Column

Verstandelijk beperkt

Mijn Turkse vriend Erol en ik hadden een discussie over het woord geitenneuker. Of je het met één of met twee n’en moet schrijven. Als je het met één n schrijft suggereer je dat degene die je beledigt het slechts met één geit doet, terwijl je in het geval van geitenneuker met dubbel-n de man in kwestie een hele kudde ziet bevruchten.

Erol vroeg zich af of een geitenneuker eigenlijk altijd een man is? Vrouwen lusten toch ook wel een jong bronstig bokje? Vervolgens schetste hij het beeld van een tochtige Duitse bondskanselier die zich door een aantal geiten uitgebreid laat nemen in een kinderboerderij. Tussen de bokjes door krijgt ze oud brood gevoerd door een schoolklas mongolen. Die worden weer gefilmd voor een succesvol televisieprogramma, een kijkcijferhit pur sang.

Ik legde Erol uit dat het woord mongolen niet meer mag. Je moet zeggen: mensen met een verstandelijke beperking. Volgens Erol valt het woord mongolen in dit geval onder vrijheid van meningsuiting. Zeker als het satire is. Daarna begon hij te oreren dat mongolen trouwens nooit het woord geitenneuker zullen gebruiken, zoals ze ook nooit kinderziekenhuizen zullen bombarderen of dat ze in een voetbalstadion oerwoudgeluiden zullen maken als een neger aan de bal is.

Erol zei meteen dat hij weet dat het woord neger ook niet meer mag, maar dat elke mongool een neger gewoon een neger noemt. Vandaar. Hij wilde voortaan best zeggen dat mensen met een verstandelijke beperking nooit oerwoudgeluiden maken naar mensen met een donkere huidskleur. Dat is politiek volkomen correct, maar het is een nogal brede zin die niet lekker je mond verlaat en het klopt niet. Mensen met een verstandelijke beperking doen dat namelijk wel in een voetbalstadion. Mongooltjes doen dat niet.

Daarna vroeg hij zich af of niet alle mensen een verstandelijke beperking hebben? Of ik onze koning met zijn familie door Zwolle had zien sjouwen? De Bolle door Zwolle. Erol moest er zelf om lachen. Ik zei hem dat dit het kwetsen van een bevriend staatshoofd is.

„Maar jullie koning is toch een bolle en dat volk…daar is toch wat mee?”, riep hij gespeeld verontwaardigd. Dat ze met de koning op de foto willen snapte hij en dat ze zijn aardige broertje de hand willen schudden, daar kon hij ook nog net bij, maar dat er ook nog een paar tweedehands Van Vollenhoventjes tussen liepen te zwaaien en dat ze daar een kleffe high-five mee wilden…

„Dat is toch echt te zot voor woorden? Een van die gozers hoort bij de vastgoedmaffia van Amsterdam. Die rookt arme snackbarhouders uit hun pandje. Of mag je de omstreden neefjes van het bevriende staatshoofd ook niet kwetsen?”

En toen barstte Erol echt los. Het ergste vond hij het kindermisbruik. Die drie dochters die mee moesten lopen. Die oudste, die lieverd, die hopelijk gezond pubert en de avond voor deze wandeling tegen haar ouders heeft geschreeuwd dat ze geen zin had in die klotezooi. Dat ze zich niet levenslang laat gijzelen door een verstandelijk beperkt volk dat naar sprookjes hunkert. Ze wil geen uitgestippeld leven. Middelbare school, dan een paar jaar zuipen in Leiden op Minerva, daarna een of ander kuldiploma in ontvangst nemen en dan verplicht met een Duitser trouwen. Het leek Erol zo gezond als dit regelmatig op De Eikenhorst gebeurt. Dat een puberend meisje volkomen terecht haar eigen leven opeist en niet wil doen wat een volk wil. Je hebt verdomme maar één leven!

„Erfopvolging!”, kotste hij uit zijn verbeten mond, „erfopvolging in 2016! Overal zijn de Middeleeuwen voorbij, behalve in het oubollige Europa! Je kan van onze Erdogan zeggen wat je wilt, maar hij is wel democratisch gekozen!”

„Je kunt van jullie Erdogan helemaal niet zeggen wat je wilt”, lachte ik, „dat is juist het punt. In je eigen land had je al lang vastgezeten.

Daarbij is hij niet een echte leider. Elke hoge boom weet dat hij af en toe een beetje wind vangt, maar als je al uit balans raakt door een een paar cartoons en een slappe tweet van een aandachtverslaafde Libelle-columniste….”

Erol keek me lang aan en zei: „Mochten jullie republikeinen in Zwolle eigenlijk roepen wat ze wilden? Of uitsluitend een voor een iets onverstaanbaars fluisteren?” Waarop ik zuchtte: „Mierenneuker is ook met dubbel n.”