Deze grote zoogdieren zwemmen dichterbij dan je denkt

Het is een goed bewaard geheim: van april tot december is de Ierse zuidkust een walvis­walhalla. Op zoek naar de eerste walvissen van het seizoen. „We zijn de eerste generatie die voor zijn plezier naar walvissen kijkt, in plaats van ze als prooi te beschouwen.”

Foto: Simon Duggan

De zeehonden kijken ons na als we op zoek gaan naar de eerste walvissen van het seizoen. Open zee. De Fastnet Rock aan de horizon, met zijn beroemde vuurtoren, markeert de zuidwesthoek van Ierland. Windveren in de blauwe lucht kondigen de storm aan die de kustwacht voor vannacht heeft voorspeld. „Hier heb je een veel beter uitzicht”, zegt walviskenner Pádraig Whooley terwijl hij via een laddertje op het stuurhuis van de Holly Jo klimt. De lange deining van de Atlantische Oceaan voel je daar trouwens ook een stuk beter, dus we moeten ons schrap zetten terwijl we vanaf het bootje de lege zee afspeuren.

Goed bewaard geheim

Het is een goed bewaard geheim: van april tot december is de Ierse zuidkust een walviswalhalla. Elk voorjaar verschijnen ze, dicht onder de kust. De minke whales (dwergvinvissen) als eerste. Die kunnen een meter of tien worden. Dan de vinvissen, een van de grootste zoogdieren op aarde. En de humpbacks, bultrugwalvissen die zo fotogeniek uit het water kunnen springen. Van die laatste soort waren er vorig jaar zelfs twee keer zoveel te zien als de jaren daarvoor.

Dat spektakel was er een tijdlang niet. Want door de walvisjacht, ook vanuit Ierse havens, waren hun aantallen sterk gedaald. Sommige soorten stonden zelfs op uitsterven. „Wij zijn de eersten sinds een paar generaties die dit kunnen zien”, zegt Whooley (50). „Sterker nog, we zijn de eerste generatie die voor zijn plezier naar walvissen kijkt, in plaats van ze als prooi te beschouwen.” Het heeft dit stukje Ierland veranderd. Men leeft er minder met de rug naar de zee. Veel stadjes en dorpen organiseren whale watching-tochten. Het westen van Ierland is synoniem met traditionele muziek en ruige wandeltochten; dit wordt langzaam het Ierland van het ecotoerisme.

Stamgasten

Onder de walvissen die zich tegoed komen doen aan de haring en sprot die hier in overvloed zwemt, zijn veel stamgasten. De Irish Whale and Dolphin Group (IWDG), een ngo van wetenschappers en natuurbeschermers, heeft sinds 1999 meer dan zestig individueel herkenbare walvissen geregistreerd. Dat gebeurt bij bultruggen aan de hand van de kartels en littekens in hun staartvin, die ze als kalf door orka-aanvallen (of scheepsschroeven) oplopen. De rest van hun leven blijft die tekening een uniek patroon, als een vingerafdruk.

Veel van die geregistreerde walvissen worden steeds opnieuw gezien in Ierse wateren. Kennelijk is dit een belangrijke bestemming voor ze. Maar de kennis over walvissen vertoont nog veel gaten. Over de plaatsen waar ze paren en jongen krijgen, bijvoorbeeld, is weinig bekend. En onderzoekers beginnen nog maar net een idee te krijgen van de routes die ze afleggen.

