‘Ik wil een feestje dat ontaardt in grote chaos’

Interview Bodil de la Parra Bodil de la Parra schreef ‘We Want More!’, een muzikale komedie voor elf actrices en één acteur, over een reünie van een popkoor. „Het is muziek maken met de tekst, tak-tak-ták.”

Het was een wild plan, van theaterproducent Inge Bos van Bos Theaterproducties: zij wilde een stuk met 25 vrouwen op toneel. Beoogd schrijfster: Bodil de la Parra. „Toen ze dat opperde, moest ik heel hard lachen.” Want er was niet alleen de praktische haalbaarheid (lees: kosten) van zoveel spelers op toneel, maar ook de inhoudelijke uitdaging: wat is een geloofwaardige dramatische setting voor zoveel vrouwelijke personages? De la Parra zei: als ik iets slims verzin, dan bel ik je. En dat deed ze. Een reünie moest het worden. Van een vrouwenkoor. Na veel schrijven en schrappen, of, zoals De la Parra zegt, „knagen en ploeteren”, bleven er twaalf personages over. Plus een live-band – nog altijd een ongekend aantal in het commerciële circuit.

‘Ik zit maar te praten’

De la Parra (52) praat veel en vlot; ze volgt kronkelige denkpaden naar abrupte afslagen, en valt dan soms opeens stil. „Nu zit ik maar te praten en te praten, en weet ik helemaal niet meer wat de vraag was.” Hoe ze tot een stuk komt, was de vraag. Het antwoord: „Heel intuïtief, vanuit de personages. Meestal begin ik gewoon en dan zie ik wel. Dit was de eerste keer dat ik vooraf helemaal de structuur heb uitgedacht, haha.”

Ze begon haar carrière als actrice maar heeft zich gaandeweg steeds meer tot toneelschrijver ontwikkeld. Succes had ze onder meer met Orgeade Overzee (1995), Onder Vrouwen (2003), en Slangenvel (2005) – zelfgeschreven stukken waar ze steeds ook zelf in speelde. „Ik schrijf altijd vanuit mezelf als actrice, en op de huid van actrices die ik goed ken en met wie ik vaak werk, zoals Margôt Ros en Wimie Wilhelm. Ons spel, ons gedrag, is mijn motor bij het schrijven.”

Dit keer speelt ze alleen zelf niet mee. „Ja, dat is dus mislukt.” Voornaamste reden: haar vriend, acteur Geert Lageveen, voert de regie. Puur toeval, moppert ze monter. „Inge Bos heeft hem benaderd zonder dat ik het wist. Ja Jezus, dan ga ik er natuurlijk niet in spelen! Je moet als acteurs onder elkaar wel een beetje kunnen kankeren op de regisseur. Dus helaas, ik heb het uit handen moeten geven.”

‘Eerste doorloop hi-la-risch’

Maar, relativeert ze, ze heeft eerder stukken geschreven waar ze niet zelf in zat. „Hagedissenhuid, over drie bejaarde mannen bijvoorbeeld, daar kon ik natuurlijk ook zelf niet in spelen.” Ze kan het loslaten, wil ze maar zeggen; ze weet dat de regisseur nu zijn gang moet gaan met háár tekst, al is het dit keer dus haar man. „Ik zit er niet ontzettend bovenop thuis. Hij vertelt ook weinig. Het is een moeilijk stuk om te regisseren, de zinnetjes moeten razendsnel op elkaar inprikken, tak-tak-ták; je moet muziek maken met de tekst. Met zoveel acteurs is dat lastig en de repetitietijd was krap. Maar de eerste doorloop die ik zag was al hi-la-risch. Op de een of andere manier is er helemaal geen discussie over de tekst. Daar is trouwens ook geen tijd voor, haha.”

We Want More! gaat over Women’s World, het semiprofessionele koor van koorleidster en dirigente Mia Mitchell (Petra Laseur), dat twintig jaar geleden als gevolg van de mysterieuze verdwijning van een van de leden nét niet doorbrak. De in het leven teleurgestelde Nadine (beurtelings gespeeld door Lies Visschedijk en Tina de Bruin) heeft hemel en aarde bewogen om de vrouwen, veertigers en vijftigers nu, voor een reünieconcert bij elkaar te krijgen. In We Want More! zien we de generale repetitie, en het daadwerkelijke optreden, dat natuurlijk net iets anders loopt dan gepland. De la Parra: „Een feestje, dat wilde ik. Een feestje dat totaal ontaardt in chaos.”

Een zwoele zomeravond

Een voorbeeld bij het schrijven was de legendarische Werkteater-voorstelling Een zwoele zomeravond uit 1978. „Het Werkteater speelde toen een paar maanden in een tent op het Museumplein. Ik was een puber van veertien en kon de toegang niet betalen, dus ik piepte stiekem onder het tentzeil door. Zo heb ik die voorstelling wel tien, twaalf keer gezien.”

