En het geluid van de motoren wordt weer krachtiger. Beloofd!

Na maanden soebatten is er eindelijk overeenstemming over een nieuw reglement. Dat moet de Formule 1 weer spannender maken.

De Duitse Formule 1-coureur Nico Rosberg en zijn team (Mercedes) vieren de overwinning in de Grote Prijs van Rusland. Foto Maxim Shemetov/Reuters

Wat moet er veranderen om van de Formule 1 weer een zinderende sport te maken? Eigenlijk niet zoveel, zei Max Verstappen kort geleden desgevraagd in Zandvoort. Behalve dan dat het geluid spannender kan. „Dat maakt Formule 1 wat het was en is. Fans vinden hard geluid altijd mooi.” Voor hem als coureur hoeft het niet zo nodig. Droogjes: „Het doet gewoon meer pijn in je oren.”

In de paddock ging het de afgelopen maanden niet over nieuwe neuzen of technologische snufjes. Nee, coureurs, teambazen en raceautoriteiten waren vooral in debat over de identiteit van de koningsklasse en de toekomst: hoe zou Formule 1 weer die spannende sport van vroeger kunnen worden, met indrukwekkende snelheden en epische gevechten.

In essentie ging het erom hoe de racerij wat ‘eerlijker’ zou kunnen worden, met genivelleerde verschillen – technologisch en financieel. Want Formule 1 is te voorspelbaar geworden met één wel erg dominant team: Mercedes, dat sinds de introductie van het groene racen (met hybride turbo’s en energieherwinningssystemen) in 2014 superieur is. Het bracht F1-baas Bernie Ecclestone vlak voor aanvang van het seizoen tot de voorspelling dat de honderden miljoenen liefhebbers „het saaiste seizoen ooit” zouden gaan zien.

Ongelijkheid is een wezenskenmerk van een gemotoriseerde sport. Kijk alleen al naar het prijzengeld. Ferrari krijgt mede op basis van prestaties in het verleden jaarlijks bijna tweehonderd miljoen euro uit de prijzenpot, het noodlijdende Sauber ongeveer een kwart daarvan. Daarnaast zijn er grote verschillen in budgetten en technologische capaciteit.

In de toekomst is het de bedoeling dat teams prestatief naar elkaar toegroeien. De inkomsten moeten beter verdeeld worden, en de kosten moeten omlaag. Maar hoe doe je dat in een sport waarin grote fabrieksteams de dienst uitmaken en Mercedes en Ferrari acht van de elf renstallen van een motor voorzien?

Na veel gesoebat bereikten alle partijen dit weekend overeenstemming over een nieuw motorreglement voor de periode 2017-2020. Daarin staat onder meer dat de huidige V6- turbomotoren met hun geavanceerde energiesystemen intact blijven. Met ingang van 2017 komen er nieuwe bolides met een agressievere look en bredere banden. Auto’s die bovendien drie seconden per ronde harder gaan. En de motoren gaan vanaf 2018 weer krachtiger klinken, beloven de partijen. Ook de kosten gaan omlaag, volgens de wereldautomobielfederatie FIA zullen de teams de komende jaren minder gaan betalen aan de motorenleveranciers. Ook hebben de fabrikanten een inspanningsverplichting om teams van een motor te voorzien.

Spanning neemt toe

De inkt van het akkoord is nog niet droog, of Ecclestone dreigt het papier alweer te verscheuren als de races niet spannender worden. Maar daar gaat hij niet alleen over. Hoewel de 85-jarige Brit veel te vertellen heeft in de Formule 1, heeft hij ook te maken met de FIA, het strategisch beraad van de grote renstallen, de sponsors en met coureurs die zich kritischer opstellen. In maart schreven zij een open brief over de achterhaalde besluitvorming die hun sport in gevaar brengt. Maar coureurs („windbuilen”) moeten hun mond houden, vindt Ecclestone. „Ze moeten in de auto stappen en gas geven.”

Intussen doen coureurs en techniek hun werk en neemt de spanning toe. Door motorpech zit het drievoudig wereldkampioen Lewis Hamilton niet mee: hij heeft een flinke achterstand op teamgenoot en rivaal Nico Rosberg. Ferrari en Red Bull zitten Mercedes dichter op de huid dan vorig jaar en daarachter leveren teams als Toro Rosso (met Verstappen) en het Amerikaanse Haas strijd op het middenveld. Verstappen: „Er valt juist veel te beleven, mooi toch?”