Nieuwe huizen, maar nog steeds kuilen in de weg

Een olieramp trof Bodo in 2008. Na een schikking met Shell ontving een derde van de getroffen bevolking 3.000 euro op zijn rekening. Wat deden de dorpelingen met het geld, en wat deed het geld met het vissersdorp?

Een deel van de bewoners van Bodo gebruikten de 3.000 euro die ze van Shell kregen om een huis te bouwen.

Het is niet meer stil in Bodo, het ooit zo slaperige vissersdorp diep in de Niger Delta. Sinds februari daveren er veel meer motorfietsen dan voorheen over de doorgaande weg, moeten auto’s in de remmen om elkaar te kunnen passeren over de smalle hobbelpaden en klinkt overal het gehamer en gezaag van bouwvakkers.

Het straatbeeld is ook minder grauw en vervallen. Menige woning kreeg een opknapbeurt en het dorp is nu een symfonie van oranje, paars en groen, de enige kleuren beschikbaar in de plaatselijke verfwinkel. Sinds een derde van de dorpelingen omgerekend zo’n 3.000 euro op zijn bankrekening ontving, is Bodo haast onherkenbaar veranderd.

Verantwoordelijk voor de metamorfose van het straatarme dorp in Ogoniland is de schikking die de Nigeriaanse dochtermaatschappij van Shell begin dit jaar trof met de vissersgemeenschap. Bodo werd ernstig getroffen door twee olielekken in een Shell-pijplijn in 2008 en 2009. De olieproducent kocht de rechtszaak die de bewoners aanspanden in het Verenigd Koninkrijk af met een compensatieregeling van in totaal 70 miljoen euro.

Behalve de persoonlijke schadevergoeding, een unieke regeling om te garanderen dat het geld inderdaad bij de gedupeerden belandde, was 25 miljoen euro van dat bedrag bestemd voor algemene voorzieningen zoals scholen, wegen en een kliniek.

John Labari Gbara zetelt in de plastic tuinstoel in zijn nieuwe zitkamer als een koning op zijn troon. Precies zoals hij aankondigde in het vorige interview met deze krant in januari vorig jaar, maakte het lemen huis waarin hij en zijn gezin toen nog woonden plaats voor een woning van steen met drie slaapkamers.

De visser uit Bodo betaalde ervoor met het geld dat hij en zijn vrouw in februari op hun rekening gestort kregen. Ook twee van zijn kinderen ontvingen het bedrag, waarvan de ouders jaarlijks 250 euro mogen opnemen voor hun schoolgeld of ziektekosten. Het leven, verwoest door het olielek in 2008, ziet er voor de vissersfamilie een beetje rooskleuriger uit.

Het geld is al op, maar het plafond in de driekamerwoning ontbreekt nog, de waterleiding kon niet meer worden aangelegd en het stucwerk moet nog worden gedaan. Even goed is Gbara een gelukkig man. „Net als mijn vrouw voor mij de mooiste ter wereld is, is mijn huis het mooiste huis ter wereld.”

Braspartijen

Naomi Diba is minder blij. Ze staat in het opgeschoten gras van wat de veranda van het nieuwe familiehuis had moeten zijn. De zuilen liggen te verbrokkelen in het zand naast de slordig gemetselde cementblokken. Van de beoogde vijfkamerwoning staan enkel de muren overeind. Nu zijn de centen op, zegt de twintigjarige. Zij en haar oudere broer legden hun compensatiegeld bij elkaar, samen met het geld dat hun inmiddels overleden vader ontving, om het gedroomde huis te bouwen.

Waar het misging begrijpt Diba niet precies. Het was haar broer die de bouwwerkzaamheden leidde. „Hij zei dat bouwvakkers er vandoor gingen zonder het werk te doen waarvoor ze betaald kregen”, verklaart Diba. Maar in het dorp fluisteren de mensen dat haar broer alles verkwistte aan vrouwen en braspartijen.

Het schikkingsbedrag was meer geld dan ze in hun leven bij elkaar hadden gezien, en nu dat op is, betwijfelt ze of ze ooit in staat zullen zijn het familiehuis af te bouwen. Achteraf wenste ze dat ze haar deel had gestoken in een opleiding en een kleine kapperszaak, waarmee ze financieel op eigen benen zou kunnen staan. Voorlopig blijft de jonge vrouw afhankelijk van de oom en tante bij wie ze inwoont.

De investering van Lediba Visiga pakte beter uit. Vlakbij het dorpsplein bouwde ze met haar zussen een restaurant volgens stadse normen. Bij ‘Divine Food’ zoemt de airconditioner, tonen breedbeeld-tv’s aan de muur videoclips en staan er tandenstokers op de tafels.

Nogal een verschil met het eettentje dat ze runde vanuit haar gehuurde eenkamerwoning, geeft ze toe, terwijl ze van achter de toonbank bestellingen aanneemt. Maar het spaargeld dat ze opzij wist te leggen met haar oude zaak, financierde wel deels dit restaurant. „We waren altijd al van plan uit te breiden, maar met het geld van Shell erbij ging dat een stuk sneller”, zegt de restauranthoudster, waarna ze zich weer op haar clientèle richt. Het is lunchtijd en Divine Food zit vol klanten die komen voor Visiga’s pepper soup.

Eenmanszaakjes

De dorpelingen investeerden onder meer in kledingboetieks, bouwmaterialenwinkels en andere eenmanszaakjes, motorfietsen om personen en vrachtjes mee te vervoeren en tweedehands auto’s. Sommigen richtten grootse feesten aan, niet in de laatste plaats de bruiloften die ze zich nooit hadden kunnen veroorloven. De schikking met Shell werd gevolgd door een bruiloftsgolf.