In Een zwoele zomeravond probeert het showbizzechtpaar de Nellico’s (Marja Kok en Helmert Woudenberg) een optreden te geven, dat continu verstoord wordt, onder meer door acteur Gerard Thoolen die als de Surinaamse mevrouw Emanuels aan komt zetten met 150 satés. De la Parra: „Dat zou nu totaal politiek incorrect zijn, maar goed. Ik vond het geweldig dat het zo gestoord was. Alles kon. Joop Admiraal speelde een baby! Ik hoop dat iets van die gekte ook in deze voorstelling zit.” Ze koos voor het repertoire in elk geval een ‘krankzinnig’ nummer: Crazy Horses van The Osmond Brothers. „Puur voor de lol. Ik laat een personage opkomen, de rest roept: Terneuzen! en ze barsten los in dat lied. Dat leek me grappig.”

In de voorstelling zitten vijftien nummers, van Like a Prayer tot Lady Marmalade, door De la Parra zelf gekozen. „De enige beperking was dat ze in 1995 al op het repertoire hadden kunnen staan.” De nummers werden door Rutger de Bekker en Peter van de Witte voor koor gearrangeerd, soms vijf- of zesstemmig. De la Parra: „Het ontroerde me bij de doorloop hoe knap er gezongen wordt. Het werkt heel mooi dat je al die personages echt hebt leren kennen, en ze dan vijfstemmig uitbarsten in een lied. Op de een of andere manier resoneren die levens mee in de muziek – dat vond ik een sensatie.”

De la Parra is de dochter van de Joods-Surinaamse filmmaker Pim de la Parra. Sinds hij twintig jaar geleden naar Paramaribo verhuisde, komt ze daar regelmatig en heeft er twee voorstellingen gemaakt. In 2011 schreef ze op basis van interviews met twintig Surinaamse vrouwen een Surinaamse versie van haar stuk Onder vrouwen – waarin drie actrices gedurfd openhartig zijn over mannen, seks en relaties. „Het ging over machogedrag, commanderen, vreemdgaan. In Suriname staan vrouwen in het publiek dan op en schreeuwen: ja zo! Zo gaat het precies! (ze staat op en doet het voor, met priemende vinger en vlammende blik). Dat vond ik een waanzinnige ervaring. Die vrouwen stellen in het stuk álles aan de kaak. Ik liet de personages hun mannen ook dumpen – dat gebeurt daar bijna nooit.”

26 keer vreemdgaan

In 2014 maakte ze volgens hetzelfde recept Onder mannen Suriname. „Wat er bij die interviews allemaal loskwam! Hilarisch. Allemaal gaan ze vreemd, al-le-maal, en niet één keer een affaire, maar 26 keer. Van de twintig mannen die ik sprak was er eentje die in de romantische liefde geloofde. Dat werkproces heeft me veel inzicht verschaft in de mentaliteit van die samenleving.” Het was kostelijk bovendien. „Toen de eerste man mij vertelde (zet Surinaams accent op): ‘Ja, er schijnt dus iets met mij te zijn, ik heb een heel speciaal soort aantrekkingskracht…’, dacht ik nog: O? Interessant, en schreef ik het netjes op. En toen kwam nummer twee, drie, vier, tot en met nummer zeven: allemaal hetzelfde verhaal.”

Of dit inzicht in de Surinaamse man ook nieuw licht werpt op het karakter van haar vader, en de scheiding van haar moeder op haar zestiende? Dat niet zozeer, denkt De la Parra. „Mijn ouders hadden gewoon zo’n typisch jarenzestighuwelijk. Dat had iedereen toen toch?” Haar moeder is van Chinees-Indonesische afkomst. Over die kant van haar stamboom maakte De la Parra vorig jaar de voorstelling Ouwe Pinda’s, waar ze momenteel een vervolg van schrijft. „Ik ben altijd wel iets aan het schrijven. Spelen is lastiger. Er worden minder voorstellingen gemaakt en er wordt veiliger gecast, dat is nadelig voor een specifiek type als ik.”

Het Nederlandse theaterlandschap is de laatste jaren flink verschraald, vindt ze. „Onder vrouwen hebben we destijds in drie weken gemaakt. Koos Terpstra, die toen het Noord Nederlands Toneel leidde, zei tegen Margôt, Wimie en mij: maak maar, en als het een succes is, gaat het op tournee. Het werd een succes. Ik werk graag op die manier, waarbij niet alles van tevoren vastligt. Het theater van nu is allemaal een beetje voorspelbaar.”

Dat nota bene een commerciële producent nu een gok neemt met dit stuk, vindt ze „waanzinnig”. „Het is geen musical, maar er wordt wel in gezongen, het is een komedie, maar niet plat, het is commercieel maar zonder echte BN’ers, en we hebben nota bene Petra Laseur, de koningin van het repertoiretoneel! Geweldig dus dat Inge Bos dit aandurft.”