‘Nog maar veertig artsen in Aleppo’

Interview Dokter Hatem, ziekenhuisdirecteur Artsen zijn er amper meer in het belegerde oosten van de Syrische stad. Vorige week kwam kinderarts Mo’az om door een bom.

Foto AFP

Arts Muhammad Wassim Mo’az had twee banen. Van acht uur ’s ochtends tot twee uur ’s middags werkte hij in het kinderziekenhuis van Oost-Aleppo. Van drie tot elf uur ’s avonds werkte hij in het Al-Quds-ziekenhuis. Daar sliep hij ook, voor als er ’s nachts een noodgeval was met kinderen. Donderdagavond was Mo’az een van de vijftig doden bij een bombardement dat het Al-Quds-ziekenhuis grotendeels verwoestte.

De afgelopen week zijn aan beide kanten van het conflict in Aleppo opnieuw zeker 250 burgers gedood, terwijl er eigenlijk een soort bestand van kracht is. De dood van kinderarts Mo’az raakte internationaal een snaar en katapulteerde Aleppo opnieuw naar de voorpagina’s.

Dokter Hatem (29), directeur van het kinderziekenhuis waar Mo’az werkte, was in Istanbul toen het Al-Quds-ziekenhuis werd gebombardeerd. Donderdag keert de arts, die zijn volledige naam niet wil noemen, terug naar Aleppo, de grootste stad van Syrië die vrijwel geheel is omsingeld door troepen van het regime.

Wat voor man was dokter Mo’az?

„Hij was een prachtige man. Hij maakte grapjes met de kinderen om ze op hun gemak te stellen. Ook bij het personeel was hij heel geliefd. Hij was 36 jaar oud en niet getrouwd. Hij had drie broers, die ook arts zijn. Twee van hen zijn nog altijd in Aleppo, de derde woont in Turkije, waar ook zijn ouders wonen.

„Ik voel mij schuldig omdat Mo’az eigenlijk in Turkije had moeten zijn om zijn familie te bezoeken. Hij had zijn ouders al vier maanden niet gezien. Maar ik had een examen Engels in Istanbul. We hadden afgesproken dat hij zou blijven tot ik terug was. Anders had hij wellicht nog geleefd.

„Hij was echt iemand van Aleppo. Toen de oorlog begon, heeft hij de beslissing genomen dat hij niet zou vertrekken zolang hij nodig was. Hij heeft mij ooit gezegd: ‘Ik verlaat Aleppo nooit. Ik zal hier sterven.’”

Er wordt gezegd dat hij de laatste kinderarts in Aleppo was.

„Nee, dat klopt niet. We zijn nu nog met zeven in Aleppo: vier gediplomeerde kinderartsen en drie in opleiding. Maar in Aleppo kijken we niet meer zo naar diploma’s. Het is de ervaring die telt. In mijn kinderziekenhuis heb ik zeventien verpleegsters, van wie er slechts zeven een diploma hebben. De anderen hebben het werk al doende geleerd.”

Vorig jaar was er een oproep van verplegend personeel aan artsen om vooral niet naar Duitsland te gaan. Hoeveel artsen zijn er nu nog?

„Het is heel gevaarlijk in Aleppo, dus het is begrijpelijk dat ook dokters vertrekken. Ik schat dat er in Oost-Aleppo nog veertig tot vijftig dokters overblijven voor een bevolking van ongeveer 400.000 mensen. Dat zijn de meest gemotiveerde dokters, die net als dokter Mo’az besloten hebben dat zij onder geen beding zullen vertrekken. Dat is natuurlijk niet genoeg en er is ook een groot gebrek aan medicijnen.”

Is er eigenlijk contact met artsen aan regeringskant in West-Aleppo?

„Ik woonde voor de oorlog in West-Aleppo en heb daar ook gestudeerd. Dus ik heb er veel vrienden. Wij helpen elkaar. Als ik heel dringend medicijnen nodig heb, vraag ik vrienden aan de regeringskant om hulp. Zij hebben meer medicijnen. Zij doen dat, ook al mag het niet en moeten zij dat in het geheim doen.”

Het ‘staken van de vijandelijkheden’ is nu een dode letter. Op internationaal niveau wordt gepraat over de uitbreiding naar Aleppo van wat een ‘periode van stilte’ wordt genoemd. Geloven de mensen in Aleppo daar nog in?

„In Aleppo gelooft men al lang dat het juist de buitenlandse mogendheden zijn die de oorlog laten voortduren. Mensen in Aleppo zelf willen gewoon dat de oorlog ophoudt, ongeacht hun overtuiging of dat zij nu in west of oost wonen. Ik ben zelf in oost gaan wonen omdat ik daar nodig was, en omdat ik het oneens ben met het optreden van de regering. Maar als de oorlog ophoudt, gaan wij allemaal samen Aleppo heropbouwen. Daar geloof ik echt in.”

Wie heeft er schuld aan het recente oplaaien van de gevechten?

„Er wordt natuurlijk van beide kanten geschoten. Eenderde van de burgerslachtoffers deze week zou aan regeringskant zijn gevallen. Maar de regeringskant heeft vliegtuigen en helikopters en betere wapens.

„Eén probleem is de aanwezigheid van Jabhat al-Nusra [Al-Qaeda in Syrië] in Oost-Aleppo. De regering gebruikt dat als excuus om toch te bombarderen, in weerwil van het bestand. Maar men moet begrijpen dat wij daar niets aan kunnen doen. Met Al-Nusra kunnen we afrekenen wanneer de oorlog ophoudt. Dat nu doen betekent dat je onschuldige mensen gaat doden, want strijders van Al-Nusra wonen tussen de bevolking.”