Intermetzo: zorg is prioriteit

De serieuze financiële problemen van jeugdzorginstelling Intermetzo maken opnieuw duidelijk hoe fragiel de positie is van sommige cruciale organisaties in de gezondheidszorg. Intermetzo biedt hulp aan ongeveer 4.500 kwetsbare kinderen. Er werken 2.300 mensen. De organisatie is enkele jaren geleden ontstaan uit een fusie van LSG-Rentray en een deel van de Zonnehuizen Groep, dat een doorstart maakte uit een faillissement.

Intermetzo is niet de eerste zorginstelling die het water aan de lippen staat. Eind vorig jaar vroeg TSN Thuiszorg, de grootste landelijke commerciële partij in de thuiszorg met zo’n 40.000 cliënten, uitstel van betaling aan. Eerder dit jaar ontsloeg zorgorganisatie Vérian meer dan 500 thuiszorgmedewerkers. En een paar weken geleden moest Victas, een grote regionale verslavingskliniek (ruim 4.300 cliënten), na een faillissement aansluiting zoeken bij een instelling voor de geestelijke gezondheidszorg.

Doorgaans spelen specifieke oorzaken een rol in de problemen. Zo maakte Intermetzo in 2012 en 2013, de laatste jaren waarover een jaarverslag beschikbaar is, verlies. Victas had vastgoedsores.

Er zijn echter ook factoren met een meer algemeen karakter. Twee daarvan zijn: de bureaucratie zoals partijen in de zorg die ervaren, en de tarieven die hun opdrachtgevers bereid zijn te betalen. De thuiszorg en de jeugdzorg zijn allebei met ingang van 2015 overgeheveld naar de gemeenten in het kader van een decentralisatie- en bezuinigingsmaatregel van het kabinet. Het idee was dat lokale overheden beter in staat zijn om, rekening houdend met lokale en persoonlijke omstandigheden, adequate zorg te contracteren.

In de praktijk zijn er echter voortdurend klachten over de lage tarieven die gemeenten betalen voor thuiszorg en over de rompslomp van formulieren en betalingen die per gemeente verschillend kan zijn. Intermetzo doet bijvoorbeeld zaken met ongeveer 200 gemeenten. De andere kant van het verhaal is dat deze soms gekmakende bureaucratieën een bekend feit zijn bij de overgang naar decentrale financiering. Organisaties moeten daar rekening mee houden en voorzorgsmaatregelen treffen.

Intermetzo heeft inmiddels subsidie aangevraagd bij de Transitie Autoriteit Jeugd. Daarmee kunnen overgangskosten bij de decentralisatie bestreden worden. Dat is tijdelijke hulp.

De overheid moet evenwel niet met structurele financiële steun organisaties in de zorg redden. De continuïteit van de zorg voor patiënten dient centraal te staan, niet het voortbestaan van een organisatie. Daar moeten de gemeenten en staatssecretaris Martin van Rijn (Volksgezondheid, PvdA) prioriteit aan geven.