Help! Mijn demente ouders worden beroofd

Steeds meer mensen die financieel niet voor zichzelf kunnen zorgen, krijgen een bewindvoerder. Het toezicht door overwerkte kantonrechters staat onder druk. Een Haagse bewindvoerder fraudeerde op grote schaal. Ondanks noodkreten van een familielid greep de kantonrechter niet in.

illustratie Sebe Emmelot

Een overboeking van 250 euro naar ‘internetbank’ Click and Buy om online aankopen te kunnen doen? Anne Kal zit achter haar computer en schrikt. Haar demente ouders zijn niet aangesloten op het internet, laat staan dat ze kunnen internetbankieren. De enige die bij hun geld kan, is Vanessa Mulder. Zij behartigt als bewindvoerder de financiële belangen van haar ouders, bij uitstek een vertrouwensfunctie. Dus waarom gebruikt uitgerekend deze, naar eigen zeggen, „deskundige op het gebied van inkomensbeheer en beschermingsbewind” geld van haar bejaarde ouders voor persoonlijke bestedingen?

Het is september 2012. Een half jaar eerder heeft een kantonrechter van de rechtbank Den Haag Mulder benoemd als beheerder van de financiën van het echtpaar Kal, dat niet meer voor zichzelf kan zorgen. Anne, hun oudste dochter, heeft er al snel een slecht gevoel bij. Mulder komt afspraken niet na, mails blijven onbeantwoord en voorheen vaste overschrijvingen gaan ineens mis. En dan nu deze privéaankoop van het geld van haar ouders. Een doodzonde als bewindvoerder.

Kal schrijft een brief aan kantonrechter Bert Vink, de man die Mulder aanstelde en wettelijk geacht wordt toezicht op haar te houden. „Ik verzoek u om (...) een andere bewindvoerder te benoemen.”

Kals wens blijft onvervuld. Hoewel alles wijst op malversatie, ziet Vink geen reden om in te grijpen. Een patroon dat zich in de jaren erna herhaalt. Tot een andere kantonrechter van de rechtbank Den Haag in de zomer van 2014 wél aanslaat op klachten over Mulder en haar ter verantwoording roept. Daarop dient Mulder prompt haar ontslag in, voor alle 110 personen voor wie ze verantwoordelijk is.

Een jaar later, in oktober 2015, oordeelt dezelfde, oplettende kantonrechter dat Mulder „zichzelf heeft verrijkt”. Ze heeft „grootschalig gefraudeerd”. Alleen al in het geval van de familie Kal voor ruim 50.000 euro.

De ernst van deze zaak is volgens deskundigen uitzonderlijk. Toch staat de zaak Mulder niet op zichzelf. Zo veroordeelde de rechtbank Utrecht in maart 2015 een bewindvoerder tot terugbetaling van 75.000 euro aan een voormalig cliënt. Reden: „slecht bewind”. Hoe zijn deze excessen mogelijk, ondanks de wettelijk verplichte controle van een bewindvoerder door een kantonrechter?

Tafeltje dekje

De ouders van Anne Kal, allebei de tachtig gepasseerd, konden onmogelijk langer op zichzelf wonen in het Haagse Benoordenhout. Ze vergeten het gas aan – of juist uit – te doen bij het koken, zijn voortdurend spullen kwijt en voor hun verzorging is permanent ondersteuning nodig. Maar hulp, zeker van vreemden, wordt door het echtpaar niet gewaardeerd. Zo laten ze het eten van Tafeltje dekje onaangeroerd voor hun deur staan.

In 2011 verhuist het echtpaar naar een zorginstelling in Scheveningen. De ernstig verstoorde verhoudingen tussen de vier zussen Kal bemoeilijkt de situatie. De één draagt veel bij aan de mantelzorg, de ander nauwelijks. De (reis)kosten die de vrouwen kwijt zijn aan de verzorging, declareren ze bij hun zieke ouders.

Voor het beheer van het geld van hun kapitaalkrachtige ouders is de aanstelling van een professioneel bewindvoerder de enig werkbare oplossing, concluderen de zussen. Op hun verzoek benoemt kantonrechter Vink op 27 april 2012 de Haagse Vanessa Mulder (38) tot bewindvoerder.

Ze is directeur van Dívida, een bedrijf met een paar medewerkers dat mensen „begeleidt die door medische of sociale omstandigheden” niet in staat zijn zelf hun financiën te regelen. Bij Dívida „staat de cliënt centraal!”, meldt de website. Maar Mulder neemt haar telefoon niet op, op mails reageert ze niet en haar kantoor aan de Haagse Waldeck Pyrmontkade is zelden bemand.

