Vingerdier is een rare peuteraar

Illustratie Irene Goede illustratie irene goede

In het oerwoud van het eiland Madagascar leeft het vingerdier. Mensen praten heel onaardig over hem. Hij is „het akeligste dier ter wereld”, of „de duivelse aapachtige”. Ze brengen ongeluk, zeggen de mensen.

En dat alleen maar omdat het vingerdier zijn uiterlijk niet mee heeft. Grote oren, opengesperde ogen, lange tanden die altijd doorgroeien, en hele rare heksenhandjes. Zijn middelvingers zijn lang en dun, zodat hij er geweldig mee kan peuteren.

Hij leeft verstopt in het bos, maar als je hem toch probeert te vangen, roept hij „hai-hai!”. Daarom noemen mensen hem ook wel ‘aye-aye’. Het vingerdier is een trolletje, maar dan echt.

Eigenlijk is het vingerdier een halfaapje. Hij leeft op Madagascar. Dat is een groot eiland bij Afrika waar bijzondere dieren leven. Vooral zijn er ongewone aapachtige dieren: de halfapen of ‘lemuren’.

In het bos zoeken ze allemaal op hun eigen manier eten, maar geen enkele lemur doet dat zoals het vingerdier.

Met zijn magere vingertjes gaat hij ’s nachts op pad, op zoek naar dode bomen. Onder de bast, in het vermolmde hout, leven larven waar weinig dieren bij kunnen.

Tap-tap-tap! Met zijn lange vinger klopt de aye-aye voorzichtig op het hout. Aan het geluid hoort hij waar de larven zitten, denken we. Hij heeft niet voor niks zulke grote oren. Dan zet hij zijn knaagtanden in het hout, en knaagt zich naar binnen. Dus nu snap je waarom een vingerdier eruit ziet als een vingerdier. Hij kan met die vingers trouwens ook heel fijn gaatjes in fruit peuteren. Lust hij ook.

Een aye-aye weet precies wat hij lekker vindt. Stilletjes klautert hij ’s nachts door het donkere bos, en klautert heel veel vermolmde bomen voorbij. Tot hij er ééntje vindt die lekker genoeg is. Er is iets perfects aan zo’n boom.

Maar wat? Biologen hebben de bomen bekeken, opgemeten... maar ze kwamen er niet uit. Het vingerdier blijft een raar beest.