‘Ik heb twee banen, het enige wat ik doe is werken’

Maarten Sierhuis Hij leidt een start-up in kunstmatige intelligentie en een laboratorium van Nissan voor zelfrijdende auto’s, beide in Silicon Valley. „Veel Nederlanders willen negen uur per dag werken. Daar red je het niet mee.”

Prototype van de Nissan IDS, een zelfrijdende auto die begin maart op de autobeurs van Genève werd gepresenteerd. Foto Fabrice Coffeini / AFP

Ondanks zijn 27 jaar in de Verenigde Staten, hoor je nog steeds een licht Rotterdams accent bij Maarten Sierhuis. Als hij met een biertje op het zonnige terras naast zijn kantoor middenin San Francisco proost, zegt hij „Prut!”

Het is zeldzaam dat hij tijd heeft voor een drankje in de zon. Net stond hij nog instructies te geven aan een van de programmeurs van zijn nieuwe bedrijf Ejenta, dat digitale persoonlijke assistenten ontwikkelt op basis van kunstmatige intelligentie, onder meer voor gebruik in de zorg. Straks gaat hij een teleconferentie in met de directeur van de Amerikaanse divisie van de Japanse automaker Nissan: behalve het runnen van zijn eigen onderneming, is Sierhuis ook directeur van het onderzoekslab voor zelfrijdende auto’s van dat Japanse bedrijf in Silicon Valley, waar 55 onderzoekers werken.

Een volledig zelfrijdende auto? Dat duurt nog vele jaren

„Wat ik van Nederland mis is de gezelligheid en de doe-maar-normaal-mentaliteit. Maar dat is ook waar ik me aan erger in Nederland. Als je meer bent dan het gemiddelde, ben je eigenlijk niet goed. Ik heb twee volledige banen. Het enige wat ik doe is werken. Ik heb geen tijd om iets anders te doen. Als ik naar huis ga ben ik weer aan het werk, totdat ik naar bed ga. Dat doen niet veel Nederlanders. Ik heb heel veel waardering voor ze en zal nooit zeggen dat ze slecht zijn. Je komt ze echt overal tegen en ze zijn vaak goed in wat ze doen. Maar vaak is hun mentaliteit wel anders dan hier in Silicon Valley.”

„Dat merk ik ook als ik dan eens Nederlanders heb in mijn bedrijven: die kijken meestal heel anders tegen werk aan. Die willen negen uur per dag werken, en that’s it. En dan zeg ik: dat is allemaal leuk en aardig, maar daar red je het niet mee. In mijn 27 jaar Amerika heb ik hier veel Nederlanders naartoe gehaald. Maar je ziet toch vaak dat zij werken, omdat ze móeten werken.”

„I live to work. Sinds ik weg ben uit Nederland heb ik nooit langer dan een week vakantie gehad. Ik heb geen balans, dat is waar. Ik vraag me ook wel eens af hoe lang ik het kan volhouden. Maar het zit nou eenmaal in mij.” Sierhuis heeft twee volwassen kinderen en is sinds een paar jaar gescheiden. De enige hobby die hij zich permitteert is zeilen: heel soms vaart hij door de baai van San Francisco.

Speelgoed

Sierhuis is één van de succesvolste Nederlanders in Silicon Valley. Hij specialiseerde zich al in de jaren ’90 in kunstmatige intelligentie, werkte bij onder meer IBM en Parc, de destijds wereldberoemde onderzoekstak van technologiebedrijf Xerox. Hij werkte twaalf jaar bij ruimtevaartorganisatie NASA, waar hij een programmeertaal ontwikkelde die nog steeds wordt gebruikt voor vluchten met het internationale ruimtestation ISS. Sinds drie jaar leidt hij het onderzoekslab van Nissan en hij bouwt tegelijkertijd dus aan zijn start-up Ejenta.

Kunstmatige intelligentie, en specifiek de techniek deep learning, is de laatste tijd nogal hip. Er wordt veel in geïnvesteerd, er vinden grote doorbraken plaats en de verwachtingen zijn zeer hooggespannen. Maar ondanks de rage blijft Sierhuis behoorlijk nuchter. „Ik denk dat we weer in een hype zitten. Mensen verwachten er nu meer van dan het op korte termijn kan opleveren. Je ziet bij robots nu al dat de verwachtingen worden bijgesteld. Google kocht met veel tamtam robotmaker Boston Dynamics, maar dat bedrijf hebben ze laatst toch maar weer te koop gezet. Het is allemaal leuk en aardig, dat speelgoed, maar om er iets serieus mee te doen, dat is toch wat moeilijker.”

Veel doorbraken in kunstmatige intelligentie vinden nu plaats op heel specifiek afgebakende taken. Laatst versloeg een systeem met deep learning-technologie van Google bijvoorbeeld een menselijke speler bij het spel Go. „Erg knap, maar je moet al die systemen nu toepassen op bredere problemen en dat is zo makkelijk niet. Neem autonome auto’s: zo’n omgeving als hier.” Hij wijst op de drukke straat naast het terras, waar voetgangers lopen, een vrachtwagen aan het uitparkeren is en taxi’s langs zoeven.

