Burgers zijn weer een legitiem militair doelwit

Dwars Carolien Roelants is Midden-Oostenexpert en scheidt elke week de feiten van de hypes.

Op een recent symposium van de Israël-lobby CIDI hoorde ik de Amerikaanse advocaat Alan Dershowitz pleiten voor herziening van de Geneefse Conventies inzake de bescherming van burgers in oorlogstijd. Die burgers moeten minder worden beschermd, daar kwam het in grote lijnen op neer.

De Geneefse Conventies vloeien voort uit de slachting die tijdens de Tweede Wereldoorlog onder burgers werd aangericht. Dat nooit meer en zo. Dus werd in de Conventies en in latere toevoegingen onder andere bepaald dat een strijdende partij niet zomaar burgers mag doden. Laat staan in ziekenhuizen. En als er een dringende militaire noodzaak is, zoals de bescherming van de eigen burgers, dan moet er een zekere proportionaliteit zijn tussen het aantal burgerdoden en het militaire doel.

Dershowitz neemt het op voor Israël, dat zijn tegenstanders Hezbollah in Libanon en Hamas in de Gazastrook ervan beschuldigt burgers als menselijk schild te gebruiken, en dus de Geneefse Conventies als wapen. Israël valt toch aan, vandaar de conflicten tussen Israël enerzijds en Verenigde Naties en mensenrechtenorganisaties anderzijds over Israëls al-dan-niet-oorlogsmisdrijven in de oorlogen in Libanon (2006) en Gaza (2008-’09 en 2014), waarbij grote aantallen burgers werden gedood. En in toekomstige oorlogen. Grootschalige verwoesting van civiele infrastructuur staat centraal in de Israëlische afschrikkingsstrategie.

Kunduz, oktober 2015: een ziekenhuis van Artsen zonder Grenzen werd getroffen door een Amerikaans bombardement.Foto Najim Rahim/AP

Aanpassing van de Geneefse Conventies is een stokpaardje van Dershowitz, en Israëls standpunt kennen we, hoor ik u zeggen. Maar als ik om me heen kijk, constateer ik dat Dershowitz al zijn zin heeft gekregen. Wie trekt zich nog wél iets van de Conventies aan? De wereldoorlogen – ik neem de eerste er maar bij – zijn lang geleden, en de lessen ontleerd.

Allemaal aanvallen in strijd met de Conventie. Nergens een onderzoek

Tussen 2012 en 2014 telde het Internationale Comité van het Rode Kruis in elf landen bijna 2.400 aanvallen op medisch personeel, ziekenhuizen en ziekenvervoer. Deze cijfers leen ik uit een zeer bezorgd opinieartikel in The Guardian door Peter Maurer van het internationale Rode Kruis en Joanne Liu van Artsen zonder Grenzen na de dodelijke luchtaanval op het Al-Quds-ziekenhuis in Aleppo van vorige week.

In 2015 werden 75 (75!) ziekenhuizen van Artsen zonder Grenzen of door deze hulporganisatie gesteunde ziekenhuizen aangevallen. In Syrië is bijna 60 procent van alle ziekenhuizen bijna of helemaal uit dienst gebombardeerd, in overgrote meerderheid door Syrische of Russische gevechtsvliegtuigen.

Andere beruchte voorbeelden van dergelijke aanvallen zijn het ziekenhuis in het Afghaanse Kunduz door de Verenigde Staten („vergissing”), en ziekenhuizen (en andere burgerdoelen) in Jemen door Saoedi-Arabië. Allemaal in strijd met de Geneefse Conventies. Nergens een onafhankelijk onderzoek.

Het Rode Kruis en Artsen zonder Grenzen pleiten voor méér bescherming, in de vorm van een VN-resolutie. Klinkt goed, maar vertel me: waarom zou die wél worden nageleefd in deze tijd waarin aanvallen op burgers de norm zijn geworden?