Toch ziet de kantonrechter geen reden om in te grijpen na Kals verhaal over de privéaankoop met het geld van haar ouders. Mulder stelt dat er sprake is van een vergissing. De bewindvoerder heeft bovendien de schriftelijk vastgelegde steun van één van de andere zussen Kal. Die brief deelt ze met Vink. Hoewel er ook op sociale media diverse alarmerende berichten staan over Dívida, ziet hij „geen reden voor interventie”. Ook omdat de klacht van Anne Kal „niet door de rechthebbenden [haar ouders, red.] wordt ondersteund”, schrijft Vink haar.

Maar dat is nu net het probleem in deze zaak. Kal antwoordt per kerende post. „U schrijft dat de rechthebbenden de klacht niet ondersteunen. Maar mijn ouders zijn beiden dement en niet in staat om hun zaken te behartigen. Zij zijn dan ook niet op de hoogte van de klacht.”

Kal (59) terugblikkend: „Het was gekmakend. Alsof je ziet dat er bij de buren wordt ingebroken, je 112 belt maar de politie niet komt omdat je geen rechthebbende bent.”

Verdubbeling

Wie naar de achterliggende cijfers kijkt, begrijpt dat een kantonrechter en zijn medewerkers onmogelijk alle handelingen van een bewindvoerder kunnen controleren. Het aantal onder bewind gestelde personen is simpelweg te groot en blijft groeien.

Ging het in 2009 nog om 23.500 nieuwe gevallen per jaar, in 2015 was het aantal nieuwe zaken opgelopen tot 47.800. In totaal ging het volgens de Raad voor de Rechtspraak in 2015 om 295.000 bewindszaken. Een verdubbeling in zes jaar. Het grootste deel van deze mensen is onder bewind gesteld vanwege problematische schulden, de rest in verband met geestelijke of lichamelijke problemen, zoals ernstige verslaving of dementie.

Naar de achterliggende redenen van de explosieve groei is geen onderzoek gedaan. Betrokkenen noemen een combinatie van factoren: de eenvoud om geld te lenen, de economische crisis, de toename van het aantal zogenaamde ‘problematische schulden’, de vergrijzing en de digitalisering. Hanneke Huurman, directeur van de Branchevereniging voor Professionele Bewindvoerders en Inkomensbeheerders (BPBI): „Sociaal kwetsbaren, die zijn oververtegenwoordigd in deze groep, zijn vanwege de ‘ontzorging’ door de staat meer en meer op zichzelf aangewezen. Ze hebben bovendien moeite zich staande te houden in een steeds complexere maatschappij waarin vrijwel alle communicatie digitaal is.”

Met de toename van het aantal zaken groeide het aantal bewindvoerders. Grofweg tweederde van de 295.000 zaken wordt gedaan door zogeheten ‘burgerbewindvoerders’; mensen die zorgdragen voor een onder bewind gesteld familielid of vriend.

De rest gebeurt door ‘professionele bewindvoerders’; mensen die het geld beheren van drie of meer personen. Van deze naar schatting ruim 1.600 bewindvoerders – een vak waar tot 2014 geen opleidingseisen voor golden – zijn er 400 lid van de branchevereniging BPBI. Hoewel betrokkenen spreken van een groeiend aantal problemen met bewindvoerders, ontbreken cijfers daarover.

Om de beunhazen beter te kunnen scheiden van de professionals zijn sinds 2014 kwaliteitseisen opgesteld en aangescherpt. Huurman: „De casus Dívida toont bij uitstek aan waarom dat nodig is.”

Controle op de bewindvoerder berust bij de rechter. Die moet onder meer de jaarlijkse (financiële) verantwoording door de bewindvoerder controleren. Kantonrechters spreken tegenover NRC van „een ongekende werkdruk”. Paul Rouwen, kantonrechter in Tilburg: „Er zijn teveel dossiers voor te weinig mensen.” Zijn Amsterdamse collega Liedeweijde Voetelink: „Dat klopt, helaas.” Of zoals toenmalig staatssecretaris van Veiligheid en Justitie Fred Teeven het eind 2014 eufemistisch formuleerde: „De toename van het aantal dossiers is groot. Het vergt van de rechtbanken een behoorlijke inspanning om deze dossiers te controleren.”