Foto: Simon Duggan

Foto: Simon Duggan

Planktonstofzuigers die geen vlieg kwaad doen

Bijvoorbeeld dankzij de bultrug die in Ierland officieel als #HBIRL7 staat geregistreerd, maar beter bekend is als ‘Dutchie’. In september 2007 zwom deze jonge walvis voor de Ierse zuidkust, waarna een Nederlandse zeewetenschapper vaststelde dat ditzelfde dier al in mei van dat jaar bij Den Helder te zien was. En in november 2007 werd Dutchie opnieuw voor de Nederlandse kust gesignaleerd, nu bij IJmuiden. Tijdens dat spectaculaire rondje, vermoedelijk via het Nauw van Calais, werd een ‘Ierse’ walvis vermoedelijk voor het eerst met zekerheid elders gezien. Maar het werd nog mooier. Vijf jaar later dook Dutchie op boven de Poolcirkel, bij Tromsø in Noorwegen. Het is een nieuwe aanwijzing, zeggen onderzoekers, dat er aan ‘deze kant’ van de Atlantische Oceaan vaste walvisroutes lopen tussen noordelijke breedtes en de Kaapverdische eilanden, een van de twee bekende paaigronden van bultruggen. Een onderwater-Serengeti.

„Stop! Stop the boat!”, roept Whooley. Recht vooruit beweegt een donkere schaduw net onder het oppervlak. Een dier van drie, vier meter – zoveel is duidelijk als de Holly Jo langszij drijft. Maar het is geen walvis. Wel een walvishaai, stelt Whooley vast. Een haai dus, een vis, geen zoogdier. Herkenbaar aan zijn staart en de gevreesde rugvin die elke zomer hordes zwemmers het strand op jaagt. Maar het zijn vegetariërs, planktonstofzuigers die geen vlieg kwaad doen.

Spuitende walvissen
Eén dag in 1999 heeft zijn leven veranderd, zegt Whooley. Hij had in Dublin gewerkt, bij computerbouwer Dell en een overslagbedrijf voor zeecontainers, maar was daarna in het zuiden gaan wonen, voor de ruimte. Het gebeurde toen hij met zijn verrekijker op een kaap was gaan zitten. „De oceaan ontplofte met spuitende walvissen. Meer dan honderd, dacht ik eerst. In werkelijkheid waren het er misschien twintig. Ik heb een half uur betoverd staan kijken. Het was totaal irrationeel, aan niemand uit te leggen, maar ik voelde in mijn hart dat ik hier iets mee moest doen: dit moesten we vastleggen.”

Foto: Simon Duggan

Walvissen worden geregistreerd op basis van de kartels en littekens in hun staartvin. Opgelopen beschadigingen blijven de rest van hun leven een uniek patroon. als een vingerafdruk. Foto: Simon Duggan

Het was het startschot voor het waarnemingsprogramma waarover Whooley bij IWDG nu de leiding heeft. Geen optelsom van toevallige meldingen, maar vrijwilligers die systematisch naar de zee kijken: op een vaste dag 90 minuten, het hele jaar door. Je hebt er een bepaald type mensen voor nodig. „Een beetje autisme maakt een goede watcher”, zegt Whooley. „Met de oceaan helemaal voor jezelf.”

Als je dat jaar na jaar doet, levert het betrouwbare trends op: welke walvissen waar en wanneer. En dat geeft weer een solide basis voor verder onderzoek. Of voor discussies over de aanleg van windmolenparken op zee, seismisch onderzoek of andere projecten die onderwatergeluid produceren. Walvissen beschermen betekent vooral ze beschermen tegen herrie. Die stijgende aantallen aan de Ierse walviskust betekenen mogelijk niet alleen goed nieuws. „Waarom zijn ze nu opeens hier? Misschien omdat ze elders worden verdreven.”

“Bij mannen roepen walvissen een jachtinstinct op. Vrouwen vinden ze aaibaar en mysterieus.”

Beroepsvisser

Colin Barnes is de schipper van de Holly Jo. Op zijn 22ste begon hij hier als beroepsvisser. Nu is hij 66. Hij heeft het vissen eraan gegeven en laat nu toeristen walvissen zien. Hij wijst een gele kronkellijn aan op het beeldscherm van zijn fishfinder. „Vijftien meter diep, een heleboel visjes, looks spratty, ziet eruit als sprot”, zegt hij. „Ideaal voor een walvis.”

