Foppe is er klaar mee

Het was crisis bij SC Heerenveen, maar met de terugkeer van coach Foppe de Haan (72) werd het rustig rond de club. Nu stopt hij definitief. Zondag neemt hij afscheid van het thuispubliek. „Bij deze generatie voetballers moet je drempels slechten voordat je ze bij de kloten hebt.”

Foto Pim Ras/Hollandse Hoogte

‘Het ergste was als ik met jongens op straat speelde en mijn moeder wandelde langs, dan hoorde je ze smoezen: die is gek. Ik kwam wel eens in de psychiatrische inrichting voor haar, dan zat ze in een isolatiecel. Ze had van die hele donkerbruine ogen, dan keek ze mij via het deurluikje aan. Och god, och god. Als je erheen reed, hoe dichterbij je kwam, hoe meer je de moed in de schoenen zonk. Dan kwam je terug, ach jongen, dan was je helemaal de kluts kwijt.”

„Tot mijn negende was het prima, goede ouders. Mijn moeder was een hartstikke aardige vrouw, hard werken, drive om dingen goed te doen, om voor ons op te komen. Maar ze was kwetsbaar, ze was zo nu en dan depressief. Wij wisten niet wat het was. Het werd gezocht in fysieke dingen, alles werd onderzocht, ook haar maag. Ze was er vaak niet. Als elfjarige jongen moest ik dan een brief naar de dokter sturen, ‘mevrouw De Haan-Wouda komt niet naar het ziekenhuis’. Mijn vader kon dat niet, ik deed het. Dan word je snel groot.

„Mijn vader was een aardige man, hij was wagenmaker, bouwde boerenwagens voor achter de paarden. Dat deed hij prima. Maar hij kon ook op straat een uur met iemand staan kletsen, dan dacht ik als jong ventje: ga nou aan het werk, je moet geld verdienen. Hij maakte er per jaar twee plus wat ander houtwerk, daar leefden we van.

„We zijn opgegroeid in Lippenhuizen, we hadden niet veel geld, geen elektriciteit, water haalden we bij de pomp. Mijn zus is zes jaar jonger, ik zorgde mede voor haar. Op een gegeven moment hield het werk van mijn vader op door de mechanisatie, toen zijn we naar Grouw verhuisd. Een andere wereld, meer bedrijvigheid. Daar werkte hij bij een fabriek, Halbertsma, in de productie van pallets.

„Na de lagere school kon ik naar de hbs in Drachten of Heerenveen, maar dan moest ik een nieuwe fiets en nieuwe kleren. De meester kwam op een zondagmorgen, overlegde met mijn ouders, toen werd besloten dat ik naar de ulo ging. Dat was minder ver, drie kilometer verderop, dan hoefden ze geen fiets te kopen en het boekengeld was minder.

Fokje ging wel naar de hbs

„Er zat een meisje achter mij in de klas, Fokje, die ging wel naar de hbs, terwijl zij geen betere cijfers had. Ik kwam thuis en zei tegen mijn moeder: Fokje gaat wel naar de hbs, waarom ik niet? Fokje was van een boer, ze had twee broers die zaten al op de hbs, dat ging goed, dus ging zij ook.

„In Grouw leerde ik Gerrit van Stralen kennen, conciërge op het gemeentehuis en een fantastische jeugdtrainer. Dat wilde ik ook. Je hebt figuren nodig die het voorleven, hij was dat voor mij. Van de ulo ging ik naar de kweekschool (opleiding tot docent lagere school). Daarna heb ik een lagere akte gymnastiek gehaald, ben sportinstructeur geweest en werd in Enschede gymnastiekleraar in het basisonderwijs. Op mijn 29ste ging ik naar de sportacademie, daarna heb ik mijn trainerspapieren behaald, cursus coach betaald voetbal.

„Ik ging van jongs af aan met mijn vader op de fiets naar het stadion, naar Abe. Vanaf het moment dat ik kon lezen spelde ik in de Friese Koerier alles over Abe en Heerenveen. Toen ik er trainer werd had ik ook zoiets van: goddomme, in Abe zijn tijd kwamen er 22.000 mensen, de tribune van de TT Assen werd gehuurd bij kampioenswedstrijden. Riemer van der Velde (oud-voorzitter) en ik hadden zoiets van: dat kunnen wij ook.

„Mijn vader overleed op zijn 71ste. Hij had Parkinson, dan krijg je slechte doorbloeding in je benen, zijn voeten werden geamputeerd, hij eindigde in een rolstoel. Mijn moeder heeft uiteindelijk zelfmoord gepleegd. Mijn zuster was kort daarvoor getrouwd, mijn vrouw Geke was net bevallen van onze eerste dochter. Toen had ze volgens mij het gevoel van: het leven is klaar. Toen ze overleed voelde dat als een opluchting. Ze werd uit haar lijden verlost, dit was het beste. Maar als het einde zo moet zijn, is het niet best. Ze is 58 geworden.

„Haar depressie heeft veel invloed op mij gehad. Ik ben altijd geïnteresseerd gebleven in menselijk gedrag. Waarom doen mensen wat ze doen, hoe ontwikkelen ze zich?

„Wat je wil is dat een team onbewust bekwaam speelt, vanzelfsprekend als het ware. Dat heb ik na mijn terugkeer bij Heerenveen nog niet bereikt met dit team. Er zijn momenten geweest dat ik dacht: waar ben ik in godsnaam aan begonnen? Dan moest ik aan de jongens trekken, het is een jonge ploeg die moeizaam dingen oppakt.

