Sympathieke opera, maar elke samenhang ontbreekt

Foto Ongekend Bijzonder/Anna van Kooij

Dat het Nederlandse muziekleven begaan is met het lot van vluchtelingen, is een understatement. In februari organiseerden musici van het Nederlands Philharmonisch een benefietconcert voor Vluchtelingenwerk. Het Orkest van de Achttiende Eeuw trad zaterdag in Zaandam al voor de tweede keer dit jaar op voor vluchtelingen. En in Utrecht klonk zondag een opera over en voor een deel ook door immigranten. Onderweg heet het stuk, dat uit drie delen bestaat die op drie locaties werden uitgevoerd. De tekst werd geschreven door dichters Ruben van Gogh en Baban Kirkuki op basis van het interviewproject Ongekend Bijzonder, waarvoor vluchtelingen naar hun verhalen werden gevraagd. Bob Zimmerman componeerde de muziek.

Het eerste deel begint in de hal van het nieuwe Stadskantoor. Een vluchteling komt aan, zonder papieren, hij spreekt de taal niet en wordt geconfronteerd met bureaucratie en wantrouwen. Librettist Van Gogh houdt van woorden waarvan je hoopt dat ze in de inburgeringscursus achterwege blijven (‘Een spoor van artefacten/ Ligt langs een lange weg/ Vol vluchtige contacten/ En zielloos overleg’), maar het koor, bevlogen amateurs, is zelden verstaanbaar. Wel is duidelijk dat het kraaiend vals is.

In de tweede akte gaan vluchtelingen ‘op zoek naar zichzelf’ in het Stadsarchief. Met het eerste deel heeft het niet zoveel te maken en met het derde eigenlijk ook niet. Op dramaturgisch en muzikaal gebied ontbreekt iedere samenhang: in de tweede akte wordt de muziek gemaakt door een Vietnamees ensemble; de derde akte wordt onderbroken door Syrische muzikanten, drie zangers waarvan één met ud.

De beste delen uit het stuk zijn de momenten waarop een vrouwentrio de vluchtelingen toespreekt. Zimmermans vakmanschap staat niet ter discussie, er zit altijd schwung in zijn muziek. Maar uiteindelijk loopt Onderweg over van de goede bedoelingen en slecht uitgewerkte ideeën. Zou het niet zo sympathiek zijn, dan was dit onacceptabel.