Staat draait in rechtspraak over verkrachting in Indonesië

Voor het eerst is de Nederlandse Staat in beroep gegaan tegen een rechterlijke uitspraak inzake een mensenrechtenschending in Indonesië die werd gepleegd door Nederlandse militairen. De Staat houdt vast aan het standpunt dat de zaak is verjaard.

Het gaat om de groepsverkrachting in februari 1949 van de destijds achttienjarige mevrouw Tremini. Tijdens de koloniale oorlog tegen Indonesië (1945-1950) werd zij bij een zogeheten zuiveringsactie in het Javaanse dorp Peniwen onder bedreiging van een vuurwapen door vijf Nederlandse militairen verkracht. De rechtbank achtte deze feiten in januari bewezen. Gezien de ernst van de misdragingen door de Nederlandse militairen en het feit dat het slachtoffer decennialang verstoken was van toegang tot het Nederlandse rechtssysteem, oordeelde de rechtbank dat de Staat geen beroep kon doen op verjaring. De advocaat van het slachtoffer eiste 50.000 euro schadevergoeding, de rechtbank kende een bedrag van 7.500 euro toe.

Afgelopen week liet het ministerie van Defensie aan de advocaat van mevrouw Tremini weten in beroep te gaan. Dit in afwijking van bijvoorbeeld de eerdere zaak rond de massa-executie van mannen en jongens in het Javaanse dorp Rawagede door Nederlandse militairen. Ook in die zaak was de Staat van mening dat de vorderingen van de nabestaanden van de slachtoffers eigenlijk waren verjaard. Maar een minnelijke schikking was mogelijk.

Defensie heeft formeel nog geen argumenten gegeven voor het besluit om in deze zaak anders te opereren dan in de kwestie-Rawagede. Tegen verschillende media heeft een woordvoerder echter verklaard dat „de morele kanten” van de groepsverkrachting niet worden betwist. Het slachtoffer krijgt ook haar schadevergoeding. Het gaat de Staat om het voorkomen van precedentwerking voor andere misdaden dan standrechtelijke massa-executies. En daarvoor wordt het argument van verjaring gebruikt. Waarmee de indruk wordt gewekt dat groepsverkrachting minder zwaar weegt dan massa-executie.

Nu is verjaring zeker van groot belang voor de rechtszekerheid. Maar de kwestie-Tremini maakt opnieuw duidelijk hoe gevoelig en omstreden de oorlog in Indonesië nog altijd is.

Het zwalkende optreden van de Staat is daarbij ronduit laakbaar. Minister Bert Koenders (Buitenlandse Zaken, PvdA) verklaarde immers onlangs nog bij een bezoek aan Indonesië dat het tijd is dat Nederland met dit verleden in het reine komt. Dat heldere signaal wordt nu troebel door haarkloverij en terugtrekkende bewegingen.