„Vanmorgen heb ik een speler bij de jas gehad. ‘Dat is niks, kom op, beter.’ Gemiddeld genomen ben ik heel vriendelijk, maar als het me niet bevalt, kan ik enorm uit mijn slof schieten. Vroeger had ik dat vaker, was ik directer. Dan dacht ik soms, nou De Haan, had dat nou zo gemoeten? Ik ben rustiger en milder geworden.

„Gisteren had ik het er met mijn vrouw over, heeft mijn terugkeer ook wat opgeleverd? Vind ik wel, zij ook. Ik vond het soms verrekte zwaar. Ook fysiek. Lange dagen, zeven uur opstaan, naar de club, overleggen, twee keer trainen, analyseren, naar huis. Dat was ik niet meer gewend. Ik lag om tien uur op bed, anders hield ik het niet vol. Met de kippen op stok. Dan merk je dat je ouder wordt, dat je minder snel herstelt.

„Toen ik in het begin op het veld stond had ik zere knieën en pijn aan de rug, nu heb ik nergens last van. Ik doe met de jongens mee bij de krachttraining, ik ben fitter geworden. Dat heeft het mij opgeleverd.

„Bij veel voetballers van deze generatie moet je drempels slechten voordat je ze bij de kloten hebt. Dat lukt je bijna niet, want ze hebben bijna allemaal een harnas om, dan doen ze het klepje dicht. Je moet eerst het klepje open krijgen en dan het harnas uit zien te krijgen. Dan pas worden ze beter.

„Ik heb niet gezegd dat de smartphones de kleedkamer uit moesten. Als ik opnieuw kon beginnen, zou ik dat wel doen. Als je samen luncht, zit een aantal altijd op hun iPhone te kijken.

„Ze zijn meer op zichzelf en minder betrokken bij het totaal en bij de club. Komt mede door onze voetbalopleidingen, die pamperen ze te veel. We leren ze niet om verantwoordelijkheid te nemen. En ze hebben, als ze nog maar net een bal kunnen raken, een zaakwaarnemer die zich er mee bemoeit. Die schil maakt ze snel te groot. Eigenlijk moeten ze alles nog leren, maar er wordt voortdurend tegen ze gezegd: je bent goed.

„Dat bevordert dat je alleen maar naar binnen kijkt, naar jezelf, en de schuld bijna altijd bij een ander legt. ‘Ik ben goed maar krijg de verkeerde ballen’. Er is een ‘ja, maar-cultuur’. Als je met iemand als Epke Zonderland praat, dan komt ‘ja maar’ niet in zijn woordenboek voor. Dat is: ja, en?

Doorgronden voor het leuk is

„Rond hun zeventiende krijgen ze een contractje, dan stoppen ze vaak met school. Dat vind ik dom. Want op school leer je een verhaal te vertellen. In plaats daarvan zitten ze in een kleedlokaal bij elkaar, waar heb je het dan over? Over vrouwen en auto’s. Dan worden ze 30, einde carrière nadert, iedereen denkt dat ze in de voetballerij kunnen blijven, maar dat is niet zo.

„Onze kleinzoon zit op het hbo, hij studeert toegepaste wiskunde, doet het heel aardig. Maar hij vindt het niet zo leuk, hij is alweer wat anders aan het zoeken. Dan zeg ik: jongen, voordat je dingen echt leuk vindt, moet je het doorgronden. Hij wil nu sport en management gaan doen, hij is sportief. Maar die managementkant van sport, dat er mensen in de businessruimte komen, is dat dan leuk?

„Als bondscoach van Jong Oranje had ik veel talentvolle spelers, Ismaïl Aissati, Ryan Donk, Quincy Owusu-Abeyie, Ryan Babel, Royston Drenthe. Die hadden nu voor een deel de kern van het Nederlands elftal kunnen vormen. Ze hebben bijna allemaal de verkeerde keuze gemaakt. Ze gingen naar een club waar ze te groot werden, ze verdienden te veel. Dat kan je ze niet kwalijk nemen.

„Veel zijn zonder vader opgegroeid of in een gebroken gezin. Ze zochten naar ritme in het leven, wel of niet naar school, veel op straat. Als het moeilijk werd hadden ze te weinig houvast. Er waren vaders die tevoorschijn kwamen op het moment dat hun zoon een goed contract tekende.

„Op de Olympische Spelen in 2008 had ik het gevoel: ik ben ze kwijt, terwijl ik met de meeste jongens kon lezen en schrijven. Drenthe had zijn sores, zijn hele familie zat op dat moment in een hotel in Madrid, zijn huis moest geregeld worden. Er was geen land mee te bezeilen.

„Ik ben soms te loyaal geweest aan SC Heerenveen. Misschien had ik, op het hoogtepunt in 2000 bijvoorbeeld, wat anders moeten doen. Het is zondag tegen FC Groningen mijn laatste thuiswedstrijd, ze zullen wat bedenken. In 2004 had ik al een fantastisch afscheid. Ik heb nu tegen de voorzitter gezegd: je geeft me een hand, dan is het klaar. Ik ga het absoluut missen. Als ik straks op de tribune zit, prikkelt het vanzelf. Maar voor mijn gevoel ben ik er klaar mee.

„In juni gaan we naar onze stacaravan op Ameland, daarna gaan we wandelen in het zuidwesten van Engeland en in september toeren we met de camper door Canada en Alaska. Bij terugkomst kijk ik met Heerenveen wat ik kan betekenen voor de club, iets met de jeugd misschien.”