Globalisering: oorlog met andere middelen

Het idee achter de Europese eenwording was dat landen, als je ze economisch met elkaar verknoopt en van elkaar afhankelijk maakt, minder snel oorlog voeren. Werkt dit? Europa heeft al zeventig jaar geen oorlog gehad. Dat wil niet zeggen dat het zo blijft, maar het is moeilijk voorstelbaar dat Europese landen binnen afzienbare tijd de wapens tegen elkaar opnemen.

Maar heeft eenwording ook andere vormen van conflict gesmoord? Dat is moeilijker vol te houden. Kijk hoe Europese landen elkaar van belastinginkomsten beroven. Hoe ze elkaar afluisteren en bespioneren. Hoe ze vluchtelingen keihard buurlanden in vegen. En hoe ze allemaal voor hun eigen, nationale banken gaan liggen om àndere landen de kosten van de crisis in de schoenen te schuiven.

Zo bezien was het naïef, destijds, om te veronderstellen dat wij in Europa niet meer aan machtspolitiek deden. Dat we daarbóven stonden en dat dat voortaan zo zou blijven.

Velen stellen zich nu de vraag: worden de spanningen tussen EU-landen en het verzet tegen gezamenlijke oplossingen en regelingen zó groot dat de boel uiteenspat? Sommigen vrezen het, anderen hopen het.

Maar we leven nu eenmaal in een geglobaliseerde wereld en geen land kan zichzelf daar zomaar buiten plaatsen. Enerzijds brengt de globalisering landen bijeen, anderzijds biedt ze hen juist een speelveld voor oorlog met andere middelen. „De truc is om je tegenstanders afhankelijker van jou te maken dan jij van hen bent”, schrijft Mark Leonard van de European Council on Foreign Relations in de essaybundel Connectivity Wars.

Dit gebeurt wereldwijd. Kijk hoe China machtspolitiek voert. Niet met oorlog (al investeert het fors in defensie), maar met agressieve handelspolitiek, cyberaanvallen en ontwikkelingshulp. Ook heeft het, om westerse dominantie over internationale organisaties te breken, een alternatieve Wereldbank opgezet.

Opdracht voor de EU: gebruik het nieuwe speelveld in de vertrouwde machtsstrijd zo slim mogelijk

Sommige islamitische landen mengen zich in militaire conflicten, van Jemen tot Syrië. Maar ze voeren ook nieuwe, geglobaliseerde oorlogen-met-andere-middelen. Ze gebruiken olie en geld als wapen, en proberen al jaren om blasfemie door de VN te laten veroordelen.

Rusland bombardeert in Syrië uit en annexeert de Krim, maar sluit ook gaspijpen af, verstoort met militaire vluchten civiel luchtverkeer boven Kopenhagen, koopt Balkanelites om en verspreidt disinformatie via YouTube. ISIS richt slachtpartijen aan, maar gebruikt tevens migranten – typisch product van de globalisering – als wapen.

Europa roert zich militair, vaak onder het mom van ‘peacekeeping’, maar is op zijn best als het mondiaal het economische wapen inzet (sancties, boetes voor multinationals).

De EU is de geglobaliseerde wereld, maar in het klein. Niemand wil uitchecken: het is zinloos. Iedereen weet dat Zwitserland evenveel last heeft van Brussel als EU-lidstaten zelf, maar nul zeggenschap heeft. De eurocrisis kostte de Zwitsers een vermogen. Burgers eisen Grexit of Brexit, maar regeringen zijn ergens anders op uit: Europa gebruiken om hun positie te versterken, en die van anderen te verzwakken.

Hongarije bakt ze bruin, maar haalt wel bakzeil om sancties te vermijden. Polen wil de EU niet uit; het wil de EU veranderen en netto-ontvanger nummer één blijven. Hoe machtiger Marine Le Pen wordt, hoe minder ze uit de eurozone wil: dat marginaliseert Frankrijk.

Wat cruciaal wordt, is dat de EU in deze centrifuge sterke instellingen houdt. Als de boel losslaat, en alle lidstaten in hun eentje staan, verliezen ze allemaal.