Miljardenfusie in oliesector van de baan

Oliedienstverleners Halliburton en Baker Hughes halen een streep door hun fusieplannen, waarmee ruim 24,4 miljard euro was gemoeid.

Een Halliburton-kantoor in Houston, Texas. Foto: Richard Carson / Reuters

De geplande fusie tussen oliedienstverleners Halliburton en Baker Hughes komt er niet. De mondiale nummer twee en drie in de sector krijgen de fusie, waarmee omgerekend ruim 24,4 miljard euro is gemoeid, wettelijk niet rond. Dat maken de bedrijven in een verklaring bekend.

Ook de huidige malaise op de oliemarkt speelt een belangrijke rol in het afketsen van de plannen. Door de miljardenfusie zou een nieuwe speler van wereldformaat ontstaan, die rechtstreeks zou concurreren met marktleider Schlumberger. Helemaal onverwachts komt de aankondiging niet. Halliburton verplaatste de bekendmaking van de kwartaalcijfers al van 30 april naar 3 mei - volgens analisten was dit een duidelijk voorteken dat de fusie er niet zou komen.

‘Overwinning voor Amerikaanse economie’

In de Verenigde Staten waren er zorgen om de concurrentie en innovatie in de sector als de fusieplannen zouden doorgaan. In april startte de Amerikaanse Justitie een rechtszaak om de plannen tegen te houden. Volgens de autoriteiten zou de onderlinge concurrentie in de markt van zeker 23 producten en diensten in de oliesector ernstig in gevaar komen als Halliburton en Baker Hughes zouden fuseren.

Openbaar aanklager Lorretta Lynch sprak in een verklaring van een “overwinning” voor de economie van de Verenigde Staten en voor het Amerikaanse volk. Volgens Lynch zou de fusie, als die was doorgegaan, de markt grotendeels in handen hebben gebracht van slechts twee partijen.

Eind 2014 maakte Halliburton de plannen bekend. Omdat er geen schot in de zaak zat, werd een deadline afgesproken om de samengang rond te krijgen - die verstreek vannacht. Halliburton moet aan Baker Hughes een bedrag van 3,5 miljard dollar (zo’n 3 miljard euro) betalen nu de fusie niet doorgaat.