Nieuw zwak akkoord voor delen van Syrië

‘Stilteregeling’ tussen Rusland en VS voor deel Syrië niet erkend door rebellen.

Op vrijdag werd opnieuw zwaar gevochten in Aleppo, waarbij zeker vijftien doden vielen. foto REUTERS/Abdalrhman Ismail

In een ultieme poging om de gedeeltelijke wapenstilstand in Syrië te redden hebben de Verenigde Staten en Rusland een akkoord bereikt over een „regeling van stilte” in de provincie Latakia en de hoofdstad Damascus. Dat hebben Russische media vrijdag gemeld. Het bestand, dat vrijdag om middernacht moest ingaan, bevat enkele onderdelen van de wapenstilstand die in februari inging maar die de afgelopen weken voortdurend is geschonden.

Het is zeer de vraag of dit nieuwe akkoord zal standhouden aangezien de rebellen het niet hebben onderschreven en Aleppo er geen deel van uitmaakt. De grootste stad van Syrië heeft een zeer bloedige week meegemaakt. Er zijn zeker 200 doden gevallen bij bombardementen door het regime en Rusland, en bij beschietingen door rebellen op het deel van de stad dat in handen is van het regime.

Ook vrijdag werd opnieuw zwaar gevochten in Aleppo. De rebellen troffen een moskee in regimegebied vlak na het vrijdaggebed, waarbij zeker vijftien doden en dertig gewonden vielen. „We willen dat ze afgemaakt worden”, zei een inwoner van Aleppo tegen de staatstelevisie in de buurt van een ziekenhuis waar doden en gewonden heen werden gebracht. Ook bleven het regime en Rusland vrijdag bombardementen uitvoeren op rebellengebied in Aleppo, waarbij volgens lokale activisten elf doden en tientallen gewonden vielen.

Vanwege de aanhoudende bombardementen en beschietingen is er voor het eerst geen vrijdaggebed in Aleppo – althans niet in rebellengebied. De Religieuze Raad van Aleppo, die de religieuze zaken regelt in het deel van de provincie dat in handen is van de oppositie – maakte bekend dat het vrijdaggebed niet doorgaat. „Het hart van de gelovigen doet pijn, maar het beschermen van levens is een belangrijke religieuze plicht.”

Het tekent de desperate situatie in Aleppo, het laatste grote bolwerk van de oppositie. De luchtaanval eerder deze week op het Al-Quds-ziekenhuis is hard aangekomen. Het dodental is inmiddels opgelopen tot vijftig, onder wie zes medewerkers van het ziekenhuis. „De 250.000 inwoners van het gebied dreigen steeds meer afgesloten te raken van (medische) hulp”, meldde Artsen Zonder Grenzen, de hulporganisatie die het ziekenhuis ondersteunde. Er werd vrijdag weer een medische hulppost getroffen.

Het Internationale Rode Kruis zei dat de luchtaanval van woensdag op het ziekenhuis onacceptabel was en waarschuwde dat Aleppo „verder in een humanitaire ramp” wordt geduwd. Onder de doden van woensdag was Mohammad Wassim Mo’az, een van de laatste kinderartsen die nog in Aleppo werkzaam waren. „Hij hield van zijn land, en van zijn stad”, zei Artsen Zonder Grenzen in een verklaring. „Hij moest dichtbij de baby’s blijven. Wie zou die baby’s behandelen als iedereen vertrok?”

Mo’az werkte sinds 2013 in het ziekenhuis. Volgens dokter Hatem, de directeur van het kinderziekenhuis in Aleppo, draaide Mo’az dubbele diensten. Overdag werkte hij in het kinderziekenhuis en ‘s nachts in het Al-Quds-ziekenhuis. „Mo’az bleef in Aleppo, de gevaarlijkste stad van de wereld vanwege zijn toewijding aan zijn patiënten. Ziekenhuizen worden vaak getroffen door de luchtmacht van het regime en Rusland.”

Volgens Artsen Zonder Grenzen was Mo’az de drijvende kracht achter het ziekenhuis. „Hij werkte in omstandigheden die je niet eens kunt voorstellen”, zei woordvoerder Aitor Zabalgogeazkoa tegen de BBC.