In deze vijf landen holt de persvrijheid achteruit

De vrije pers staat wereldwijd onder druk. Op de Internationale Dag van de Persvrijheid bekijkt NRC de situatie in vijf landen waar de persvrijheid het afgelopen jaar hard achteruit ging.

Terreuraanvallen in het Midden-Oosten, intimidatie door de autoriteiten in Rusland en Turkije, corruptie in Oost-Europa, repressie van de Communistische Partij in China, de harde aanpak van klokkenluiders door de Amerikaanse regering en de aangescherpte terreurwetgeving na de aanslagen in Frankrijk waardoor journalistieke bronnen minder goed zijn beschermd.

Overal ter wereld staat de vrije pers onder druk. Die verontrustende conclusie trokken twee journalistieke waakhonden – Freedom House en Reporters Sans Frontières (RSF) – afgelopen maand, afzonderlijk van elkaar.

De Amerikaanse organisatie Freedom House gaf in twaalf jaar tijd niet zulke lage scores aan landen in zijn jaarlijkse rapport Freedom of the Press. Slechts 13 procent van de wereldbevolking woont in een land met een vrije pers, een procentpunt minder dan vorig jaar.

Noord-Europese media, waaronder ook de Nederlandse, genieten de meeste vrijheid. Het clubje landen waar journalisten het meest worden onderdrukt: Iran, Noord-Korea, Syrië, Turkmenistan, Oezbekistan.

De oorzaken van de wereldwijde teruggang lopen sterk uiteen. Van steeds autoritairder wordende regimes tot een gebrek aan concurrentie tussen mediabedrijven.

Op de Internationale Dag van de Persvrijheid bekijkt NRC de situatie in vijf landen waar de persvrijheid het afgelopen jaar volgens Freedom House sterk achteruit ging: Frankrijk, Macedonië, Turkije, Burundi en Bangladesh.

Hoe groot is die achteruitgang? En wat is de reden?

Foto AFP

Na de aanval op Charlie Hebdo ontstond op het Place de la Republique in Parijs een geïmproviseerd gedenkteken. Foto AFP

Frankrijk is een van de dodelijkste landen voor journalisten

In geen westers land daalde de persvrijheid zo sterk als in Frankrijk. Dat heeft veel te maken met de reeks terreuraanslagen in 2015. Met de moord op acht journalisten (redacteuren, cartoonisten, columnisten) bij Charlie Hebdo in januari werd Frankrijk volgens het Committee to Protect Journalists na Syrië het meest dodelijke land voor journalisten.

Na de aanslagen maakten de Franse autoriteiten bovendien voor het eerst gebruik van in 2014 aangescherpte terreurwetgeving die ook media treffen: vijf websites die opriepen tot terreurdaden of terrorisme verheerlijkten werden gesloten en er kwam een nieuwe wet die inlichtingendiensten toestaat op grote schaal internet- en telefoondata, ook van journalisten, af te tappen.

Frankrijk is voor journalisten niettemin nog altijd een van de meest vrije landen om te werken: de grondwet geeft heldere garanties en in rechtszaken worden journalisten doorgaans vrijgesproken. Toch daalde het land ook hard op de recent verschenen persvrijheidlijst van Reporters Sans Frontières (RSF).

Die organisatie geeft daarvoor nog een ander argument, dat ook in Frankrijk zelf tot groeiende zorgen leidt: het samenklonteren van media in steeds grotere bedrijven. Alle nationale kranten en weekbladen zijn in handen van magnaten die vaak niet uit de media afkomstig zijn.

Zo is internetmiljardair Xavier Niel een van de eigenaars van Le Monde en is Le Figaro van defensietopman Serge Dassault. Les Echos en Le Parisien vallen onder luxeconcern LVMH en Libération maakt (net als nieuwszender BFMTV en weekblad L’Express) deel uit van het telecomconsortium SFR van miljardair Patrick Drahi. Deze grootindustriëlen, schrijft RSF, „zouden andere doelstellingen kunnen hebben dan het verdedigen van redactionele onafhankelijkheid.”

In Macedonië worden journalisten afgeluisterd en aangevallen

Macedonië is na Frankrijk de grootste Europese daler. Het land scoorde volgens onderzoeksorganisatie Freedom House vier punten slechter dan het jaar ervoor. Onthullingen over journalisten die worden afgeluisterd spelen een rol. Er zijn corrupte banden tussen regering en eigenaars van mediabedrijven. Er zijn zelfs voorbeelden van fysiek geweld.

Zo zien kritische journalisten in Macedonië hun auto wel eens in vlammen opgaan. Of ze worden persoonlijk aangevallen: een journalist die vice-premier Vladimir Peševski op straat een onwelgevallige vraag stelde, kreeg een pak slaag.

