Misschien ook wel onze man in Rio

Spits Mirco Pruyser was „ongelooflijk belangrijk” voor Amsterdam. En straks misschien ook in Rio.

Mirco Pruyser speelde zaterdag en zondag een cruciale rol tegen Kampong. Foto Rien Zilvold

Hij is een beetje een laatbloeier, maar Mirco Pruyser (26) haalt de verloren tijd in rap tempo in. Met drie doelpunten in twee dramatische play-offduels met Kampong loodste de topschutter van Amsterdam zijn ploeg zondagmiddag voor het eerst in vier jaar naar de finale om het landkampioenschap, komend weekeinde tegen titelverdediger Oranje Zwart.

„Hij is zo verschrikkelijk goed en sterk”, zegt hoofdcoach Dirk Loots van Amsterdam vol bewondering, als Pruyser en zijn ploeggenoten de benauwde zege (3-1 in de slotseconden) in het beslissingsduel met Kampong vieren. „Mirco is ongelooflijk belangrijk voor ons.”

Zaterdag scheelde het maar een haar of Amsterdam, de trotse nummer één van de reguliere hoofdklassecompetitie, was in de halve finale uitgeschakeld door Kampong. De ploeg uit Utrecht had het eerste duel in de play-offs thuis gewonnen (4-2) van Amsterdam dat Pruyser wegens een schorsing aan de kant moest houden.

Zaterdag, in het Wagener Stadion, leidde Kampong twee minuten voor tijd met 2-1, totdat Pruyser zijn ploeg aan een verlenging hielp. Pruysers zakenpartner en collega-international Billy Bakker – samen runnen ze een school voor hockeyspitsen – dwong een minuut later met een golden goal alsnog een beslissingsduel af. En daarin was de klasse van de nummer tien van Amsterdam zondagmiddag opnieuw cruciaal.

Weinig hoofdklassespelers ontwikkelden zich de afgelopen twee jaar zo sterk als Pruyser, met zijn 27 doelpunten in de competitie veruit de meest effectieve spits op de Nederlandse velden. Groot, sterk, behendig en gezegend met een natuurlijk instinct als het gaat om kansen benutten. Ook bondscoach Max Caldas, die Pruyser vorig jaar meenam naar het gewonnen EK in Londen, heeft met het oog op de Spelen in Rio de Janeiro grote plannen met de aanvaller.

„Ik zit lekker in mijn vel”, klinkt het bescheiden uit de mond van de speler uit Hoofddorp, die zijn carrière begon bij De Reigers. „Ik krijg de ballen lekker aangespeeld van Billy Bakker en Valentin Verga. Zonder mijn medespelers kan ik niet scoren.”

Misschien doet hij zichzelf daarmee iets tekort. Maar voor Amsterdam betekent de finaleplaats een grote opluchting, na jaren van ondermaatse prestaties. Na het landskampioenschap in 2011 en in 2012 miste de ploeg twee keer op rij de play-offs.

Onder leiding van coach Alyson Annan werd de ploeg veel effectiever en kwam met name Pruyser volledig tot bloei. „Het heeft te lang geduurd, een plek in de finale”, erkent de aanvaller. „Er was een aantal oudere spelers opgestapt, dus we hebben opnieuw moeten bouwen aan een team. Maar vorig jaar waren we al heel dichtbij, met de halve finales tegen Oranje Zwart. Wat dat betreft hebben we dit jaar iets recht te zetten.”

Amsterdam won dit seizoen in de reguliere competitie twee keer van de landskampioen uit Eindhoven en toonde zich de afgelopen maanden in elk geval het meest constant in de hoofdklasse, ondanks een wisseling van de wacht in de coachingsstaf. Want Amsterdam raakte al na zeven duels hoofdcoach Annan kwijt aan de nationale vrouwenploeg, na het gedwongen vertrek van bondscoach Sjoerd Marijne. Maar onder vakman Dirk Loots, oud-trainer van HGC, leverde Amsterdam niets van zijn dominantie in.

Voor Kampong, vorig jaar nog verliezend finalist tegen Oranje Zwart, waren de druiven extra zuur, zondagmiddag. De ambitieuze club moest het in het beslissingsduel doen zonder sterspeler Robbert Kemperman, die zaterdag met twee gele kaarten uit het veld was gestuurd. „Ontzettend balen, dit doet enorm veel pijn”, erkende international Sander de Wijn. „Zaterdag zaten we op twee minuten na in de finale. Maar elke ploeg die zo’n wereldspeler als Robbert mist, voelt dat. We hebben deukjes opgelopen, maar ik vind het knap hoe we er weer stonden.”

De Wijn wil niets weten van een obsessie bij Kampong, als het gaat om het winnen van de landstitel. De Utrechtse club werd voor het laatst kampioen in 1985, toen de generatie van Tom van ’t Hek en René Klaassen nog speelde, en een piepjonge Jacques Brinkman, onder leiding van coach Hans Jorritsma. „Het is absoluut geen obsessie voor Kampong”, zegt De Wijn met veel nadruk. „We willen heel graag landskampioen worden, maar er zijn meer ploegen die dat willen. Het gaat niet vanzelf. Het zit hem in hele kleine details, wel of geen strafbal, wel of geen corner, een strafbal op de lat, zoals vandaag. Maar we halen wel vijf jaar op rij de play-offs en dat is knap, met een team dat bijna alleen maar uit Nederlanders bestaat. Er zit nog steeds groei in deze groep. En we blijven bij elkaar na dit seizoen.”