Maar niet iedereen kon zich dat soort uitspattingen veroorloven. Gabriel Nwinwin en zijn vijftienkoppige huishouden wonen nog altijd in een huis van leem, ook al ontvingen hij, zijn vrouw en twee van hun kinderen het schikkingsgeld. Het meeste ging op aan het aflossen van schulden. Nwinwin is de enige beeldhouwer in het dorp. Hij kan maar nauwelijks rondkomen, zeker nu hij ziek is en zijn handen te zwak zijn om de beitel te hanteren. De oude man – hij schat zijn leeftijd op begin zeventig – zou naar het ziekenhuis moeten, maar heeft het geld niet om daarvoor naar de stad te reizen.

Medische voorzieningen zijn er nauwelijks in Bodo, en gaan er ook niet komen. Net zo min als de kuilenwegen, waarlangs nu de nieuwe huizen verrijzen, zullen worden geasfalteerd, of het aantal scholen zal worden uitgebreid (het dorp telt vijf basisscholen en twee middelbare scholen op een bevolking van zo’n 60.000 mensen), ook al was een deel van het schikkingsbedrag bestemd voor dit soort gemeenschappelijke voorzieningen. In mei besloten de dorpelingen die 25 miljoen euro onder elkaar te verdelen.

Diep wantrouwen

Sylvester Kogbara is er nog altijd kapot van. Hij is voorzitter van de Bodo Council of Chiefs and Elders, zoiets als een dorpsraad, maar heeft zijn toevlucht moeten zoeken in Port Harcourt, nadat hij in juni uit Bodo werd verjaagd toen dorpelingen zijn huis in brand staken. Het was de climax van een drama waaraan een diep wantrouwen in het lokale leiderschap ten grondslag lag.

Kogbara’s dorpsraad was verantwoordelijk voor het bedenken van plannen om de 25 miljoen euro gemeenschapsgeld te besteden. Toen er in mei nog niets concreets was gebeurd, begonnen de bewoners te morren. Ze beschuldigden hun leiders ervan dat ze het geld hadden verdonkeremaand.

Het zou niet voor het eerst zijn dat zoiets gebeurde. In 2013 trof de lokale overheid een compensatieregeling met de gemeenschap in verband met een nieuwe weg door hun gebied, waarvoor huizen en akkers hadden moeten wijken. Van de omgerekend 1 miljoen euro zagen de gewone mensen in Bodo nooit een cent terug.

„Wat er gewoonlijk gebeurt als er geld binnenkomt voor de gemeenschap, is dat de rijken er huizen van bouwen en de armen het nakijken hebben”, erkent Kogbara. Hij bezweert dat het onder zijn voorzitterschap anders zou zijn gegaan. Toen de beschuldigingen kwamen, stond het gemeenschapsgeld gewoon nog op de rekening, in afwachting van de voltooiing van de plannen.

De Britse advocaat die de rechtszaak namens de dorpelingen had aangespannen, kwam speciaal naar Bodo om dit uit te leggen tijdens een vergadering op het dorpsplein, maar de inwoners geloofden het niet. In een hoofdelijke stemming besloten ze het geld onder elkaar te verdelen, en toen dat niet snel genoeg gebeurde, trok een plunderende menigte er eind juni op uit met als doelwit de huizen van de lokale leiders. Kogbara’s woning ging in vlammen op. Hij en zijn familie konden net op tijd wegkomen.

„Het spijt me voor onze gemeenschap”, zegt Kogbara in zijn woonkamer in Port Harcourt, waar zijn gezin nu leeft. Hij is ervan overtuigd dat de plunderaars werden opgehitst door voormalige bestuurders die graag zelf het geld onder elkaar hadden willen verdelen, maar niet werden herkozen in de raad.

„We zijn zo intens verdeeld. Als de mensen van Bodo het belang van de ontwikkeling van hun eigen gemeenschap niet inzien, is er weinig wat we kunnen doen”, verzucht de raadsvoorzitter. Hij zegt te zullen aftreden zodra er een vervanger voor hem is gevonden.

Nog eens 1.500 euro

In Bodo halen de meesten de schouders op over Kogbara’s zorgen. Hoewel veel dorpelingen het geweld te ver vonden gaan, zijn er maar weinig te vinden die erop vertrouwden dat hun leiders zich niet zouden hebben vergrepen aan het geld.

Binnenkort krijgen de nog in leven zijnde volwassenen die deelnamen aan de rechtszaak nog eens een bedrag van zo’n 1.500 euro op hun rekening gestort. Daarmee is het gemeenschapsgeld verdeeld.

Metselaar Isaac Nenniibarini hoopt dat zijn dorpsgenoten dat nieuwe geld weer in huizenbouw zullen steken. De bouwexplosie nadat het eerste schikkingsbedrag loskwam, was de beste tijd uit zijn carrière. „Er was meer werk dan ooit. Bouwvakkers uit de hele regio kwamen naar Bodo om ervan te profiteren”, zegt hij. Maar in mei, toen het meeste geld was uitgegeven, werden de bouwactiviteiten schaars.

Nenniibarini steekt zijn schop in de zandhoop en begint de kruiwagen ernaast vol te scheppen. Dit is zijn eerste betaalde klus in twee weken. „Tegenwoordig mag ik weer blij zijn als ik iedere week iets te doen heb.”