Klacht: Heineken gebruikte chaos in Congo om ontslagen door te voeren

Heineken zou in Congo hebben samengewerkt met gewelddadige rebellen om ontslagen door te voeren. Dat claimt een groep ex-werknemers, die in Nederland een klacht heeft ingediend tegen de bierbrouwer.

Bierbrouwerij van Heineken-dochter Bralima in Congo. Heineken heeft vijf brouwerijen in Congo. Het belangrijkste lokale biermerk is Primus. Foto Hollandse Hoogte

Een groep van 168 oud-medewerkers van de Congolese bierbrouwer Bralima heeft eind vorig jaar een klacht ingediend tegen moederbedrijf Heineken. Ze vinden dat ze onterecht zijn ontslagen en eisen een schadevergoeding. Hun voormalige werkgever heeft volgens hen bovendien verscheidene richtlijnen overtreden van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), waaraan multinationals zich wereldwijd zouden moeten houden.

Het Nationaal Contactpunt OESO-richtlijnen (NCP), gehuisvest op het ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag, buigt zich nu over de klacht, die ruim negentig pagina’s telt.

De werknemers waren werkzaam in de brouwerij van Bukavu in het oosten van de Democratische Republiek Congo. De ontslagen vielen in meerdere rondes tussen 1999 en 2002, toen de stad in handen was van de rebellenbeweging RCD, die na een splitsing RCD-Goma ging heten.

Voor sommige werknemers ging het om gedwongen ontslag wegens economische omstandigheden of verplicht vervroegd pensioen, terwijl anderen onder druk zouden zijn gezet om zelf in te stemmen met hun ontslag. Vakbondsvertegenwoordigers die het oneens waren met deze gang van zaken, werden volgens de klagers eveneens de laan uitgestuurd. Bralima schond op deze manier hun mensenrechten, vindt de groep.

In een brief aan Heineken uit 2014, die in de klacht is opgenomen, schrijft advocaat Channa Samkalden dat er sprake was van „onrechtmatigheden en intimidatie”. Het Nederlandse moederbedrijf had de verantwoordelijkheid en de middelen om die te voorkomen. Door dat na te laten zou Heineken volgens haar moeten opdraaien voor de schade.

Massaontslagen

In Congo woedde tussen 1998 en 2003 een burgeroorlog. President Mobutu Sese Seko was in 1997 na 32 jaar aan de macht van zijn troon gestoten door Laurent-Désiré Kabila, die kort na de machtsgreep op zijn beurt werd bedreigd door verscheidene rebellenlegers, waaronder de RCD.

Volgens de oud-medewerkers heeft Bralima de oorlog aangegrepen als excuus voor de massaontslagen. Zij wijzen erop dat de brouwerij gewoon bleef produceren en dat ze na hun vertrek zijn vervangen door dagloners, die aanzienlijk minder kostten dan arbeiders in vaste dienst. Heineken ontkent dat niet. Er was volgens de oud-medewerkers sprake van een bezuinigingsmaatregel en niet van inkrimping van het personeelsbestand vanwege hun overbodigheid.

Een voormalig directeur van Bralima heeft bevestigd dat de brouwerij tijdens de bezetting bleef draaien. „Overal vonden plunderingen plaats, maar de brouwerij bleef gespaard. De rebellen wisten immers dat het bier moest blijven vloeien. Ze wilden laten zien dat het normale leven doorging en daarbij hoorde bier.”

De RCD, RCD-Goma en de gewapende tak ANC begingen in die periode oorlogsmisdaden, stelde het Hoge Commissariaat voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties vast. In dorpen en steden vonden moordpartijen en verkrachtingen plaats onder de burgerbevolking, terwijl politieke tegenstanders of mondige burgers rekening moesten houden met opsluiting en marteling.

Bralima deed zaken met de beweging alsof het de rechtmatige machthebber was en bleef ook belasting afdragen. Het bedrijf slaagde er bovendien in een voordelige fiscale deal met hen te sluiten, die werd gehandhaafd toen het gebied in 2003 weer onder zeggenschap viel van de regering in de hoofdstad Kinshasa.

Ook kreeg de Heineken-dochter toestemming van de RCD voor het massaontslag, een wettelijk vereiste in Congo. In de brief waarin het brouwbedrijf daarom vroeg, schrijft de toenmalige brouwerijdirecteur over de „oprechte samenwerking” (franche collaboration) tussen het bedrijf en de rebellen. De oud-medewerkers vinden dat Heineken op basis van deze feiten medeplichtig is geraakt bij de mensenrechtenschendingen van de rebellenbeweging, zo staat in de klacht te lezen.

‘Gesloten dossiers’

Naar eigen zeggen probeert het collectief al sinds 2001 een redelijke vergoeding te krijgen van hun voormalige werkgever. Het wijst er ook op dat medische behandelingen en verstrekking van medicijnen aan personeelsleden na het ontslag direct zijn stopgezet, ook na bedrijfsongevallen, met als gevolg dat twee oud-medewerkers zijn overleden.

Sommige individuele claims zijn gehonoreerd, maar Bralima en Heineken stellen volgens de groep alles in het werk om een collectieve zaak te voorkomen. Een voormalige Nederlandse topman in Congo, Hans van Mameren, scheef in een brief uit 2009 over „gesloten dossiers” en raadde de klagers aan hun tijd niet langer te verspillen. Een woordvoerder van Heineken bevestigt ook nu dat „de juridische wegen voor deze voormalige werknemers zijn uitgeput”.

Het bedrijf laat weten dat de getroffen werknemers ontslagvergoedingen hebben ontvangen „in overeenstemming met het sociaal plan” en wil inhoudelijk verder niet op de klacht ingaan, op één uitzondering na. „Wij hechten eraan te vermelden dat wij de bewering van de klagers dat er sprake zou zijn van mensenrechtenschendingen met klem afwijzen”, aldus de woordvoerder in een schriftelijke reactie.

Het NCP bevestigt de klacht te hebben ontvangen en zal zich naar verwachting op korte termijn uitspreken over de ontvankelijkheid daarvan. Als de klacht aan de eisen voldoet, zal het contactpunt bemiddeling aanbieden. Het NCP doet geen juridisch bindende uitspraken, maar louter aanbevelingen.

Het Congolese massaontslag in oorlogstijd is in tegenspraak met het argument dat Heineken vaak gebruikt om zijn aanwezigheid te rechtvaardigen in instabiele gebieden, waar de brouwer bij een conflict betrokken is geraakt. Het welzijn en de veiligheid van de medewerkers staan in dat geval voorop en Heineken kan hen niet in de steek laten, zo heeft de brouwer meermaals verkondigd. In Bukavu kwam een groot deel van het personeel juist op straat te staan in oorlogstijd.