrijft dierenarts Arabella Burgers.

Pasgeboren kalf. Foto iStock

‘Dierenartsen scharen zich achter de boeren’ las ik naar aanleiding van het verzoek van de Tweede Kamer aan staatssecretaris Martijn van Dam (Economische Zaken, PvdA) om met een plan te komen om kalveren in de melkveehouderij niet meer na de geboorte bij hun moeder weg te halen. Mede door het standpunt van ‘de dierenartsen’ besloot Van Dam de motie niet uit te voeren.

Maar hoezo ‘dierenartsen’? Ik ben dierenarts en ik sta hier helemaal niet achter. Oud zeer uit mijn studietijd kwam weer in mijn herinnering: dierenleed op het overgrote deel van de bedrijven en slachthuizen waar ik kwam tijdens mijn studie. Melding doen van misstanden was uit den boze. Dan was er namelijk „een vertrouwensband geschaad tussen de veehouder en de arts, dan houd je geen klant meer over”. Zelfs anoniem melding doen werd streng afgeraden, omdat het bedrijf precies zou weten waar de melding vandaan kwam en dit zou zich als een lopend vuurtje verspreiden onder de andere veehouders.

‘Schouders ophalen als biggetje lag te creperen’

Nee, we moesten het probleem, als dat al gezien werd door mijn opleiders, met de veehouder zelf oplossen. Dat daardoor jarenlang duizenden dieren continu lijden: een noodzakelijk kwaad. Schouderophalend werd er gereageerd als er een biggetje lag te creperen op de vloer. „Je kunt ze niet allemaal helpen, de veehouder belt hier echt geen dierenarts voor; dat is economisch niet haalbaar.”

Zonder drinken in de volle brandende zon in de wachtruimte voor het slachthuis, elektrische prikkers die standaard werden ingezet bij slachtdieren, geen licht in varkensstallen, ammoniaklucht waardoor je ogen gaan schrijnen en je geen adem kan halen waardoor je naar buiten rent om een teug schone lucht in te ademen. Niemand maakte er een opmerking over. Laat staan dat er melding van werd gemaakt. Het abjecte wordt op deze manier als normaal ervaren, zo worden de toekomstige dierenartsen klaargestoomd.

Natuurlijk wil het kalf bij de moeder zijn en de moeder bij haar kalf

Foto Lex van Lieshout

Foto Lex van Lieshout

‘Dierenartsen houden toch van dieren?’

De discussie over het kalf bij de koe zou in feite helemaal geen discussie moeten zijn. Natuurlijk wil het kalf bij de moeder zijn en de moeder bij haar kalf. Natuurlijk is dat het beste voor de weerstand van het kalf en is het welbevinden van beide dan het hoogst. Net als bij honden en katten, waarbij het wettelijk is vastgelegd dat ze wekenlang bij hun moeder moeten blijven. Maar hier spelen geen economische belangen. Dierenartsen zijn (dacht ik altijd, wellicht naïef) gestart met de studie omdat ze van dieren houden. Ze willen dieren helpen, toch? Sinds wanneer zijn dierenartsen managers, economen en advocaten van de veehouders en de industrie? Dierenartsen zouden juist moeten opkomen en spreken voor het welzijn van het dier en niet voor de discutabele, immorele hebzucht van de mens. Het economisch belang van de melkvee-industrie zou voor de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde (KNMvD) geen argument moeten zijn.

De stalinrichting en het houderijsysteem zijn dieronvriendelijk; de koeien worden tot het uiterste gedreven („topsporters zijn het”); pijnlijke klauwproblemen, uierontstekingen en andere infectieziekten worden als aanvaardbaar gezien; bij het minste geringste worden ze ‘geruimd’ omdat ze niets meer kunnen hebben door uitputting. Dit alles had voor de KNMvD aanleiding kunnen zijn om een positief advies te geven over deze motie en te zeggen: Het zal een grote uitdaging worden om het kalf bij de koe te laten in de huidige stalinrichtingen. We gaan samenwerken met universiteit Wageningen en het Louis Bolk Instituut om tot de beste oplossing te komen waarbij de dieren zo natuurlijk mogelijk gehouden kunnen worden, met het minste leed en met de minste kans op infectieziekten.

Bedenk dat in deze aangenomen motie van de Partij voor de Dieren slechts werd gevraagd naar een plan van aanpak over een half jaar. Hoe kunnen dierenartsen en de staatssecretaris ertegen zijn dat er wordt nagedacht over methoden om het leed van koeien in de Nederlandse melkvee-industrie te verzachten?