Maar eigenlijk let hij bij het zoeken naar walvissen meer op de vogels: duikende jan-van-genten en shearwaters, pijlstormvogels die eigenlijk albatrosjes zijn. Hoe kan het dat die vogels al op de plek zijn waar later een walvis opduikt? Geen vogel kan toch zo diep kijken? Hij heeft er lang over nagedacht en weet het nu zeker. Biologen willen er nog niet aan, maar vogels kunnen ruiken.

Hij heeft het uitgeprobeerd. Gooi een vis overboord en er gebeurt niks. Maar neem de sterk geurende lever van een vis, knijp hem uit over de reling en in no time verschijnen de vogels, allemaal van benedenwinds. Walvissen drijven de kleine visjes naar de oppervlakte, zodat ze geen kant meer op kunnen. Als die duizenden visjes stijgen, ontsnapt er lucht uit hun zwemblaas – de waterdruk neemt af, het gasvolume neemt toe, dat moet eruit. Bij windstil weer kun je de belletjes zien: „Als champagne”, zegt hij. „Dat ruiken die vogels.”

Pádraig Whooley (r) en Colin Barnes.

Barnes laat de Holly Jo drijven. We wachten acht, negen minuten, de maximale tijd dat een dwergvinvis onder water blijft tot hij weer lucht moet happen. Tien minuten. Maar er is geen walvis. Colin Barnes start de motoren. Onmiddellijk daarna ontploft de zee met dolfijnen. Links rechts, surfend door de boeggolf van de Holly Jo, zigzaggend door het zog. Iedereen lacht, dolfijnen laten niemand ooit onberoerd. En grote walvissen evenmin, schepselen „van voor de zondeval”, zoals Philip Hoare schrijft in Leviathan, zijn bekroonde walvissenboek. „De magie? Dat hangt ervan af”, zegt Whooley. „Bij mannen roepen ze een jachtinstinct op. Vrouwen vinden ze aaibaar en mysterieus. Men love looking for whales, women love looking at whales.”

“Tuimelaars zijn wilde dieren, het is geen lach op hun gezicht maar hun kaaklijn. Deeply spiritual, cosmic animals? F*ck off!”

Maar het idee dat walvissen onze beste vriend zijn en communiceren kan hem wel kwaad maken. Zwemmen met dolfijnen zou wat hem betreft verboden moeten worden, zeker nu Ierse bottlenose dolphins (tuimelaars) knuffelende zwemmers de laatste jaren zwaar hebben verwond. „Dit zijn wilde dieren, het is geen lach op hun gezicht maar hun kaaklijn. Deeply spiritual, cosmic animals? F*ck off!

90 minuten over het water kijken

Die avond kijk ik opnieuw over zee, nu vanaf het land. Er staat een enorme witte kegel, het baken dat de ingang naar de baai van Baltimore markeert. De wind is gedraaid en op de golven verschijnen schuimkoppen. Onder de wolken, in een Roland Holstig ‘wild licht’, loopt Ierland nog een stukje door naar het westen. Voorbij Bere en Kerry en Dingle, om te eindigen in de barre Skellig Islands, waar nog scènes van de laatste Star Wars-episode zijn opgenomen.

Ik neem me voor om 90 minuten naar het water te kijken. Als Whooley’s statistieken kloppen, moet er een walvis voorbij komen. Maar ik kijk naar de lege zee tot mijn ogen tranen en elke donkere golf de rug van een walvis is.

De volgende dag ben ik terug in Nederland en bel Pádraig Whooley om nog wat feiten te checken. Het is bizar, mailt hij later. „Ik had nog niet opgehangen of schipper Colin belde me om te zeggen dat hij nu naast een dwergvinvis-moeder met een piepjong kalf drijft.” En diezelfde dag escorteren Nederlandse reddingsboten een verdwaalde potvis bij Vlissingen terug naar open zee.