Veel leerwerk

„Er zijn in het verkeer zoveel onvoorspelbare situaties. Je kunt een deep learning-algoritme niet voor al die situaties vertellen wat het moet doen, en hoe het de beslissingen moet nemen. En bovendien: als ik het systeem hier in San Francisco ontwikkel, werkt het dan ook in Amsterdam? Mijn antwoord is: nee, mensen gedragen zich hier totaal anders. Denk alleen maar aan alle fietsen in Amsterdam. Dat kost nog een hoop leerwerk. Dat duurt echt nog vele jaren.”

Een specifiek jaartal noemt hij niet, maar hij denkt dat de voorspellingen van bedrijven als Google, of van Tesla-directeur Elon Musk, dat auto’s binnen een jaar of vijf volledig autonoom kunnen rijden, veel te optimistisch zijn.

„Het gaat uiteindelijk toch ook echt om de vraag: hoeveel kost het om deze technieken te ontwikkelen, en hoeveel kun je ermee verdienen? De vraag is heel erg: zijn we nu wel echt zo ver? Ik denk het niet. Tesla moet eerst maar eens boven water zien te blijven. Ik bedoel: Elon Musk heeft een paar jaar voorsprong, maar die heeft hij niet voor altijd natuurlijk. Bovendien: Tesla heeft nog geen cent verdiend.” Tesla lijdt inderdaad veel verlies: vorig jaar bijna 800 miljoen euro.

„Bij Nissan zijn we druk bezig met zelfrijdende auto’s. De grote uitdagingen zitten hem niet alleen in deep learning, maar ook in het op een economisch verantwoorde manier bouwen en langdurig up-to-date houden van miljoenen auto’s. Hoe zorg je dat je van een autobedrijf een softwarebedrijf maakt? En dan vooral: wat doe je met al die andere auto’s die nog rondrijden? Straks heeft Tesla het probleem dat hun eerste modellen verouderde sensoren hebben. Die kunnen dan niet alle updates krijgen, die de nieuwste modellen wel krijgen. Dat vindt Elon misschien wel leuk, omdat hij dan meer auto’s verkoopt, maar de mensen die een ton hebben betaald voor zo’n auto niet.”

Is Sierhuis wat dat betreft niet toch wat te veel een nuchtere Hollander? De laatste jaren slaagden sommige bedrijven uit Silicon Valley erin om torenhoge ambities en beloftes waar te maken, juist door de doelen absurd hoog te stellen. Moonshots heten zulke plannen hier. Zonder hoog te mikken, kom je ook nooit hoog uit.

Feestvieren

„Dat is inderdaad wel wat je hier in Silicon Valley hebt. Nee is geen optie. Ook bij NASA: als je maar een idee had, was er geld voor en dan ging het vaak nog lukken ook. Er zijn hier heel goede mensen, geld, en de mentaliteit van: élk probleem dat je me geeft, kan ik oplossen. Dus wat dat betreft: ga je gang Elon, we houden van concurrentie. Maar de technische uitdagingen zijn groot en de marges in de auto-industrie zijn klein.”

„Mede daarom ben ik ingetogener over de beloftes van deep learning. Ook met mijn start-up doe ik het rustiger aan, voor Silicon Valley-begrippen. Wij hebben geen grote investeringsfondsen achter ons staan, maar al wel echte klanten die betalen, zodat je echt wat opbouwt. Ik ben geen twintig meer. Ik ben niet meer van die gekke miljoeneninvesteringen. Ik zie om me heen dat veel mensen die dat wel krijgen, gewoon een beetje aan het feestvieren zijn.”

Technologie die nonsens is

„Voor mij is het echt: ik ben een techneut, een academicus die al twintig jaar nadenkt over hoe mensen samenwerken, hoe ze communiceren met technologie. Ik zeg altijd: de mens is het meest gecompliceerde systeem dat we kennen; een sociaal systeem. Dat heeft me altijd geïntrigeerd. Ook bij NASA heb ik uitgezocht hoe mensen op Mars met robots zouden samenwerken. En daar denk ik over na met autonome auto’s. Het is spannend wat er nu gebeurt met kunstmatige intelligentie. Systemen waar al vele jaren aan wordt gewerkt komen nu in de echte wereld. Maar je kunt zoveel technologie creëren die nonsens is.”

De computertaal die Sierhuis bij NASA ontwikkelde heet Brahms, naar de componist. „Het gaat om een symfonie tussen mens en technologie. Mensen centraal stellen in plaats van alleen de technologie. Dat is mijn drijfveer. Ik doe het niet om het geld, het is meer om de ego: om het mannetje, dat ik iets wil neerzetten dat de wereld verandert. Mijn software runt de mission control voor het ruimtestation. Nu wil ik dat kunnen doen voor de zorg en voor auto’s. Maar dan wil ik het ook meteen góed doen.”