Handelsverdrag TTIP is het waard om gered te worden

Wat te doen met TTIP, het transatlantische handels- en investeringspartnerschap? De onderhandelingen tussen de Verenigde Staten en de Europese Unie over dit nieuwe handelsverdrag lopen moeizaam en stuiten op snel groeiende weerstand bij de burger – zowel in Europa als in de Verenigde Staten.

TTIP moet van de Atlantische economie een werkelijke vrijhandelszone maken, een kroon op de grote mate van grensoverschrijdende economische vrijheid die in het gebied al bestaat. Het voorgenomen verdrag is tegelijkertijd het symbool geworden van alle gevoelde nadelen van het moderne kapitalisme, waar de Westerse burger in toenemende mate mee zit: een verlies aan baanzekerheid, een stagnerend inkomen, een kwijnende middenklasse, groeiende ongelijkheid, te veel macht van het grote bedrijfsleven. En een internationale ‘race naar de bodem’, waar het de belastingheffing op kapitaal en winst, de verzorgingsstaat, de arbeidsvoorwaarden en normen voor veiligheid en gezondheid betreft.

Internationale vrijhandel zit al langer in de hoek waar de klappen vallen. De tijd van grote, wereldomspannende akkoorden is al lang voorbij. De Doha-ronde, de laatste poging om de handelbarrières multilateraal af te breken, is mislukt. Van de wereldhandelsorganisatie WTO wordt weinig meer vernomen.

Regionale akkoorden zouden als alternatief gaan gelden. Maar ook dat gaat moeizaam. De ratificatie van het Trans-Pacific Partnership, een soortgelijk akkoord als TTIP, tussen de Verenigde Staten en landen rond de Stille Oceaan (uitgezonderd China), stuit op groeiende weerstand in het Amerikaanse Congres. En zelfs het verst gevorderde experiment met regionale integratie, de Europese Unie, kraakt in zijn voegen. In juni stemmen de Britten over een mogelijk vertrek.

De negatieve stemming over TTIP heeft veel facetten. De golf van liberalisering en deregulering die in de jaren negentig begon heeft niet voor iedereen de voordelen gebracht die werden beloofd. Internationale vrijhandel is gunstig, maar niemand had gerekend op de enorme schok die de toetreding van 1,4 miljard Chinezen tot de wereldmarkt teweeg zou brengen. Het wantrouwen in de financiële sector en het ‘grootkapitaal’ is flink sinds de crisis van 2008. Dat geldt in sommige landen ook voor het avontuurlijke monetaire beleid van nu. In een wereld waarin bovendien de machtsverhoudingen snel kantelen is de neiging groot zich achter de landsgrenzen terug te trekken.

TTIP lijkt van dit alles de kop van Jut te worden. Er zijn terechte zorgen over de nodeloos schimmige afhandeling van klachten van bedrijven tegen overheden (het zogeheten ISDS, investor state dispute settlement) waaraan overigens de Europese Commissie al tegemoet komt met een voorstel tot openbare arbitrage. Er zijn terechte zorgen over het mogelijk dalen van gemeenschappelijke normen voor voedingsmiddelen en veiligheid tot het laagste, Atlantische niveau.

Tegelijk geeft een groeiend deel van de burgers weliswaar aan tegen TTIP te zijn, maar een veel groter deel zegt het niet te weten of onvoldoende geïnformeerd te zijn. Daar ligt dan ook de taak van de onderhandelaars: meer openheid over wat besproken wordt. Hoe troebeler het proces, des te groter de argwaan. Er staat veel op het spel. Juist een inniger samenwerking en een grotere lotsverbondenheid met de Verenigde Staten zijn van groot belang. De wereld wordt te woelig om die kans te laten varen.