Hier is iets drastisch onecht

Folkmuziek van Woody Guthrie tot Ed Sheeran was altijd het domein van artiesten die zich toelegden op drie akkoorden en de waarheid. Geef het aan geschoolde muzikanten en er komt een nieuwe hybride uit: de conservatoriumfolk. The Lumineers uit Denver (USA) zijn zo’n zorgvuldig in elkaar gezette groep van jongens en een meisje die na het megasucces van Mumford & Sons (UK) dachten: dat kunnen wij ook. En beter.

De viool werd een cello en de pianist doet ook de mandoline en accordeon erbij. De drummer is een verhaal apart: als medeoprichter van de band mag hij een groot deel van de avond vooraan staan naast de zanger, met zijn eigen mandoline en een bonkende basdrum. Als The Lumineers ‘Lalala’ of ‘Ohohoo’ zingen, zijn ze net Coldplay. Ze brengen hun festivalwaardige folkpop op het geluidsniveau van een straaljager.

De band trekt een jong publiek dat naarstig op zoek is naar iets moois, iets romantisch, iets van echte liefde. Een nummer dat begon met „When I was young” klonk prachtig toen het werd meegezongen door een koor van bewonderende meisjes. Ophelia en Cleopatra kwamen langs als songtitels, want historische tekstonderwerpen met een vrouwelijke touch horen erbij. De meisjes met hun telefoontjes filmden zich suf en kletsten er rustig doorheen, totdat er weer zo’n gezellig meezingrefrein kwam.

Er is iets drastisch onecht aan deze band, die folk maakt volgens het studieboek. Er zaten aardige momenten in hun show, zo lang zanger Wesley Schultz met rust gelaten werd door de piano spelende drummer of de rondspringende bassist met zijn veel te opdringerige tweede stem.

Maar folk? Daarvoor was popgroep The Lumineers simpelweg te netjes.