Niet iedereen is in staat tot het allerergste

Met het oog op de herdenking van 4 mei vindt Sebastien Valkenberg het onzin om het hele jaar door het boetekleed aan te trekken. „Het kwaad is niet gelijk verdeeld over de wereld.”

Aangeklaagde tijdens de processen van Beurenberg: de SS'er Heinz Jost

Officieel staan we één dag per jaar, op 4 mei, stil bij de Tweede Wereldoorlog. In de praktijk werkt die oorlog ook de andere 364 dagen door. Al decennia wordt ons de morele les ingeprent dat het kwaad van weleer niet kwam van bloeddorstige duivels, maar van brave huisvaders. Het zit in ons allemaal en derhalve past permanente boetvaardigheid.

Ziehier de erfenis van filosofe Hannah Arendt. Is er een concept dat ons morele besef verdergaand heeft gevormd dan haar banaliteit van het kwaad? En dan te bedenken dat het hier aanvankelijk helemaal niet naar uitzag. Begin jaren zestig deed Arendt verslag van de rechtszaak tegen Adolf Eichmann. Laaiend was men toen ze de architect van de Endlösung portretteerde als een slaafse ambtenaar die slechts deed wat hem werd opgedragen. Op diepgewortelde motieven zou je hem niet kunnen betrappen, vooral zijn alledaagsheid sprong in het oog. Zo’n kwalificatie voor iemand die miljoenen mensen de dood in heeft gejaagd, dat was tegen het zere been van… nou ja, van wie niet?

Maar zie, enkele decennia later is de banaliteitsthese niet alleen geaccepteerd, maar zelfs salonfähig geworden. Inmiddels is het bon ton om te benadrukken dat we allemaal en te allen tijde in staat zijn tot het allerergste. Zo denkt u wellicht dat de IS-gruwelen tot de buitencategorie behoren. Fout, aldus journaliste Colet van der Ven een tijdje terug in gesprek met Trouw. Al op het schoolplein is het alle hens aan dek. „Van het kleine, dagelijkse kwaad waar wij allemaal mee te maken hebben, zoals pesten en kwaadspreken, loopt een ononderbroken lijn naar het grote kwaad, zoals de onthoofdingen door de strijders van Islamitische Staat. We moeten daarom alert zijn.”

Onschuldige twisten bestaan niet, iedereen dient rekenschap af te leggen van zijn zonden. Een vergelijkbaar standpunt valt te beluisteren als ergens weer een aanslag is gepleegd. Heeft niets met religie te maken, wordt ons dan van meerdere kanten verzekerd. Vervolgens heet het vroom dat het kwaad nu eenmaal zit ingebakken in de menselijke natuur.

Het is dat het geen geluid maakt als je een open deur intrapt, maar anders had hier een daverende klap geklonken. Allicht hoort het kwaad bij de mens, maar hoeveel inzicht verschaft deze claim? Niet meer dan ‘Libelle’s Grote Jaarhoroscoop 2016’ die stelt dat geduldig opereren op de lange termijn meer bevrediging oplevert dan snel en impulsief handelen. Niets op af te dingen, maar ook (vrijwel) niemand die deze tip voor een diepe wijsheid houdt.

Als je de zaken maar generiek genoeg stelt, worden ze vanzelf waar. Alleen raken op deze manier cruciale verschillen uit het zicht. Want zou het echt zo zijn dat iedereen een terrorist in spe is? Natuurlijk niet.

Om het concreet te maken: de Bataclan-terroristen die afgelopen november toesloegen in Parijs begeleidden hun aanslagen toch echt met ‘Allahu Akbar’, weten we dankzij geluidsopnames die onlangs vrijkwamen. Ik heb een terrorist zijn daad daarentegen nog nooit horen rechtvaardigen met: „Deze is voor iedereen die me vroeger pestte!”