En dat terwijl Macedonië nog niet zo lang geleden werd gezien als het land dat een hoopvolle stap maakte richting de EU. Dat geldt ook voor buurland Servië, onder leiding van premier Aleksandar Vucic. Maar ook daar zijn geweld en vijandige retoriek tegenover kritische journalisten niet ongewoon, net als berichten over censuur.

Geen plaats voor kritiek in Burundi

Onafhankelijke journalisten, zelfstandige burgeractivisten en moedige rechters zijn uitstervende soorten in Burundi. In het rauwe machtsspel van president Pierre Nkurunziza is geen enkele plaats voor kritiek: degenen met afwijkende meningen worden gemarteld en gedood. Of ze ontvluchten het land. En de militanten onder hen sluiten zich aan bij het groeiende militaire verzet.

Nkurunziza’s illegale derde ambtstermijn vorig jaar stuitte vooral in de hoofdstad Bujumbura op verzet. Door het vrije woord te smoren hoopt een kliek rond de president de oppositie te verslaan. Tijdens een couppoging van ontevreden militairen een jaar geleden vielen gewapende aanhangers van de overheid vijf onafhankelijke radiostations aan en staken ze in brand. Nu klinkt alleen nog het nationale radiostation in de ether en er is nog maar één krant te lezen, die van de overheid.

Vrije media behoren tot de onmisbare pilaren in fragiele Afrikaanse samenlevingen om machtsmisbruik te voorkomen. De repressieve overheid pakte ook de niet-gouvernementele pressiegroepen (ngo’s) aan. Tien ngo’s werden verboden en enkele van hun medewerkers vermoord. Rechters kregen bedreigingen en toen vorig jaar de Constitutional Court, de hoogste gerechtelijke instelling Nkurunziza’s aanblijven moest goedkeuren, ontvluchtte de vicevoorzitter uit angst voor zijn leven het land.

Zonder enige onafhankelijke en kritische macht drijft Burundi bijna onvermijdelijk af naar een afgrond met nog meer geweld.

Intimidatie en arrestaties in Turkije

Persvrijheid is een relatief begrip in Turkije. Na 2000 en onder invloed van de toenadering tussen Turkije en de EU leek het even wat beter te gaan. Maar de afgelopen jaren holt de persvrijheid achteruit. Journalisten worden geïntimideerd of opgepakt. Vaak op beschuldiging van het steunen van ‘terroristen’, waarmee de Koerdische rebellen van de PKK of de beweging van imam Gülen wordt bedoeld. Steeds meer media worden onder staatstoezicht geplaatst.

In maart was Zaman aan de beurt, de grootste oppositiekrant van het land. Sinds Erdogan in 2014 president werd, zijn er al 2.000 mensen aangeklaagd wegens belediging van het staatshoofd, onder wie veel journalisten.

Turkse journalisten beschuldigen Erdogan van een heksenjacht. Volgens hen is de situatie niet zo erg geweest sinds het militaire bewind in de jaren 80. Deze week moest de hoofdredacteur van Cumhuriyet, een van de laatste oppositiekranten, voor de rechter verschijnen vanwege een documentaire over corruptie binnen de regering. Ook buitenlandse journalisten moeten oppassen. De Nederlandse Fréderike Geerdink werd vorig jaar het land uit gezet – een waarschuwing aan journalisten dat ze in de gaten worden gehouden.

Bangladesh levensgevaarlijk voor seculiere journalisten en uitgevers

Met de persvrijheid in Bangladesh is het momenteel somber gesteld. Wie zijn seculiere voorkeur openlijk bekendmaakt, loopt acuut gevaar met machetes te worden doodgeslagen door militante fundamentalisten. Vorige week nog werd in de hoofdstad Dhaka een homoactivist, die ook hoofdredacteur was van het enige homoblad in Bangladesh, op die manier gedood. Ook zijn vriend, een hoogleraar Engels en een student kwamen zo deze maand om het leven. Dat lot was eerder al weggelegd voor enkele atheïstische bloggers en een uitgever.

Ook de media zelf hebben het zwaar te verduren. Niet alleen van radicale moslims, maar ook van de (in naam) seculiere regering. Zo werd Mahfuz Anam, hoofdredacteur van The Daily Star en een gerespecteerd journalist, dit jaar voor de rechter gedaagd nadat hij had toegegeven dat zijn krant in 2007 premier Sheikh Hasina van corruptie had beschuldigd op grond van niet geverifieerde informatie van het leger.

Premier Hasina geldt als zeer wraakzuchtig. Wie kritiek op haar of op haar zoon heeft loopt een aanzienlijk risico te worden gearresteerd. Het overkwam ook de 82-jarige Shafiq Rehman, een andere grand old man van de Bengaalse journalistiek in februari van dit jaar. Hij zou betrokken zijn geweest bij een complot om Sheikh
Hasina’s zoon Sajeeb Wazed Joy te vermoorden. Waarnemers menen dat zulke aanklachten uit de lucht zijn gegrepen en slechts dienen om critici de mond te snoeren.