Internet maakt een einde aan de nieuwsuitgevers

Pleidooien voor het belang van een vrije pers in een democratische rechtsstaat hebben een hoog ‘het zal wel’ gehalte. Zeker in een krant waar het zo te zien best goed mee gaat. Maar doe drie stappen achteruit en het wordt je vreemd te moede.

Vorig weekend liep ik rond op een symposium van media- en auteursrechtjuristen aan de UvA over het lot van de nieuwsindustrie. Daar was de vraag ronduit of de patiënt nog te redden is. Zijn er ergens nog juridische hulpmiddelen te vinden die de nieuwsuitgevers in Europa nog enigszins kunnen beschermen? Of zijn alle pogingen om Google en Facebook, die met nieuws van een ander de markt domineren, te stuiten, vergeefs?

Eerst leken nieuwsuitgevers nog te worden verdrongen. Nu lijkt het op volledige vervanging. Mediaconcerns, zelfs complete lidstaten zijn niet meer groot genoeg om met bijvoorbeeld Google te onderhandelen over licenties of om juridische beperkingen geloofwaardig in te kunnen voeren. Spanje legde onlangs een heffing op voor alles wat ‘Google News’ uit Spaanse media wist te plukken. Waarna Google de eigen website domweg sloot en de Spaanse media ontdekten dat ze voor hun sites en artikelen volledig afhankelijk waren geworden van Google. Zowel de consumenten als de nieuwsproducenten waren slechter af.

Ook een Duitse poging om een ‘Leisstungsschutzrecht’ in te voeren voor nieuwsuitgevers heeft niet gewerkt. Sterker, de juridische bescherming werkte averechts. Kleine ‘aggregatiesites’ legden het loodje, de grote dansten eromheen. Het in beginsel parasitaire verdienmodel van de internetplatforms lijkt onverslaanbaar. Brussel stuurde vorige maand een ‘consultatie’ de wereld in, met de vraag of nieuwsuitgevers niet net als uitvoerend artiesten, omroepen en filmproducenten toe zijn aan een eigen auteursrecht, een zogeheten ‘naburig’ recht. Denk aan artiesten die van Buma-Stemra geld krijgen omdat ze op de radio worden gespeeld. De conclusie van het congres was dat aangezien het auteursrecht feitelijk heeft gefaald, een variant daarop ook niet zal helpen. Misschien zijn Google en Facebook nog op hun marktmacht aan te pakken met mededingingsrecht. Of platweg met een belasting.

Mogelijk maken we met het einde van de particuliere uitgever ook de instorting van de journalistiek mee. Tien procent van alle journalisten in Nederland zit al in de WW. De grote adverteerder is allang vertrokken naar de internetplatforms, waar de gebruikers zelf bepalen wat ze van wie lezen en aan elkaar doorgeven. Vorig jaar groeide de advertentieomzet daar met 30 procent. Daarvan ging slechts 1,6 procent niet naar Google en Facebook. Digitale advertentie inkomsten bij kleine uitgevers zullen symbolisch blijven. In de VS introduceerde Brave Software al een browser die automatisch alle advertenties van een nieuwssite vervangt door ‘eigen’ advertenties.

De homepages van nieuwsmedia verliezen in hoog tempo hun functie. Gemiddeld wordt ruim 60 procent van alle nieuwsartikelen direct benaderd via Google of Facebook. Media, zoals kranten, vallen digitaal aldus uiteen in de losse artikelen waar ze uit bestaan. Uitgevers hadden al geen grip meer op de verspreiding. En nu dus ook niet meer op de volgorde of samenstelling van wat de lezer krijgt. Anders gezegd: de digitale lezer laat zich van die waarde niet meer overtuigen. Nieuwsjournalistiek op internet dreigt zijn identiteit en merkwaarde te verliezen.

De „overgangsfase van print naar digitaal” waar kranten zich aan vasthouden „is een valse belofte”. Dat zei Andrew Hughes van het Britse bedrijf dat voor kranten royalty’s incasseert. Hij was somber, op persoonlijke titel – zijn werkgever houdt er in het openbaar de moed in. Net als alle uitgevers, vermoedelijk tegen beter weten in. „Een land kan misschien zónder staalindustrie, maar kan het ook zonder nieuwsindustrie?” zei Hughes. Ik denk van niet, maar zoiets dreigt er wel aan te komen. Dan is het dus de vraag of een rechtsstaat ook zonder journalistiek kan.