De banaliteitsthese blijft in trek, hoewel meerdere historici inmiddels hebben laten zien dat Adolf Eichmann níet een kleurloze klerk was. Hij zou de ‘Endlösung’ louter als een logistiek proces hebben benaderd? Hij rolde slechts toevallig in de functie waarin hij zorg droeg voor de deportatie van joden? Niets daarvan. Tegenwoordig is duidelijk dat hij wel degelijk een antisemiet was, even haatdragend als gewelddadig.

Door deze correctie op het gangbare beeld boet de banaliteitsthese aan geloofwaardigheid in. Het gaat echter niet ten koste van haar populariteit. Of zou het toeval zijn dat de films over geruchtmakende sociaal-psychologische experimenten uit de jaren zestig en zeventig blijven komen? Een paar jaar terug was er al Das Experiment en nu draait Experimenter in de bioscoop. De eerste film is gebaseerd op het werk van psycholoog Philip Zimbardo, de tweede verwijst naar diens collega Stanley Milgram, maar de strekking van hun beider onderzoek is vergelijkbaar. Er is nauwelijks iets voor nodig om doodgewone mensen gruwelen te laten begaan.

Iedereen zondig, of op zijn minst verdacht, is de overtuiging die menig opiniestuk kleurt. Zo ook in Advalvas, het universiteitsblad van de Vrije Universiteit, een paar weken terug. De auteurs blikten nog maar eens terug op ‘Keulen’ – of liever: de verontwaardiging hierover, die in hun ogen selectief was. Ja, er was sprake geweest van seksueel geweld tijdens oudejaarsnacht. Maar we mochten vooral niet specifiek worden en een koppeling zoeken met de achtergrond van de daders. Het stuk was een ‘J’accuse’ aan het adres van de hele mannelijke soort, die zijn handen niet zou kunnen thuishouden.

Empirisch onderzoek van The Woman-Stats Project laat anders zien. De uitkomsten daarvan doen sterk vermoeden dat culturele en religieuze factoren een aanzienlijke rol speelden tijdens de oudjaarsviering. Een wereldkaart toont hoe het per land met de fysieke veiligheid voor vrouwen zit. Nederland is geel gekleurd, wat duidt op een matige score. Maar veel erger is het in het Midden-Oosten, waar de Keulse daders vandaan komen. Daar kleurt de kaart dieprood, wat staat voor: vrouwen ontberen veiligheid. De mondiale verdeling van verkrachting, op een andere kaart, laat een identiek beeld zien.

Deze kleurschakeringen zijn in tegenspraak met de ferme bewering dat misogynie een probleem is van de genus man. Hier is sprake van maatschappijkritiek met de blokkwast, want voor vrouwen doet het er wel degelijk toe wat het dominante waardenpatroon is. Ze mogen op meer bescherming rekenen als een samenleving op humanistische leest geschoeid is dan wanneer die zich laat inspireren door de religieuze dogma’s van de islam.

Dus nee, het kwaad is niet gelijkelijk verdeeld over de wereld. Derhalve is de veronderstelling vergezocht dat allen zich dienen te tooien met het boetekleed. Door de zaken zo voor te stellen belanden uiteenlopende misstanden – een pesterijtje en de IS-terreur – op één hoop. Een tikkeltje hoogdravend gesteld: het kwaad raakt aan inflatie onderhevig.

Ongetwijfeld is zelfkritiek heilzaam, maar op een zeker ogenblik gaat die over in zelfkwelling. Het valt te vrezen dat de banalisering van het kwaad vooral fungeert als een rituele oefening in berouw – bedoeld om de Eichmann die in ieder van ons huist de pas af te snijden. Anders gezegd: op 4 mei herdenken we (‘Dat nooit meer!’) de oorlogsgruwelen uit het verleden die daadwerkelijk hebben plaatsgevonden, maar het is licht hysterisch om de rest van het jaar alvast een voorschot te nemen op toekomstig kwaad waartoe we mogelijkerwijs in staat zijn.