Column

Vage figuren

Het Parool schreef onlangs dat bewoners van studentencomplexen aan de rand van de stad zich vaak onveilig voelen. Per Amsterdams studentencomplex is er onderzoek gedaan, en zo is te zien waar de meeste berovingen plaatsvinden, waar de meeste inbraken zijn, maar ook waar de straatverlichting stuk is of de gebouwen slecht beheerd worden. Zo is het gevoel van onveiligheid onderverdeeld in allerlei oorzaken.

De meest tot de verbeelding sprekende oorzaak is ‘vage figuren’. In mijn hoofd zijn vage figuren vooral mensen met een iets te intense interesse in klankschalen/voedselintoleranties/collectief bewustzijn. Mensen die op een feestje op zich best aardig zijn maar dan ineens wel beginnen te praten over de helende kracht van bergkristallen.

Juist in studentencafés tiert dit type mens welig. In 1980 begint zo iemand met studeren, om een paar jaar later het licht te zien, en dan de bul nooit meer te halen. „Ik heb dat papiertje echt niet nodig.” Ik heb een herinnering aan een man in een studentencafé, die zei te denken in de vijfde dimensie. „Maar daar zijn jullie allemaal nog niet aan toe.”

Tegenwoordig zijn vage figuren blijkbaar mensen die een gevoel van onveiligheid veroorzaken. Mensen die wellicht over zouden kunnen gaan tot criminaliteit. Waarom heeft die begripsverandering plaatsgevonden? Waarom werd vaag ‘gevaarlijk’ in plaats van ‘weliswaar irritant maar verder onschadelijk’? Ik verdenk de politie. Iemand doet een melding: „Er staat een enge man bij de vuilcontainers.”

„Eng? Wat is er eng aan dan?”

„Ik weet niet, hij ziet er gewoon eng uit. En hij doet eng.”

Een zichzelf respecterende politieman of -vrouw kan natuurlijk niet in melding opnemen: ‘enge man’. Dan wordt hij/zij uitgelachen in de kantine. Ooit is er dus een beambte geweest die er ‘vaag figuur’ van heeft gemaakt, en sindsdien is dat de term.

Wel jammer voor alle klankschaligen in de samenleving. Die klinken nu ook meteen een stuk enger.