Royement

Anne Kal laat zich intussen niet afschepen. In opeenvolgende brieven wijst ze Vink op Mulders royement als lid van de branchevereniging, achterstallige betalingen die zich opstapelen én zelfs opgebouwde schulden. Daarop nodigt Vink de bewindvoerder uit. In het gesprek, op 24 juli 2013, weet Mulder hem te overreden. Een griffier schrijft Anne Kal na afloop: „De kantonrechter geeft aan geen reden te zien tot ontslag van de bewindvoerder of andere maatregelen.”

Het blijven sowieso moeilijke tijden voor Kal en haar zussen. In oktober 2013 overlijdt hun moeder. Hun hoogbejaarde vader is verdrietig, maar is haar dood op andere momenten vergeten.

Dan verschijnt er op 8 augustus 2014 opeens een bericht op de site van Dívida. „Tot mijn spijt maak ik hierbij kenbaar dat ik mijn bedrijf om economische redenen moet gaan sluiten. Ik wil benadrukken dat er geen sprake is van een (dreigend) faillissement”, schrijft Mulder.

Tot ontsteltenis van Anne Kal wil Mulder desondanks het ouderlijk huis nog verkopen. Kantonrechter Vink moet daarvoor toestemming geven. Dat doet hij.

Kal is radeloos. „Dit is niet in het financiële belang van mijn vader”, schrijft ze Vink. Mulder daarentegen heeft wel een financieel belang: voor de verkoop van het huis krijgt ze volgens de wet een additionele vergoeding. „Ik acht de handelswijze van mevrouw Mulder niet in overeenstemming met de ethiek van haar beroepsgroep”, schrijft Kal aan Vink.

Die laat via een griffier opnieuw weten „geen aanleiding” te zien voor een gesprek. „Voor vragen kunt u zich wenden tot de bewindvoerder.”

Bot vangen

Gedesillusioneerd wendt Kal zich eind 2014 tot het bestuur van de rechtbank Den Haag. Ze dient een klacht in tegen kantonrechter B.C. Vink. „Het gevoel volstrekt niet serieus genomen te worden (...) en de nonchalante wijze waarop er is omgegaan met de belangen van mijn ouders heeft me een machteloos gevoel gegeven. Het was om moedeloos van te worden.”

De waarnemend president bericht haar na onderzoek dat hij inhoudelijk niet kan reageren. „De rechter is in het nemen van beslissingen onafhankelijk, het bestuur van de rechtbank kan daar niet in treden”, schrijft hij.

Het meerdere keren door Kal aangevraagde gesprek met Vink is volgens het bestuur afgehouden omdat de kantonrechter „de indruk kreeg dat hij zich ten opzichte van u diende te verantwoorden”. Waar de waarnemend president aan toevoegt: „Daartoe bestaat echter geen gehoudenheid.”

Opnieuw vangt Kal dus bot bij de magistratuur.

Mensenkennis

Eind 2015 lijkt er dan toch sprake van enige genoegdoening. Mulder heeft in de gesprekken die leidden tot haar ontslag tegenover de rechtbank verklaard „geen goede leidinggevende” te zijn. Bovendien heeft „haar mensenkennis” haar in de steek gelaten. „Alles bij elkaar is er aanleiding om aan te nemen dat Mulder grootschalig heeft gefraudeerd”, aldus de rechter. Ze heeft het in haar gestelde vertrouwen „beschaamd”. Het gevolg: 110 gedupeerden, onder wie vader Kal. Mulder moet hem financieel compenseren.

Dat blijkt al snel kansloos. Op 23 februari 2016 gebeurt het onvermijdelijke: de rechtbank Den Haag verklaart Vanessa Mulder failliet. Rechthebbende Kal, nu 87 jaar, heeft van alle tumult niets gemerkt.

Epiloog

Op 27 november 2015 kreeg Anne Kal dan toch een gesprek met de teamleider van de Haagse kantonrechters. Vink was niet bij het gesprek aanwezig, waar niet op de inhoud is ingegaan. Alleen over de procedure kon worden gesproken. Kal: „Daarom blijf ik zitten met de vraag: waarom greep Vink niet in?”

De politie heeft, in opdracht van Justitie, strafrechtelijk onderzoek gedaan naar Mulders handelswijze. De totaal door haar veroorzaakte schade is nog niet bekend. Het Openbaar Ministerie beslist binnenkort of het overgaat tot vervolging.